Feminisme en kindercrèches

Door Bart Croughs

27 april 2006

Dorien Pessers, modern feministe, is boos omdat de overheid bijstandsmoeders de arbeidsmarkt op dwingt; eventuele peuters moeten in een crèche worden gedumpt. Een dergelijke gedwongen staatsopvoeding vindt Dorien verwerpelijk.

Het is opmerkelijk dat juist een feministe zich hierover beklaagt. Deze overheidsmaatregel is namelijk een logische consequentie van feministische dogma's. Feministen hebben jarenlang geijverd voor door de staat gesubsidieerde crèches; die waren nodig om vrouwen in de gelegenheid te stellen carrière te maken. Feministen zijn van meet af aan seksistisch genoeg geweest om in te zien dat als vrouwen moeten kiezen tussen kind en carrière, er van een carrière weinig terecht zou komen; om beide te combineren waren crèches de beste oplossing.

Om deze voor baby's en peuters nogal wrede oplossing algemeen aanvaard te krijgen, leverden de sociale `wetenschappen' ijverig hun feministische bijdrage. Er werd `wetenschappelijk bewezen' dat het dumpen van baby's in crèches niet schadelijk was voor hun ontwikkeling, maar juist gunstig. Dit sprookje werd algemeen aanvaard; wie hieraan durfde te twijfelen, werd al snel ontmaskerd als een vuige seksist.

Om deze voor baby's en peuters nogal wrede oplossing algemeen aanvaard te krijgen, leverden de sociale `wetenschappen' ijverig hun feministische bijdrage. Er werd `wetenschappelijk bewezen' dat het dumpen van baby's in crèches niet schadelijk was voor hun ontwikkeling, maar juist gunstig.
Het idee dat crèches niet slecht zijn voor baby's, maar goed (of althans neutraal) is dus geheel uit feministische koker afkomstig. De overheid in Nederland is feministisch, en heeft dit idee dus overgenomen: crèches worden sinds jaar en dag gesubsidieerd.

Dat bijstandsmoeders nu gedwongen worden zich op de arbeidsmarkt te begeven en hun peuters in de crèche moeten achterlaten, is niet meer dan logisch. Het opvoeden van de peuter kan namelijk even goed of zelfs beter door de crèche worden overgenomen; als de moeder desondanks haar kind zelf wil opvoeden, dan is dat niet meer dan een soort hobby, waar geen enkele noodzaak achter zit. Ook andere werklozen hebben zo hun hobby's, en ook zij moeten zich beschikbaar stellen voor de arbeidsmarkt.

De verwerpelijke stand van zaken die Dorien signaleert, is dus een logische consequentie van feministische principes - een consequentie die door het feminisme nooit getrokken is, maar het feminisme ontbeert nu eenmaal iedere logica.

Dorien zelf heeft een andere verklaring voor het fenomeen van de afgedwongen staatsopvoeding. In De wet van het hart (blz. 61) poneert Dorien de stelling dat `het grootkapitaal' hierachter zit. (Schattig toch, die jaren-zestigterminologie die af en toe nog door feministes gebezigd wordt.) Het grootkapitaal kan volgens Dorien de arbeidskracht van de bijstandsmoeders niet ontberen, en dwingt hen daarom de arbeidsmarkt op.

Een bijzonder amusante theorie: hetzelfde grootkapitaal dat kort geleden nog door feministen werd aangewezen als een van de hoofdschuldigen voor het feit dat de plaats van de vrouw thuis achter het aanrecht was, is er nu ineens verantwoordelijk voor dat vrouwen de arbeidsmarkt op moeten. Een leuk speeltje, dat grootkapitaal; je kunt er letterlijk alle kanten mee op.

Dorien PessersHoe zou zo'n merkwaardige theorie tot stand zijn gekomen? Een kleine reconstructie. Dorien weet: grootkapitaal = vrouwonvriendelijk. (Dit stond immers in alle socialistisch-feministische bijbels die Dorien twintig jaar geleden verslond.) Bijstandsmoeders te dwingen hun kinderen in crèches te dumpen = vrouwonvriendelijk. Onontkoombare conclusie: het grootkapitaal is verantwoordelijk.

Grotere kolder is moeilijk te bedenken. Ook zonder de bijstandsmoeders de arbeidsmarkt op te dwingen is de werkloosheid in Nederland al zo groot dat er steeds nieuwe definities verzonnen moeten worden om het officiële cijfer maar op een acceptabel niveau te houden. Waarom zou er dan behoefte zijn aan een hele nieuwe groep werklozen? Te vrezen valt dat het grootkapitaal heel goed zonder de bijstandsmoeders kan.

Ook om een andere reden is Doriens grootkapitaaltheorie onzinnig. Als het werkelijk zo zou zijn dat onze economie de arbeidskrachten van bijstandsmoeders niet kan missen - en dit is iets wat veel mensen werkelijk schijnen te denken - dan zouden de bedrijven allang massaal zijn overgegaan tot het bouwen van bedrijfscrèches. De meeste bedrijven doen dit niet omdat de crèches doorgaans niet rendabel zijn; dit is ook de reden waarom de overheid crèches moet subsidiëren. Een economisch rendabele bezigheid hoeft natuurlijk niet gesubsidieerd te worden. Vrouwen met peuters die gaan werken zijn dus niet alleen niet noodzakelijk voor onze economie, ze zijn zelfs schadelijk, wegens de kosten die de crèches met zich meebrengen, kosten die door de belastingbetaler moeten worden opgehoest. De banen die deze bijstandsmoeders bezetten zouden beter kunnen worden ingenomen door mannen of door vrouwen zonder peuters.

Overigens hoeft Dorien niet te wanhopen wat de afgedwongen staatsopvoeding betreft. Als in feministische kringen zich maar voldoende stemmen zullen verheffen tegen crèches, zullen ze op korte termijn worden afgeschaft. Ik raad de feministen de volgende strategie aan. Verkondig de theorie dat crèches zijn uitgevonden door `de mannen' (dat spreekt meer aan dan `het grootkapitaal') om de vrouwen te onderdrukken en te beroven van een van de prachtigste ervaringen in het vrouwenleven, het moederschap; laat de sociale wetenschappen vervolgens bewijzen dat crèches bij nader inzien toch heel schadelijk zijn voor peuters; en scheld mensen die kritische geluiden laten horen uit voor vrouwonvriendelijke seksisten. Binnen een jaar is er in Nederland geen crèche meer te bekennen.

Bart Croughs

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl