Vrijheid en belastingen

Door Paul Frentrop

27 juni 2006

Mijn definitie van links is dat men daar voor hoge belastingen is, terwijl rechts voor lage belastingen is. Daarom heeft links een ideologie en rechts niet, want het uitleggen van de voordelen van hoge belastingen behoeft meer toelichting. Daarin is links goed geslaagd, getuige de opbrengsten van de directe belastingen. Er wordt wel eens gedacht dat belasting iets onvermijdelijks is, maar reguliere directe belastingen, zoals de inkomsten- en loonbelasting, zijn een twintigste-eeuwse innovatie.

Voordien werd de overheid geacht te leven van de opbrengst van haar eigen bezittingen, aangevuld met heffingen als accijnzen en andere indirecte belastingen op goederen en transacties. Directe belastingen op personen werden in de achttiende eeuw alleen in autoritair geregeerde landen als Frankrijk en Rusland geheven. Slechts armen waren belastingplichtig, en dat werd dan ook beschouwd als een kenmerk van lage sociale status. In landen met meer vrijheid werden vermogende ingezetenen uitsluitend wanneer er oorlog dreigde om een persoonlijke bijdrage gevraagd. Dat is de basis van democratie en vrijheid. Want om zo'n buitengewone en eenmalige heffing goed te keuren, kwamen er parlementen.

In het oude Athene werden directe belastingen gezien als een kenmerk van tirannie. De overheid financierde zichzelf uit een variant van onze aardgasbel, de in publiek bezit zijnde zilvermijnen van Laurion. De oude Romeinen beschouwden directe belastingen als een belediging. Dergelijke heffingen legden ze alleen op aan overwonnen volkeren, niet aan Romeinse burgers.


Parthenon in Athene


In de middeleeuwen werd een verplichting om regulier belasting te betalen gezien als een vorm van slavernij. En tot veel later bleef de opvatting dat de overheid alleen in geval van oorlog burgers om geld mocht vragen. In 1799 bijvoorbeeld hief de Britse regering een progressieve inkomstenbelasting, maar deze impopulaire maatregel werd weer ongedaan gemaakt zodra Napoleon was verslagen. In de VS werd om de burgeroorlog te financieren in 1861 een inkomstenbelasting ingevoerd, met tarieven oplopend van 1 tot 10 procent, maar die werd in 1872 weer afgeschaft. Nog in 1895 verklaarde de Supreme Court aldaar een wetsvoorstel om een inkomstenbelasting in te voeren in strijd met de grondwet.

In Nederland, het kan niet vaak genoeg worden herhaald, hebben we de inkomstenbelasting te danken aan de sociaal-liberalen, liet 'paars' avant la lettre, in het conceptmanifest Aan de Kiezers, dat de Liberale Unie in februari 1891 ter goedkeuring aan de leden voorlegde, stonden naast plannen voor uitbreiding van het kiesrecht, ook plannen voor sociale wetgeving en de bijbehorende inkomstenbelasting. Dit is volledig uit de hand gelopen. Inmiddels hebben we ons er bij neergelegd dat de overheid ons zeker de helft van onze verdiensten afneemt. Wij zien dat niet langer als een aantasting van onze vrijheid.


Twee belastingontvangers.
Schilderij van Marinus van Reymerswaele (ca. 1542)


Nu zijn het nog slechts ondernemers die merken dat ze tot augustus via de staat voor anderen werken en pas over de inkomsten die ze nadien weten te verkrijgen vrij mogen beschikken. Loonslaven, pas honderd jaar stemgerechtigd, worden sinds 1942 geruisloos gekort via de loonbelasting. Ze krijgen hun hele loon niet eens in handen.

Nu is er gedoe over belastingheffing ten behoeve van de AOW. Maar dat is gerommel in de marge. De AOW is een halve eeuw geleden ingevoerd omdat mensen door de crisis en de Tweede Wereldoorlog niet zelf voor hun oude dag hadden kunnen sparen. Sindsdien hadden mensen dat best zelf kunnen doen, ware het niet dat de overheid de helft van hun inkomen in beslag nam, vooral ten behoeve van 'sociale voorzieningen'. Dat leidde tot steeds meer overheid en dus tot steeds minder zelfredzaamheid. Nu wordt dat zelf geschapen probleem van de oudedagsvoorziening opgelost door nog meer belastingheffing op inkomen.

Inmiddels hebben we ons er bij neergelegd dat de overheid ons zeker de helft van onze verdiensten afneemt. Wij zien dat niet langer als een aantasting van onze vrijheid.


Tastbare twintigste-eeuwse vernieuwingen als auto, elektriciteit, penicilline, 'de pil' en de computer hebben mensen meer vrijheid geboden. Maar belastingen veroorzaken het tegengestelde. Die scheppen meer overheid.

Paul Frentrop

Dit artikel verscheen eerder in FEM Business.

Over de auteur

Paul Frentrop schrijft regelmatig voor HP/De Tijd en werkte eerder voor onder andere Het Financieele Dagblad en NRC Handelsblad.

Frentrop promoveerde in 2002 met een studie naar 'corporate governance' door de eeuwen heen. Tegenwoordig is hij directeur van Deminor dat de belangen behartigt van minderheids-aandeelhouders.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl