Seksueel geweld

Door Bart Croughs

23 mei 2006

Het heelal werd donkerrood van de vruchten der propaganda, zong Herman Gorter lang geleden.

Tegenwoordig draagt het heelal de kleur van het feminisme.

Vooruitstrevende reclamemakers begonnen een paar jaar geleden met het vervaardigen van feministische reclamespotjes (mannen die de afwas doen in plaats van vrouwen). Helaas voor de reclamemakers zijn het in Nederland nog steeds de vrouwen die de afwas doen; resultaat: de vrouwelijke consumenten konden zich niet identificeren met de nieuwe spotjes, en vertikten het om de `mannenafwasmiddelen' voor zichzelf aan te schaffen. De reclamemakers zijn inmiddels onder druk van marktoverwegingen teruggekomen van hun feministische pad.

De overheid trekt zich nooit wat aan van marktoverwegingen en gaat dus lustig voort feministische spotjes uit te zenden. Het begon met campagnes als `kies exact', `vrouwen gevraagd voor mannenwerk' en `een slimme meid is op haar toekomst voorbereid'. Op deze niet erg succesvolle pogingen de Nederlandse vrouwen tegen hun wil te `emanciperen', volgde een tweede serie campagnes: een spotje waarin een jongeman zich vergreep aan een enigszins verlopen vrouw; een spotje waarin een vrouw met huilerig en beursgeslagen gezicht in beeld verscheen, vergezeld van de tekst: `Hij is zo lief voor de kinderen. Neem niet hem, maar jezelf in bescherming'; en een spotje over mannen die `seksueel geweld' plegen op de `werkplek'. Vooral de laatste drie spotjes zijn opmerkelijk: hierin worden mannen afgeschilderd als plegers van `seksueel geweld', om eens een feministische modeterm te gebruiken, en als plegers van gewoon geweld.

Maar de spotjes zijn nog het ergste niet. Dat zijn de bijbehorende `voorlichtingsfolders' die door de overheid worden verspreid; wie deze folders inziet, zal moeite hebben zijn ogen te geloven. Neem de folder die bij het reclamespotje over `seksueel geweld' hoort: Seks is natuurlijk maar nooit vanzelfsprekend. Het mannelijk volksdeel wordt hierin op een bijzonder generaliserende, stigmatiserende, ja discriminerende manier in beeld gebracht. Nu is al langer bekend dat blanke mannelijke heteroseksuelen de enige bevolkingsgroep vormen die nog ongestraft beledigd mag worden, dus men zou kunnen zeggen: niets nieuws onder de zon. Maar de uitzonderlijke waanzin van deze folder mag toch opmerkelijk genoemd worden, te meer omdat het geen publikatie van Opzij of van Germaine Greer is, maar van de Nederlandse overheid.

Wat is dan wel die `verkeerde' manier van kijken? Dat is de manier van kijken die van de volgende gedachten vergezeld gaat: `Nou, die ziet er lekker uit.' - `Zo, wat een kontje!' - `Tjee, wat een heerlijke borsten.' - `Nou, daar zou ik het wel eens mee willen doen.'
`Het is nog steeds een feit dat veel mannen in de omgang met vrouwen er verkeerde ideeën op nahouden,' lezen we. Al op de eerste bladzijde staat de feministische gedachtenpolitie op, die uitmaakt welke ideeën `goed' zijn en welke ideeën `verkeerd'. De `verkeerde' ideeën moeten uiteraard worden uitgeroeid.

`En dan doelen we op de vreemde, seksistische ideeën die mannen van vrouwen hebben.' In de eerste zin was het nog `veel mannen', maar vrijwel direct gooit de staat alle schroom van zich af en spreekt gewoon van `mannen' zonder meer. Vervang `mannen' door `negers' en je wordt voor de rechter gesleept.

`Een heleboel jongens en mannen kijken nog steeds op een verkeerde, ``stoere'' manier naar vrouwen.' Er wordt gelukkig weer wat gas teruggenomen: een `heleboel' mannen is het dit keer. Opmerkelijk is dat de eisen met iedere zin hoger worden: wilden onze bureaucraten eerst alleen `verkeerde' gedachten uitroeien, nu komt ook de `verkeerde' manier van kijken aan bod.

Wat is dan wel die `verkeerde' manier van kijken? Dat is de manier van kijken die van de volgende gedachten vergezeld gaat: `Nou, die ziet er lekker uit.' - `Zo, wat een kontje!' - `Tjee, wat een heerlijke borsten.' - `Nou, daar zou ik het wel eens mee willen doen.'

Van deze feministische puriteinen mag je dus van een vrouw met een lekker kontje niet meer vinden dat ze een lekker kontje heeft, en je mag ook niet meer het verlangen koesteren `het met haar te doen'. (Opmerkelijk is overigens dat de boodschap alleen op hetero's is gericht, en homo's geheel buiten schot blijven. Je vraagt je af hoe deze uiterst discriminerende houding verklaard kan worden. Zijn dit soort gedachten misschien alleen zondig als ze betrekking hebben op vrouwen? - Maar in dat geval zouden althans de lesbiennes flink aangepakt moeten worden. Of is het gewoon weer een kwestie van niet `homovijandig' durven te zijn? Of misschien denkt de overheid dat homo's dat soort `verkeerde' gedachten niet hebben? Dat zou toch van een verregaande wereldvreemdheid getuigen. Of mogen de homo's misschien nog wel zondige gedachten hebben van onze overheid om het onrecht goed te maken dat hun in het verleden door de overheid is aangedaan? Of zijn er misschien aparte op homo's gerichte folders gemaakt, die worden verspreid in homobars? Eigenlijk zou je de verantwoordelijke ambtenaren moeten bellen om het ze te vragen, maar dat is ook weer zoiets.)

Onder seksuele intimidatie blijken ook `dubbelzinnige grapjes' te worden verstaan, en het beoordelen van vrouwen `niet op hun professionaliteit, maar op hun vrouwelijkheid'. Voorts geldt als seksuele intimidatie: `een collega met je ogen uitkleden, naar haar borsten kijken in plaats van recht in de ogen', `te dicht tegen haar aan staan in de lift, haar publiekelijk complimenteren dat ze er ``lekker'' uitziet, of in haar oor fluisteren'. Wie deze waslijst afloopt, verbaast zich erover dat nog steeds maar `1 op de 3 vrouwen die buitenshuis werken, te maken krijgen met seksuele intimidatie', zoals de folder vermeldt.
Goed, je mag als man dus tegenwoordig van een vrouw die er lekker uitziet niet meer vinden dat ze er lekker uitziet, en je mag ook niet meer het verlangen koesteren `het met haar te doen'. Dat is allemaal heel, heel `verkeerd'.

Ook de tekeningen uit de folder maken duidelijk waar het om draait. Zelfs Peter van Straaten en Kamagurka hebben een bijdrage geleverd; ook deze heren blijken hun prijs te hebben. Een paar tekeningen: man en vrouw in bioscoop; man neemt initiatief; vrouw laat boos weten niet te willen. Man en vrouw liggen samen in bed; man staat op punt initiatief te nemen; vrouw laat boos weten niet te willen. Man brengt vrouw 's avonds na etentje thuis en probeert initiatief te nemen; vrouw laat boos weten niet te willen. Jongen en meisje zitten 's avonds op bank muziek te luisteren; jongen probeert initiatief te nemen; meisje laat boos weten niet te willen. Enzovoorts. De boodschap is in de tekeningen nog duidelijker dan in de tekst: je bent als man bijzonder verwerpelijk en vrouwonvriendelijk bezig als je initiatief neemt op erotisch gebied.

Het is een wel heel bizarre aap die hier uit de overheidsmouw komt. Wat zou hierachter kunnen zitten? Duistere manipulaties van het GPV en de EO om het aantal abortussen terug te dringen? Al even duistere manipulaties van de Club van Rome om de bevolkingsgroei af te remmen? Het lijkt allemaal niet erg waarschijnlijk. De meest waarschijnlijke theorie lijkt me dat de schrijfsters van deze brochure gefrustreerde feministes zijn: te oud of te lelijk om een fatsoenlijke kerel aan de haak te kunnen slaan, en te afgunstig om hun jongere en aantrekkelijkere seksegenoten wel een pleziertje te gunnen. Want hoe zou seksueel verkeer nog tot stand kunnen komen als mannen geen initiatief meer mogen nemen? Dat vrouwen voortaan het initiatief nemen is geen oplossing; mannen en vrouwen zijn immers `gelijkwaardig', ja zelfs `gelijk', zoals de brochure vermeldt, dus wat mannen niet mogen, mogen vrouwen ook niet. En hoe zouden mannen 'm nog omhoog kunnen krijgen als ze geen behagen meer mogen scheppen in `heerlijke borsten' of een `lekker kontje'? Het moet de schrijfsters van de brochure toch bekend zijn dat de mannelijke seksualiteit nu eenmaal bijzonder verwerpelijk in elkaar zit; niet de nobele inborst van een vrouw doet het bloed naar zijn verwerpelijke roede stromen, maar haar lekkere kontje. Feministische propaganda zal wel kunnen verhinderen dat de aanblik van een lekker kontje zijn seksistische bloed zal doen stromen - schuldgevoel werkt nu eenmaal libidoverlagend - maar zal er nooit toe kunnen leiden dat een nobele inborst het wonder wel zal bewerkstelligen.

Vreemd genoeg staat even verderop in de brochure: `seks is leuk'. Hoe heb ik het nu?! Seks is leuk? Je mag geen aandacht besteden aan lekkere borsten en billen, je mag niet het verlangen voelen met een `lekkere' vrouw naar bed te gaan... en toch `seks is leuk'? Hoe dan, vraag je je af. De enige oplossing lijkt mij dat hier gedoeld wordt op soloseks, waarbij bovendien onkuise gedachten aan borsten en billen geweerd dienen te worden. Maar dit is niet het geval, want even later staat duidelijk vermeld: `Als twee mensen zich tot elkaar aangetrokken voelen...' De verwarring is nu compleet. Waarschijnlijk is het gewoon een trucje van de schrijvers om zich in te dekken tegen het verwijt van zedenmeesterij: er staat toch zeker dat seks leuk is!

Maar het ergste moet nog komen: `Dat zachte klapje op de bil kan al een vorm van seksueel geweld zijn.' Woorden zijn zeer belangrijk, dat zien ook de feministen goed in. Eerst heette het klassieke klapje op de bil nog `ongewenste intimiteiten', maar dit klonk kennelijk te vriendelijk; intimiteiten zijn nu eenmaal niet iets om je erg druk over te maken. De `intimiteiten' van weleer zijn inmiddels verworden tot `geweld'.

Maar, geloof het of niet, feministisch taalbederf kan nog groteskere vormen aannemen: `Seksueel geweld houdt echter, volgens de huidige normen, nog veel meer in. Het kan ook een opmerking zijn of een gebaar, een blik.' Op dit punt aanbeland denk je met een parodie op het militante feminisme te maken te hebben; je bekijkt het foldertje nog eens goed, maar nee, het staat er echt: een publikatie van het ministerie van Justitie, Onderwijs en Wetenschappen, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en WVC. Vier ministeries maar liefst hebben aan de totstandkoming van deze folder meegewerkt. Ça fait rêver, zou Flaubert in zo'n geval opmerken.

Wat die normen voor seksueel geweld nu precies zijn, wordt in de folder niet duidelijk gemaakt. Welk gebaar is nog geen `geweld' en welk gebaar wel; welke blik kan nog net, en welke blik is over de schreef? Deze dringende vragen worden in de folder helaas niet beantwoord. In een vervolgfolder, Zo voelen vrouwen zich als ze op het werk worden lastiggevallen, wordt nader ingegaan op dit probleem. (In deze folder wordt een derde term ingevoerd om het verschijnsel van `ongewenste intimiteiten' aan te duiden: `seksuele intimidatie'. `Intimidatie' lijkt ten opzichte van `geweld' weer een stap terug te zijn; misschien een teken dat het einde van deze serie campagnes in zicht komt.)

Onder seksuele intimidatie blijken ook `dubbelzinnige grapjes' te worden verstaan, en het beoordelen van vrouwen `niet op hun professionaliteit, maar op hun vrouwelijkheid'. Voorts geldt als seksuele intimidatie: `een collega met je ogen uitkleden, naar haar borsten kijken in plaats van recht in de ogen', `te dicht tegen haar aan staan in de lift, haar publiekelijk complimenteren dat ze er ``lekker'' uitziet, of in haar oor fluisteren'. Wie deze waslijst afloopt, verbaast zich erover dat nog steeds maar `1 op de 3 vrouwen die buitenshuis werken, te maken krijgen met seksuele intimidatie', zoals de folder vermeldt. Zou twee derde van de werkende Nederlandse vrouwen zo onaantrekkelijk zijn dat er nooit ook maar naar haar borsten is gekeken of in haar oor is gefluisterd? Of heeft al die opvoedende publieksvoorlichting van de afgelopen jaren misschien toch effect gehad op het gedrag van de Nederlandse mannen?

Erg opmerkelijk is voorts dat de vrouwelijke seksualiteit in de folders geheel buiten schot blijft. Ik neem aan dat de schrijfsters van de brochures, ondanks alles, ooit weleens een man zo gek hebben gekregen hen te bestijgen. Ik vraag me af waar hun gedachten toen waren: bij de nobele inborst van de man in kwestie, of misschien toch bij zijn `lekkere' roede? En als dit laatste het geval mocht zijn, is dat dan niet erg `verkeerd'?

Het blijft in ieder geval merkwaardig dat in een tijd waarin het voor vrouwen erg progressief en `bevrijd' staat om over een man te zeggen dat hij een lekker kontje heeft, mannen dit van een vrouw zelfs niet meer mogen denken.

Hoe deprimerend de folders ook zijn, ze maakten me wel voor het eerst duidelijk wat er nu eigenlijk wordt bedoeld met de kreet `postfeministisch tijdperk': een tijdperk waarin zelfs de meest absurde feministische leerstellingen tot regeringsbeleid zijn verheven.

Bart Croughs

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl