“Het probleem van de wereld is niet dat er teveel mensen zijn, maar een gebrek aan politieke en economische vrijheid.”
Julian Lincoln Simon

Reactionaire genen - Professor Galjaard over erfelijkheid

Door Bart Croughs

27 april 2006

Na de eerste twee afleveringen van de Vara-serie Alle mensen zijn ongelijk werd al duidelijk dat deze serie z'n taboedoorbrekende pretenties niet wist waar te maken.

De eerste aflevering begon nog veelbelovend; de mensen in straatinterviews die de nadruk legden op het belang van opvoeding en omgeving, werden door professor Hans Galjaard van honend commentaar voorzien. Aan de aard van het beestje viel volgens hem minder te sleutelen dan algemeen werd aangenomen; erfelijkheid speelde een veel grotere rol dan men na tientallen jaren progressieve propaganda geneigd was te denken.

Vervolgens kwam de criminaliteit aan de orde. Ook daar speelde erfelijkheid wel degelijk een rol, aldus Galjaard. Dapper en taboedoorbrekend? Dat valt wel mee; als je uit zo'n onverdachte hoek als de Vara-televisie met zo'n onverdachte presentator als Paul Witteman vijf afleveringen krijgt aangeboden om je opinies te ventileren, is er niet veel reden meer om de toorn van de progressieve intellectueel te vrezen. Mits je niet te ver gaat uiteraard, en dat deed Galjaard dan ook niet: Buikhuisen was al gerehabiliteerd voordat Galjaard deze uitspraken deed. Galjaard speelde in een comfortabele positie de rol van dappere taboedoorbreker, maar waar was hij toen zijn collega Buikhuisen werd afgebrand?

Hans GaljaardNog een taboe werd in deze eerste aflevering aangesneden: het verschil tussen mannen en vrouwen. Galjaard deed de opmerkelijke uitspraak dat vrouwen een verzorgende instelling bezitten die bij mannen ontbreekt. Hoewel iedere Jan Lul dat weet, was die uitspraak inderdaad taboedoorbrekend; intellectuelen zijn nu eenmaal geneigd de meest elementaire kennis te verdringen als hun ideologie daarom vraagt. Kennelijk geschrokken van zichzelf neutraliseerde Galjaard deze uitspraak dan ook direct, door Witteman te verzekeren dat het desondanks slechts een kwestie van tijd was dat vrouwen evenveel maatschappelijke topposities zouden veroveren als mannen. In de feministische optiek van Galjaard zijn vrouwen een soort supermannen: ze zijn in staat om de zorg voor de kinderen op zich te nemen, en tegelijkertijd een even flitsende carrière te maken als hun man, die zijn handen wel vrij heeft. - Nou ja, we hebben wel gekkere dingen gehoord van feministen.

Was de eerste aflevering dus op z'n best halfslachtig te noemen, de tweede aflevering kwam zelfs voor dit predikaat niet in aanmerking. Dit was gezien het onderwerp - genetische verschillen tussen rassen - ook wel te verwachten. Wie al bang is de feminist voor het hoofd te stoten, zal voor de antiracist helemaal panisch zijn; en dat was Galjaard dan ook.

Galjaard had natuurlijk tegen Witteman kunnen zeggen: `Ik vind dit onderwerp niet geschikt om voor miljoenen mensen vrijuit over te praten. Ik houd het liever taboe, niet alleen omdat ik bang ben voor racist te worden uitgemaakt, maar ook omdat ik bang ben dat men verkeerde conclusies zal gaan trekken of dat er groeperingen zijn die mijn woorden zullen misbruiken.' Zo'n standpunt had nog gerespecteerd kunnen worden. Galjaard heeft, om wat voor redenen dan ook, toch meegedaan aan de uitzending, en het publiek, dat gedwongen wordt zijn salaris te betalen en zijn onderzoek te financieren, bedrogen met uitvluchten, drogredenen en hele en halve leugens. Dat kan niet gerespecteerd worden.

Het contrast tussen de tweede aflevering en het begin van de eerste aflevering had niet treffender kunnen zijn. Ineens speelden de genen helemaal geen rol meer; ineens was alles te wijten aan de omgevingsfactoren. Dat de verschillen in huidkleur tussen verschillende rassen door de opvoeding bepaald waren, wilde Galjaard nog net niet beweren, maar het scheelde niet veel. Hoe Witteman ook z'n best deed Galjaard taboedoorbrekende uitspraken te ontlokken, de professor gaf geen krimp, maar lepelde de ene drogreden na de andere op. Had hij helemaal geen antwoord meer, dan zei hij eenvoudig: dat is te moeilijk om nu op in te gaan.

Paul WittemanGeen gelegenheid liet hij voorbijgaan om te benadrukken dat hij tot de categorie `goede Nederlanders' behoort. Toen er beelden werden getoond van gekleurde landgenoten, zei Galjaard guitig: `als ik dit zie denk ik: jammer dat ik niet tot dat ras behoor.' Een stuitender demonstratie van een kruipende en likkende antiracist werd sinds Koot en Bie niet meer op de Nederlandse buis vertoond. Deze weg-met-ons-uitspraak is bovendien, zoals wel meer `antiracistische' uitspraken, ronduit racistisch. Maar goed, zolang het als minderwaardig voorgestelde ras maar blank is, hoef je niet bang te zijn voor de rechter, en kun je zelfs op luid applaus rekenen.

`Er is geen onderwerp waarover mensen in het openbaar zulke verschillende dingen zeggen als ze in de beslotenheid van hun huiskamer zeggen', aldus Galjaard. Wat voor dingen worden dan wel in die huiskamers gezegd? wilde Witteman weten. Zo erg, dat Galjaard ze niet bij naam durfde te noemen. `Hele vreselijke dingen,' kwam er slechts uit. - Wie kon er toen nog aan twijfelen dat Galjaard zelf deze dingen in de beslotenheid van zijn huiskamer niet zei?

Als de uitkomsten van onderzoek naar verschillen tussen de rassen door een wetenschapper als `heel vreselijk' kunnen worden ervaren, is het duidelijk dat de betreffende wetenschapper niet de aangewezen persoon is om over dit onderzoek met enige onpartijdigheid te oordelen; en dat werd in de loop van de uitzending dan ook bevestigd.
 

Menselijke rassen bestaan helemaal niet eens, genetisch en biologisch gesproken, aldus Galjaard. Want verschillende rassen kunnen zich niet met elkaar voortplanten, en bijvoorbeeld negers en blanken kunnen zich wel met elkaar voortplanten; er is dus maar één menselijk ras.
Menselijke rassen bestaan helemaal niet eens, genetisch en biologisch gesproken, aldus Galjaard. Want verschillende rassen kunnen zich niet met elkaar voortplanten, en bijvoorbeeld negers en blanken kunnen zich wel met elkaar voortplanten; er is dus maar één menselijk ras. Galjaard vond de stelling dat er geen menselijke rassen bestaan zo belangwekkend dat hij hier later in de uitzending nog een keer op terugkwam. Helaas haalde de professor in zijn antiracistische ijver twee begrippen door elkaar, namelijk de begrippen `soort' en `ras': Galjaards stelling geldt voor het begrip `soort' - met die toevoeging dat de nakomelingen zelf ook vruchtbaar moeten zijn - maar niet voor het begrip `ras'. Van een professor zou men zo'n `vergissing' niet snel verwachten, van een ideologisch bevlogen leugenaar wel. Maar gesteld dat Galjaard gelijk had met zijn definitie van het begrip `ras', waarom daar dan zo de nadruk op leggen? Dit soort woordspelletjes heeft geen enkel werkelijk belang, ze zijn slechts bedoeld om een rookgordijn op te trekken en de vragen die er echt toe doen te versluieren. Of je nu zegt dat er verschillende rassen bestaan, of dat je een ander woord verzint, of dat je in je antiracistisch enthousiasme de mensen verbiedt er überhaupt een woord voor te verzinnen: de verschillen tussen bijvoorbeeld zwarten en blanken worden hier niet mee uitgewist, zoals Galjaard onbewust schijnt te hopen. Zwarten zullen er echt niet witter op worden, en blanken niet zwarter. Dit is erg jammer, aangezien op die manier een hoop problemen zouden worden opgelost, maar zo is het nu eenmaal. In het prelogische denken bestaat iets pas als er een naam voor is, vandaar waarschijnlijk de ijver van Galjaard om de naam uit te bannen.

Galjaards volgende argument verwees naar Mesopotamië (nu Irak) en Egypte, landen die vijf- tot zesduizend jaar geleden bloeiende beschavingen kenden, terwijl de bevolking in Europa nog in berevellen rondliep. Dit zou inderdaad een argument tegen genetisch bepaalde IQ-verschillen tussen Arabieren en blanken kunnen zijn, maar dit zegt niets over de zwarten, die nu eenmaal de hoofdrol spelen in de IQ-controverse. Daarvoor moet je eerst een hoogontwikkelde zwarte beschaving aanwijzen. (Amerikaanse professoren in `black studies' - de zwarte pendant van die andere twee universitaire miskramen: homostudies en vrouwenstudies - beseffen dit ook, en betogen dan ook dat dit soort rijken wel degelijk heeft bestaan, dat de oude Egyptenaren eigenlijk negers waren en dergelijke; maar ik moet Galjaard in ieder geval nageven dat hij zo diep nog niet gezonken is.)

Arthur JensenHiermee kwam de discussie op de IQ-tests die in Amerika onder verschillende bevolkingsgroepen zijn gedaan. Met smaak vertelde Galjaard over Arthur Jensen, de man die durfde te beweren dat de lage IQ-score van zwarten - gemiddeld 15 IQ-punten lager dan blanken - waarschijnlijk gedeeltelijk te wijten was aan erfelijke factoren. Jensen werd zo bedreigd, aldus een glunderende Galjaard, dat hij moest verhuizen, een lijfwacht moest nemen, zijn huwelijk stukliep, et cetera. Voor het eerst in het gesprek toonde deze toch zo zachtmoedig ogende antiracist z'n ware bloeddorstige aard, en leverde hij en passant een treffende illustratie van zijn stelling dat je mensen niet op hun uiterlijk kunt beoordelen.

Wat had Galjaard over de resultaten van het IQ-onderzoek te melden? In de eerste plaats deugden volgens Galjaard de IQ-tests niet omdat ze afgestemd zouden zijn op blanken en niet op zwarten, die in een andere cultuur zouden leven. De theorie dat de lagere score van de zwarten aan de culturele bepaaldheid van de testen ligt, is op twee verschillende manieren getest: in de eerste plaats door de testpersonen naast testen waarvoor culturele bagage nodig is, ook testen voor te leggen waarin het culturele aspect zoveel mogelijk weggewerkt is. Wat bleek? Op deze laatste testen scoorden de zwarten niet hoger, zoals te verwachten zou zijn op grond van de `cultuurhypothese', maar zelfs lager. Een tweede test onderging de cultuurhypothese door het testen van Aziaten. De cultuur van de pas ingestroomde Aziaten wijkt beduidend meer af van de cultuur van de blanke Amerikanen dan de cultuur van de al veel langer in Amerika levende zwarten. Het resultaat van deze tweede test was al even vernietigend voor de cultuurhypothese: Aziatische leerlingen scoorden niet lager dan blanken, zoals te verwachten zou zijn op basis van de cultuurhypothese, maar even hoog of zelfs iets hoger - en dat terwijl in veel Aziatische gezinnen niet eens Engels wordt gesproken.

Galjaards tweede argument verklaart de lage score van de zwarte scholieren uit het feit dat ze relatief vaak uit sociaal achtergestelde gezinnen kwamen. Ook dit is onzin: bij de onderzoeken waarbij alleen IQ-scores vergeleken werden van leerlingen die dezelfde sociaal-economische achtergrond hadden, was het verschil tussen blanke en zwarte leerlingen nog altijd 11 à 12 IQ-punten.

Wat voerde Galjaard nog meer aan ter verklaring van de achterstand van de zwarten? Het stamverband als sociale structuur zou teniet zijn gedaan door het kunstmatig aanleggen van grenzen in Afrika door de kolonisators. Dit zou weliswaar een (gedeeltelijke) verklaring kunnen zijn voor de huidige misère in Afrika, maar het laat de geringe ontwikkeling van Afrika vóór de kolonisatie onverklaard.

Witteman bleef wanhopig proberen om Galjaard taboedoorbrekende uitspraken te laten doen. Soms leidde dit tot bijzonder komische dialogen, waarbij Galjaard van gekkigheid niet meer wist welke uitvluchten hij moest verzinnen. Witteman liet beelden zien van LA, met plunderende zwarten en Aziaten die hun winkels verdedigden. - Dat verschil, meneer Galjaard, hoe komt dat? - Ja, dat komt omdat Amerika zo'n harde maatschappij is, de survival of the fittest. - Maar waarom zijn de zwarten niet de fittest? - Ja, waarom zijn u en ik niet de fittest? (Hij zei het echt.) Zwarten waren driehonderd jaar geleden wel de fittest, toen werden de fitste zwarten gevangengenomen om als slaaf naar Amerika te worden getransporteerd. (Het klinkt ongeloofwaardig, maar ook dit zei hij echt; ik heb het programma op video opgenomen en het betreffende gedeelte twee keer zorgvuldig beluisterd.)

Erfelijke aanleg is weliswaar belangrijker dan milieu, maar dat geldt alleen voor individuen, niet voor rassen, aldus Galjaard. Waarom niet? Omdat de variatie van een bepaalde eigenschap binnen een ras zo groot is, dat ze niet allemaal kunnen verschillen van een ander ras. Weer een mooi voorbeeld van het opzettelijk optrekken van een rookgordijn, waarin Galjaard zo bedreven is. De vraag is namelijk niet of bijvoorbeeld alle zwarten een lager IQ hebben dan alle Japanners - dat beweert niemand - , maar of zwarten gemiddeld een lager IQ hebben dan Japanners.

Nog een Galjaard-argument: een laag IQ van zwarten zou via de evolutie niet te begrijpen zijn, en dus niet mogelijk zijn. Galjaard ziet namelijk niet in wat voor overlevingsvoordelen een lager IQ de zwarten oplevert. Nu is niets zo eenvoudig als het verzinnen van evolutionaire verklaringen. (Arthur Schopenhauer, die Darwin niet eens kende, had al een evolutionaire verklaring bedacht voor het IQ-verschil tussen blanken en zwarten.) Alleen iemand die vastbesloten is zo'n verklaring niet te vinden zal dat lukken, en dan nog met moeite: zelfs de vraagstelling moet hij zeer zorgvuldig formuleren. Hij moet bijvoorbeeld niet zeggen: ik zie niet in wat voor overlevingsvoordelen een hoger IQ blanken oplevert. De absurditeit van zo'n stelling zou zelfs het Vara-publiek meteen in het oog springen.
 
`Ik weet al dat de verschillen te wijten zijn aan sociale en culturele omstandigheden, dus ik ga niet zoeken naar een niet-bestaand genetisch verschil'

Prof. Dr. Hans Galjaard
Galjaard zou geen onderzoek willen doen naar erfelijke verschillen in IQ tussen bijvoorbeeld blanken en zwarten: `Ik weet al dat de verschillen te wijten zijn aan sociale en culturele omstandigheden, dus ik ga niet zoeken naar een niet-bestaand genetisch verschil', aldus Galjaard. Hier spreekt de ware onderzoeker! Al voordat het onderzoek verricht is, kent onze professor de uitkomsten, zuiver op basis van zijn eigen vlekkeloze argumentatie. In één klap weet Galjaard de wetenschappelijke klok tweeduizend jaar terug te zetten.

Maar vrijwel direct daarop kwam de aap uit de mouw: `Onderzoek moet toch ten voordele zijn van de mensen?' Maar beste Galjaard, de uitkomsten van zo'n onderzoek zouden jou toch in het gelijk stellen? Je zou dan eindelijk het doorslaggevende bewijs van je eigen gelijk in handen hebben, en niet meer je toevlucht hoeven nemen tot allerlei op de lachspieren werkende drogredenen. - Het lijkt er warempel op alsof Galjaard de uitkomsten van zo'n onderzoek vreest! Wie had kunnen denken dat een Goede Nederlander als Galjaard er onbewust zulke racistische opvattingen op na zou houden? Ik begin me nu toch echt af te vragen wat Galjaard in de beslotenheid van zijn huiskamer allemaal niet beweert!

Galjaard gaat verder: zwarte mannen doen het niet goed, zwarte vrouwen doen het beter. Dat komt omdat zwarte vrouwen meer geaccepteerd worden dan zwarte mannen. Conclusie: het ligt aan de omgeving. - Dat zwarte vrouwen misschien beter geaccepteerd worden dan zwarte mannen juist omdat ze het beter doen, zo'n gedachte komt in Galjaards hoofd uiteraard niet op. Bovendien scoren zwarte vrouwen op de IQ-tests gemiddeld nog altijd 13 à 14 IQ-punten lager dan blanken; iets te veel om te kunnen concluderen dat er geen genetische factoren in het spel zijn, lijkt mij.

Naar aanleiding van een experiment met positieve discriminatie van zwarten in een Amerikaans ziekenhuis zei Galjaard: `daarvoor kregen ze de handen niet op elkaar bij de blanken die ook om een plaatsje moeten knokken. De Aziatische studenten doen het in Amerika zelfs zo goed dat ze door de universiteiten gediscrimineerd worden: er worden minder Aziaten aangenomen dan op grond van hun studieresultaten terecht zou zijn. Met andere woorden: discriminatie is aan de orde van de dag als je zelf bedreigd bent.'

De wereld nog meer op z'n kop zetten dan Galjaard hier doet, is nauwelijks mogelijk. Dat de Aziatische studenten in Amerika op grond van hun ras worden gediscrimineerd door de universiteiten is juist - Amerika schijnt niets geleerd te hebben van z'n deprimerende verleden, en maakt z'n traditie op dat gebied helemaal waar - maar dit gebeurt niet omdat de verwerpelijke en racistische blanken zich bedreigd voelen. Integendeel: deze racistische maatregelen zijn een uitvloeisel van de `antiracistische' ideologie die de Amerikaanse universiteiten ontwricht. De universiteiten willen dat hun studenten `een afspiegeling van de bevolking' vormen - dat doodzieke troetelkindje van feministen en progressieve racisten - en de enige manier om dat te bereiken is niet alleen blanke studenten te discrimineren, maar vooral Aziatische studenten, omdat die het nog beter doen dan blanken. Je kan nu eenmaal niet tegelijk zwarten `positief' discrimineren zonder andere bevolkingsgroepen die het wel goed doen `negatief' te discrimineren; het een impliceert het ander. En hoe beter een bevolkingsgroep het doet, hoe meer leden van een dergelijke groep gediscrimineerd moeten worden om een afspiegeling van de samenleving te kunnen selecteren.

Met deze laatste nonsensstelling van Galjaard is het al net als met al z'n andere stellingen: je vraagt je af of hij er zelf in gelooft, of dat hij welbewust zit te liegen.

De discussie over de IQ-verschillen heeft opmerkelijke overeenkomsten met bijvoorbeeld de kruisrakettendiscussie, waarbij tegenstanders van kruisraketten het morele alleenrecht van hun standpunt opeisten, en zich gedroegen alsof voorstanders van plaatsing voor oorlog waren. Op dezelfde manier doen mensen als Galjaard alsof psychologen als Jensen voorstanders van rassendiscriminatie zijn, of dat hun standpunt wel tot rassendiscriminatie moet leiden. De situatie aan de Amerikaanse universiteiten, waar juist de hypothese van volledige omgevingsbepaaldheid tot racistische selectiecriteria heeft geleid, geeft aan dat Jensen zijn tegenstanders exact hetzelfde voor de voeten kan werpen - hetgeen hij overigens niet doet; dat soort onsmakelijk gedrag laat hij liever aan zijn tegenstanders over.

Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat Galjaard en de zijnen bezig zijn een achterhoedegevecht te voeren. Het feit alleen al dat de Vara een hele uitzending wijdde aan de vraag of er genetische oorzaken zijn voor IQ-verschillen tussen de rassen, geeft aan dat ook dit taboe de komende jaren wel eens definitief doorbroken zou kunnen worden. Net zo verbaasd als de doorsnee-intellectueel nu terugkijkt op de tijd waarin de Piet Grijzen `Hitler!' krijsten wanneer iemand durfde te spreken over genetische oorzaken van criminaliteit, zo verbaasd zal hij dan terugkijken op het begin van de jaren negentig.

Bart Croughs





Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl