$2300 miljard aan ontwikkelingshulp

Door Syp Wynia

2 augustus 2006

De lobbymolens draaien deze weken, met de vervroegde verkiezingen in het vooruitzicht, weer op volle toeren.

Zeker bij al die Nederlandse instellingen die het in de jaren 2008-2011 wederom geheel of gedeeltelijk moeten hebben van de gigantische staatsruif op het gebied van ontwikkelingshulp. Die uitgaven zijn tot dusver vastgepind op een vast percentage (0,8) van het bruto binnenlands product en zullen in de volgende kabinetsperiode op rond de 15 miljard euro uitkomen.

Het is daarom wellicht niet overbodig om nog eens naar wat recente publicaties over het nut van die hulp te kijken. En dan niet zozeer het nut voor al die duizenden Nederlandse belanghebbenden die er hun inkomen aan ontlenen en er hun hypotheek van betalen, maar het nut voor de landen en de mensen elders in de wereld die dankzij die hulp worden geacht beter af te zijn.

Zo trok begin juli een rapport van een Britse hulporganisatie ActionAid de aandacht, omdat daarin werd aangetoond dat veel hulpgeld niet aankomt, over de balk wordt gesmeten door dure consultants te raadplegen, of anderszins slecht wordt besteed. Van de 79 miljard dollar die westerse landen en Japan in 2004 aan armere landen gaven, bleek volgens de definitie van ActionAid bijna de helft, 47 procent, te bestaan uit dergelijke 'spookhulp'. Van de Nederlandse hulp verdween dat jaar volgens dit onderzoek bijna eenderde, 32 procent, aan uitgaven die niet bijdroegen aan het bereiken van de doelstelling, te weten het verminderen van de armoede in de wereld.


Favelas in Rio de Janeiro

Nu is ActionAid zelf een hulpclub die belang heeft bij het voortgaan van de huidige hulpstromen. Om die reden heb ik ook een pas verschenen boek van de zeer ingewijde, hooggeleerde Amerikaan en bewogen wereldburger William Easterly ter hand genomen. Easterly's laatste boek heet The White Man's Burden (De last van de blanke mens) en hij ondertitelt het met de vraag 'waarom de inspanningen van het Westen om de rest van de wereld te helpen zo veel kwaad hebben aangericht en zo weinig goed hebben gedaan'.

Politici moeten eens niet luisteren naar de huilverhalen van hulporganisaties
Easterly loopt in zijn boek allerlei inzichten, theorieën en evaluaties langs die gaan over de 2.300 miljard dollar aan uit belastingen gefinancierde westerse staatshulpgelden die de afgelopen halve eeuw naar ontwikkelingslanden zijn gegaan. Hij komt tot de dodelijke conclusie dat de uitgangspunten voor die hulp al vijftig jaar dezelfde zijn en al die tijd niets hebben opgeleverd of zelfs averechts hebben gewerkt. Hij wijt dat voor een belangrijk deel aan de illusie van de staatsplanning: een utopia-achtig fenomeen dat populair was onder Jozef Stalin en andere communistische dictatoren wier regimes inmiddels failliet zijn gegaan. Die illusie wordt bij ontwikkelingshulp onder zowel linkse als rechtse westerse politici echter vrolijk voortgezet.

Helemaal niets blijkt te werken, maar niemand die de neiging heeft te leren van de mislukkingen. Alle flaters worden eens in de zoveel tijd afgedekt door nog meer hulp in bodemloze putten te stoppen. Dat is ook niet zo vreemd, want de westerse hulp heeft meer van doen met het creëren van een fijn gevoel bij de gevers en het ontlasten van hun irrationele schuldgevoel. Ontwikkelingshulp heeft nauwelijks iets te maken met het effectief verlichten van de armoede in verre landen.

De behoefte 'iets te doen', daar gaat het om, en niet om het antwoord op de vraag of dat 'iets doen' ook daadwerkelijk helpt. Het is allemaal een groot misverstand, die ontwikkelingshulp. Zelden zijn de armen beter geworden van de hulp, vaak eerder alleen maar slechter. Niet een deel van de hulp is spookhulp, het is allemaal spookhulp.

De Nederlandse politici die straks weer de boer op moeten om zieltjes te winnen, zouden er goed aan doen eens het boek van Easterly te lezen of enkele publicaties van de Zweed Johan Norberg (bijvoorbeeld Leve de globalisering). En eens een keer niet te luisteren naar de huilverhalen die nu weer in de lobbykantoren worden verzonnen.

Als Nederland dan toch hulp. hoe nutteloos ook, wil geven, dan zou het om te beginnen het percentage waarmee de Nederlandse economie voor deze spookhulp wordt afgeroomd, kunnen laten zakken tot het West-Europese gemiddelde van zo'n 0,35 procent. Dat bespaart de Nederlandse belastingbetaler de komende kabinetsperiode ongeveer 6,5 miljard euro. Wie dan op privébasis spookhulp wil geven om er een fijn gevoel aan over te houden, die moet dat dan maar vooral zelf doen.

Gerelateerde links:
- Trade not Aid: hulp aan Afrika doet meer kwaad dan goed
- Hernando de Soto en zijn oplossing voor de wereldarmoede

Over de auteur

Syp Wynia is columnist en redacteur van het opinietijdschrift Elsevier.

Syp Wynia heeft geruime tijd als journalist gewerkt voor de politieke redactie van het Parool en is later werkzaam geweest in Brussel. Deze ervaringen hebben hem veel kennis verschaft over zowel de nationale als internationale politiek. De opgedane kennis komt uitstekend van pas bij zijn huidige werk bij Elsevier, waar hij in zijn columns het beleid van de overheid aan een zeer kritische blik onderwerpt. In 2004 sprak hij over Europa op het politiek café van MeerVrijheid. Wynia is niet verbonden aan de Stichting MeerVrijheid.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl