“A government big enough to give you everything you want, is strong enough to take everything you have.”
Thomas Jefferson

Leven en werk van John Stuart Mill (1806-1873)

Door Ingezonden

28 augustus 2006

John Stuart Mill werd in 1806 in Londen geboren. Hij was de zoon van James Mill, die ook een bekende econoom uit de Klassieke School was. Vanaf zijn derde kreeg hij lessen in lezen, schrijven, Grieks en rekenen. Vanaf zijn achtste kreeg hij les in Latijn, algebra en meetkunde. Toen hij zeventien jaar oud was stichtte hij al een 'utilitarische vereniging'.

Na een zenuwinzinking op zijn eenentwintigste nam hij wat meer afstand tot de ideeën van Jeremy Bentham. Hij leefde lange tijd samen met zijn vrouw Harriët Tayler, die samen met hem de emancipatie van de vrouwen heeft bepleit. John Stuart Mill was als Engels filosoof en econoom een van de meest liberale denkers van de 19e eeuw. Hij stierf in 1873.

Zijn hoofdwerk dat als een kritische samenvatting van de klassieke gedachtegang kan worden opgevat met vernieuwingen op het terrein van geld en internationale handel, verscheen in 1848 onder de titel Principles of Political Economy.

Voor politiek en economie is Mill belangrijk geweest door zijn boek On Liberty , waarin hij sterk liberale opvattingen heeft verwoord. Hij nam het op voor de vrijheid van meningsuiting en betoogde in zijn boek dat het muilkorven van opinies een “peculiar evil” is. Het grondrecht op vrijheid van meningsuiting dient als een klassiek-liberaal vrijheidsrecht te worden opgevat die een onthoudingsplicht in hoofde van de overheid oplegt. Het is een recht dat slechts om zwaarwichtige redenen kan worden beperkt, met name omdat het in een concreet geval botst met een ander grondrecht (bvb. persoonlijke integriteit). Eigen aan grondrechten is dat er tussen grondrechten onderling geen vaste hiërarchie bestaat. Een eventuele beperking van de vrijheid van meningsuiting dient steeds relationeel te kunnen worden verantwoord en mag nooit berusten op de intrinsieke waarde of waarheid van wat gezegd wordt.

De staat beschermt dus ook ‘onware’ meningsuitingen en weigert het inzetten van dwangmiddelen om zo’n meningsuitingen te bestrijden. De staat dient dus neutraal te zijn. Een neutrale staat erkent het beginsel van vrijheid van godsdienst of levensbeschouwing, het gelijkheidsbeginsel dat de staat het recht ontneemt een voorkeur uit te drukken voor één specifieke godsdienst of levensbeschouwing over een andere en het tolerantiebeginsel dat de staat oplegt het vreedzaam samenleven van diverse godsdiensten en levensbeschouwingen te bevorderen.

Volgens de stelling van John Stuart Mill kan een overheid wel beteugelend optreden tegen zekere gebruiksvormen van het grondrecht op vrijheid van meningsuiting, omwille van de schadelijke gevolgen op anderen. De overheid is dus niet gelegitimeerd om op te treden indien er geen schadelijke gevolgen zijn voor de anderen. Het non-interventieprincipe van Mill is als volgt weergegeven in zijn boek ‘On liberty’ van 1859: ‘Dit principe is, dat het enige oogmerk dat de mensheid het recht geeft om individueel of collectief in te grijpen in de vrijheid van handelen van een van hen, hun eigen bescherming is; en dat de enige reden waarom men rechtmatig macht kan uitoefenen over enig lid van een beschaafde samenleving, tegen zijn zin in, de zorg is dat anderen geen schade wordt toegebracht’.

John Stuart Mill schreef heel wat werken waar hij naam en faam mee verdiend heeft. Zijn belangrijkste werken zijn Principles of Political Economy (1848), On Liberty (1859), Utilitarianism (1863) en The Subjection of Women (1869).

Dit artikel verscheen eerder op Liberales

Gerelateerde links:
http://www.utilitarianism.com

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl