Grote oliejongens

Door Redactie

22 augustus 2006

De oliemaatschappijen in de wereld vormen een gewild doelwit voor de critici van multinationals. En ze zijn inderdaad groot, in de top 20 van grootste bedrijven ter wereld hebben ExxonMobil, Royal Dutch/Shell, BP en Total een stevige positie. Volgens critici ontsnappen deze multinationals aan democratische besluitvorming en zijn ze door hun enorme omvang een bedreiging voor de macht van staten. Maar hoe groot zijn ze in werkelijkheid? Het Britse blad The Economist vergeleek deze reuzen met staatsoliebedrijven en kwam tot opmerkelijke conclusies.

Van de twintig grootste oliemaatschappijen zijn 16 staatsbedrijven (NOC - National Oil Companies). 90% van alle oliereserves is in handen van NOCs. De grootste NOC, Saudi Aramco, heeft meer dan tien keer zoveel reserves als Exxon.

Wie dus klaagt over hoge olieprijzen kan zijn pijlen beter richten op overheden dan op private bedrijven (nog afgezien van de hoge accijnzen). Volgens The Economist benutten deze NOCs veel minder dan private oliebedrijven de mogelijkheden om olie te vinden en te winnen omdat ze onder het gezag van bureaucraten en politici staan. Deze onderbenutting heeft hogere olieprijzen tot gevolg.

Voor wie vreest dat we spoedig Peak Oil naderen heeft het artikel geruststellende informatie te delen. Volgens de auteur gebruikt Saudi Aramco slechts tien van de tachtig velden en kan het bedrijf nog zeventig jaar doorgaan met de huidige productiecijfers, zelfs als het geen druppel extra vindt.

- The Economist: Really Big Oil
- Business Week: Why You Should Worry About Big Oil

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl