“Het is maar goed dat de mensen ons geld- en banksysteem niet begrijpen, want als ze dat zouden doen geloof ik dat er vóór morgenochtend een revolutie zou zijn'.”
Henry Ford

De macht aan de burger II

Door Henry Sturman

27 september 2006

Doorgaans wordt democratie gelijkgesteld met idealen als vrijheid, gelijke rechten, zelfbestuur, het mogen kiezen van je leiders en het verdedigen van de rechten van minderheden. Is dat terecht? Laten we deze zaken een voor een langslopen.

Is democratie gelijk aan vrijheid?
Zoals genoemd kan de meerderheid in principe net zo goed tiranniek zijn als een dictator. Zo was in het democratische Groot-Brittannië homoseksualiteit tot 1967 verboden.

Gelijke rechten?
Niet helemaal. In een democratie krijgt de meerderheid haar zin. Er is dus een ongelijkheid in rechten: de meerderheid heeft meer rechten dan de minderheid. Het mag dan zo zijn dat die meerderheid steeds wisselt – de ene keer hoor je bij de meerderheid en de andere keer hoor je bij de minderheid – maar per beslissing is er een ongelijkheid in rechten. Zo zou het kunnen dat schoenmakers gesubsidieerd worden en fietsenmakers niet. Op die manier geven duizenden democratisch aangenomen wetten, regelingen, subsidies en uitkeringen bepaalde groepen speciale privileges. Hoewel democratie in principe de meerderheid meer rechten geeft dan de minderheid, zijn ironisch genoeg toch de meeste privileges voor minderheden. Dat komt doordat minderheden er vaak hard voor lobbyen om speciale privileges te krijgen. Maar of het nu de minderheid of de meerderheid is die meer rechten heeft, de uitkomst van de democratie blijkt te zijn dat niet iedereen dezelfde rechten heeft.

Zelfbestuur?
De enige manier dat een volk zichzelf zou kunnen besturen is als alle 16 miljoen Nederlanders toevallig precies hetzelfde willen. Dat komt niet vaak voor. Dus is het in de praktijk zo dat de meerderheid het land bestuurt, zoals op dit moment het CDA, de VVD en D66 met 78 kamerzetels. Die drie partijen vertegenwoordigen 52 procent van de kiezers, 42 procent van de stemgerechtigden en 30 procent van de bevolking. Je kunt dus hoogstens zeggen dat 30 procent van het volk zichzelf regeert. Of dat 52 procent van de kiezers zichzelf mag regeren en 48 procent niet. Maar het regeerakkoord is een compromis tussen de programma’s van drie verschillende partijen. Dat compromis vertegenwoordigt geen enkele partij en geen enkele kiezer. Dus eigenlijk regeert 0 procent van het volk zichzelf.

In feite bestaan er in een democratie dan ook helemaal geen ‘kiezers’. Een keuze impliceert dat je mag kiezen wat je krijgt. Niet dat je een voorkeur mag uitspreken en vervolgens iets heel anders krijgt.
Het mogen kiezen van je leiders?
Ook dat is niet het geval. Stel dat u op D66 heeft gestemd bij de laatste verkiezingen. De uitkomst is dat u geleid wordt door een compromis tussen CDA, VVD en D66 en dus niet door D66 alleen, waar u voor koos. En als u bijvoorbeeld op de SP heeft gestemd, dan krijgt u helemaal niet wat u gekozen heeft. Democratie zou betekenen dat we onze eigen leiders mogen kiezen als mensen die op de VVD hebben gestemd door de VVD worden geregeerd, mensen die op het CDA hebben gestemd door het CDA worden geregeerd enzovoort. En je zou natuurlijk ook het recht moeten hebben jezelf als leider van jezelf te kiezen. In feite bestaan er in een democratie dan ook helemaal geen ‘kiezers’. Een keuze impliceert dat je mag kiezen wat je krijgt. Niet dat je een voorkeur mag uitspreken en vervolgens iets heel anders krijgt.

Tot slot: het verdedigen van de rechten van minderheden?
De rechten van minderheden zijn in een democratie alleen veilig als de meerderheid dat toelaat. Een paar voorbeelden. Tabak is legaal maar wiet is illegaal, omdat de meerderheid dat middel afkeurt, terwijl regelmatig een sigaret paffen ongezonder is dan af en toe blowen. Motorrijden zonder helm is verboden, want dat vindt de meerderheid te gevaarlijk, maar de Mount Everest beklimmen, hetgeen veel gevaarlijker is, is toegestaan omdat mensen ontzag hebben voor avonturiers. Mensen die liever zelf willen sparen voor hun pensioen moeten toch AOW-premie betalen. De democratie duldt geen tegenspraak.

Conclusie: ironisch genoeg staan belangrijke democratische idealen juist op gespannen voet met de democratische praktijk. Je zou democratie zelfs kunnen bestempelen als de dictatuur van de meerderheid. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we de democratie maar meteen moeten afschaffen, maar het betekent wel dat democratische meerderheden niet zo arrogant moeten zijn om te denken dat hun besluiten per definitie goed zijn omdát ze democratisch zijn genomen. Een van de gevaarlijkste clichés van de democratie is wel dat de kiezer (lees: de meerderheid) altijd gelijk heeft.

Henry Sturman

Dit is het tweede van de drie delen van het artikel van Henry Sturman dat eerder in HP/De Tijd werd gepubliceerd.

Over de auteur

Henry Sturman studeerde technische natuurkunde in Delft. Hij is freelance auteur voor o.a. HP/De Tijd en is actief binnen de Nederlandse libertarische beweging.

Sturman is eigenaar van Sturman Enterprises, een Haags bedrijf dat diensten verleent op het gebied van automatisering en internet.

Op zijn homepage kunt u meer over hem lezen.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl