Bedreigde diersoorten hebben zich hersteld

Door Simon Rozendaal

14 september 2006

In de jaren zeventig was Nederland bang dat onze roofvogels zouden verdwijnen. Door de milieuvervuiling zouden de eischalen steeds dunner worden en dus makkelijker breken. Het is anders gelopen. Volgens Vogelbescherming Nederland waren er in 1975 tussen de 2.000 en 2.500 broedparen van de buizerd, tegenwoordig 8.000 à 10.000. Vier tot vijf keer zoveel als toen.

Het aantal reeën in Nederland is ronduit geëxplodeerd. Volgens vereniging Het Reewild is de populatie de afgelopen decennia vertienvoudigd, tot ongeveer vijftigduizend. Dertig jaar geleden moest je twee uur rijden om een aalscholver te zien, tegenwoordig zitten ze midden in de steden. Er zijn momenteel tegen de twintigduizend broedparen in Nederland. Ooievaars waren zwaar bedreigd, en zitten nu op de lantaarnpaal langs de snelweg. Er waren in 1970 nog maar veertien bewoonde ooievaarsnesten, tegenwoordig ruim vijfhonderd. Er zijn thans ruim drieduizend zeehonden in de Waddenzee, acht keer zoveel als in de jaren zeventig.

Zodra de primaire levensbehoeften zijn vervuld en mensen geld hebben, worden ze vanzelf natuurbeschermers. In rijke landen zoals Nederland kunnen we het ons veroorloven om dieren te beschermen, in arme landen niet.
Dit fenomeen doet zich niet alleen in Nederland, maar ook elders voor. Het aantal lynxen is in Zwitserland sinds de jaren zeventig vertienvoudigd. Het aantal wolven in Duitsland neemt sterk toe, het aantal beren in de Alpen en Pyreneeën idem. In het Amerikaanse Yellowstone-park waren dertig jaar geleden nog tweehonderd grizzlyberen over. Inmiddels zijn er weer zeshonderd, waardoor de grizzlybeer in dit deel van de Verenigde Staten geen bedreigde diersoort meer is.

Natuurlijk heeft dit alles met welvaart te maken. Jack Hollander, emeritus hoogleraar energie aan de Amerikaanse Berkeley-universiteit, toonde in zijn boek The Real Environmental Crisis overtuigend aan dat armoe leidt tot vervuiling. Zodra de primaire levensbehoeften zijn vervuld en mensen geld hebben, worden ze vanzelf natuurbeschermers. In rijke landen zoals Nederland kunnen we het ons veroorloven om dieren te beschermen, in arme landen niet.

Toch zijn er zelfs in de Derde Wereld hoopvolle signalen. In Zimbabwe waren honderd jaar geleden nog maar 5.000 olifanten over. Nu zijn het er 88.000. De Afrikaanse olifant staat allang niet meer op uitsterven, hij is volgens prof. dr. Ben Colebrander van de Utrechtse faculteit der diergeneeskunde zelfs een plaag geworden.

Deze tekst is onderdeel van het artikel "Kop op" van Simon Rozendaal dat eerder in het opinieweekblad Elsevier verscheen. Hier vindt u de inleiding.

Over de auteur

Simon Rozendaal is wetenschaps- journalist voor het opinietijdschrift Elsevier.

Op zijn weblog publiceert hij vaak prikkelende artikelen waarin hij o.a. de ongegronde paniekzaaierij van de milieubeweging bestrijdt.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl