“In general, the art of government consists of taking as much money as possible from one party of the citizens to give to the other.”
Voltaire

De wetten van het progressieve denken - 3. Onderdrukt versus niet-westers

Door Bart Croughs

1 april 2006

De twee genoemde wetten zijn voldoende om de meest onbegrijpelijke en op het eerste gezicht tegenstrijdige opvattingen afdoende te verklaren.

Alleen in gevallen waar de twee wetten met elkaar in botsing komen, wordt het ingewikkeld. Dit is onder andere het geval wanneer vrouwen of homo's (tweede wet) met vrouw  en homovijandige moslims (eerste wet) in conflict komen.

Een voorbeeld is vrouwenbesnijdenis: vrouwen contra moslims. 'Wat moeten we hier nu van vinden?' dachten Koot en Bie hardop. Ze wisten het niet direct - iets wat deze twee zedenprekers niet vaak overkomt. Uiteindelijk kozen ze, en de rest van Nederland met hen, voor de vrouwen (tweede wet) en tegen 'niet-westers' (eerste wet). De tweede wet woog in dit geval dus zwaarder dan de eerste wet. Is dat altijd het geval? In dat geval zou er een derde wet te formuleren zijn: `Bij een conflict tussen de wet van het abjecte Westen en de wet van de onderdrukte minderheden laat de progressieve intellectueel zich leiden door de wet van de onderdrukte minderheden'. Alle overgebleven problemen zouden dan eens en voor altijd zijn opgelost.

Ik geloof niet dat het zo eenvoudig ligt. In het geval van vrouwenbesnijdenis denk ik dat het feit dat er `verlichte', 'bevrijde' moslimvrouwen waren (Nawal El Saadawi bijvoorbeeld) die ook tegen vrouwenbesnijdenis ageerden, een belangrijke rol speelde. De keus tegen vrouwenbesnijdenis ligt dan voor de hand. Was dit niet het geval geweest, maar waren er daarentegen reacties gekomen van Nederlandse feministes die het ook wel nuttig vonden om hun dochters met het mes kennis te laten maken - bijvoorbeeld om ze te bevrijden van de geslachtsdrift die ze altijd weer in de armen van hun onderdrukkers werpt - dan was de uitslag waarschijnlijk heel anders uitgevallen.

Een ander conflict tussen de eerste en de tweede wet laat hetzelfde beeld zien. Jacques Wallage verklaarde in een interview in Opzij dat hij had overwogen om uit respect voor de islamitische cultuur gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes in Nederland in te voeren, maar dat hij hier toch maar van afzag omdat er veel reacties kwamen van allochtone meisjes die dit niet zagen zitten. Wederom zegevierde, om dezelfde redenen, de tweede wet. - Het is overigens curieus om te zien dat de overwinning van westerse waarden in deze gevallen alleen te danken is aan het feit dat er al aardig wat moslims zijn die deze waarden hebben overgenomen.

Een derde conflict tussen de eerste en de tweede wet haalt met enige regelmaat de pers: de hoofddoekjes. Mogen moslimmeisjes in de scholen dit symbool van vrouwenonderdrukking dragen? Dit gevecht tussen moslims en feministen laait van tijd tot tijd op, en kent nog geen definitieve winnaar.

Een vierde conflict, dat al weer een aantal jaren geleden plaatsvond, was de ruzie tussen het COC en een groep moslims, die het vertikten het COC te accepteren als buren in een schoolgebouw. De homo's maakten er geen halszaak van; ze zagen in dat ze zich niet erg populair zouden maken met een ferm optreden tegen een niet-westerse tegenstander. Om hun slachtofferschap toch nog te kunnen uitleven, richtten ze hun toorn vervolgens tegen een katholieke gezagsdrager, Simonis, die voor de radio verklaarde dat hij zich kon voorstellen dat een katholieke huisbaas zijn kamer niet aan een homo wilde verhuren. In tegenstelling tot de moslims werd Simonis hard aangevallen door het COC.

Daadwerkelijke discriminatie door moslims, dat kon er voor het COC nog mee door, maar vrije meningsuiting door een katholiek? Dat ging ze te ver, en ze schakelden de rechter in om Simonis de mond te snoeren. (Simonis werd kort daarop ook nog eens voor de rechter gedaagd door het Landelijk Interdisciplinair Overleg Feminisme en Theologie. Simonis' misdaad? Hij had de euvele moed gehad stellingen te verkondigen die in strijd waren met feministische dogma's; ook dat ging de progressieve gedachtenpolitie te ver.) Katholieken mogen dan weliswaar een minderheid vormen, ze worden niet als zodanig geaccepteerd door de Nederlandse intelligentsia. Integendeel, het wordt juist als bijzonder vooruitstrevend beschouwd om deze minderheid hard aan te vallen.

Uit bovengenoemde voorbeelden blijkt dat er een zekere tendens is om de tweede wet zwaarder te laten wegen dan de eerste wet, maar te zeggen dat hier van een wetmatigheid sprake is, gaat te ver; daarvoor was het gedrag van de homo's tegenover de moslims toch te slap. Ook het feit dat er nog steeds geen algemeen verbod is op het dragen van hoofddoekjes in de scholen, geeft aan dat hier geen sprake is van een wetmatigheid.

Bart Croughs

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl