De intellectuele sportjournalist

Door Bart Croughs

14 maart 2006

Sportjournalisten zijn niet louter domme proleten, zoals veel mensen denken; er zitten vaak heuse intellectuelen tussen.

Waaraan herkent men de intellectuele sportjournalist?

1. hij (meestal zij) is feminist en mort over het gebrek aan aandacht die de vrouwensport krijgt toebedeeld, en tevens over de schandelijke discriminatie van vrouwelijke sporters wat betreft hun loonzakje;
2. hij is antiracist, en doet z'n best racistische uitlatingen van spelers, trainers, voorzitters en supporters op te sporen en aan de kaak te stellen.

Frits Barend en Henk van Dorp horen tot de laatste categorie.

Frits speelt inzake racisme de rol van het bijtertje; Henk doet wel mee, maar zonder al te veel overtuiging. Waarschijnlijk voelt hij aan dat er voor hem als autochtoon die zich zelfs niet op een joodse achteroudtante kan beroemen, weinig eer te behalen valt. Frits daarentegen bulkt van het zelfvertrouwen inzake racisme, en voelt zich geroepen te pas maar vooral te onpas voor wraakengel te spelen. Hij paart het morele superioriteitsgevoel van Wim de Bie aan het verstandelijk vermogen van een voetbaljournalist; een combinatie van eigenschappen die garant staat voor veel komische scènes - reden waarom ik niet snel een uitzending van `Barend en Van Dorp' oversla.

Frits' belangrijkste wapenfeit is wel het op gang brengen van de Brede Maatschappelijke Discussie over racistische uitlatingen op de voetbaltribunes. (De overtrokken aandacht voor dit fenomeen had een onverwacht gunstig neveneffect: de voetbalsupporters hielden langzamerhand op met het slopen van treinen omdat dit nauwelijks meer aandacht trok, en legden zich geheel toe op racistische uitlatingen; de belastingbetaler blijft op die manier veel geld bespaard.)

Ook staat me nog goed bij hoe Frits ten tijde van de rel rond de al dan niet racistische uitlatingen van FC-Dordrecht-voorzitter Cees den Braven, er als de kippen bij was om de van alle kanten belaagde man vanaf het beeldscherm nog eens met geheven vingertje toe te spreken. (Het vermakelijke van het geval-Den Braven was dat het religieuze karakter van het antiracisme zich in volle hevigheid openbaarde. Cees had zich schuldig gemaakt aan Godslastering, en als aflaat stortte hij Fl. 10.000 in de kas van de antiracistische kerk - ik meen de Anne Frank Stichting, maar het kan ook een andere sekte geweest zijn. Een zeer primitieve godsdienst, het antiracisme: de katholieke kerk, toch ook niet het toonbeeld van ontwikkeling, is al lang geleden gestopt met het systeem van aflaten.)

Voorts vond Frits een beroepsallochtoon die beweerde dat iedere voetbaltrainer die minder dan vier zwarte spelers opstelde een racist was, interessant genoeg om hem in zijn programma uitgebreid aan het woord te laten; enzovoorts, enzovoorts. Met deze en andere wapenfeiten hebben Henk en vooral Frits onder antiracisten grote faam verworven. Dat zoiets riskant is, weten we nu; en ook Frits Barend zou daar achter komen.

Dat collega-antiracisten Frits na diens eerste successen nauwlettend in de gaten zouden houden, stond vast. De bom barstte tijdens een oefenwedstrijd van Feyenoord in Den Helder. Toen een paar zwarte Feyenoord-spelers het voetbalveld poogden om te toveren in een boksring, probeerde Frits als eminent antiracist de knokpartij in de doofpot te stoppen; ongetwijfeld was hij bang voor de stigmatiserende en vooroordeelbevestigende gevolgen van eventuele media-aandacht voor het gebeuren.

Dit nu was de kans waar Frits' antiracistische concurrenten op gewacht hadden; de Volkskrant (14-8 '93) berichtte over het incident: `Barend drong er bij de scheidsrechter Hoonderd na afloop van de wedstrijd op aan geen rapport te schrijven en ging zelfs zover de donkere Feyenoord-spelers in overweging te geven hun tegenstanders van racistische opmerkingen te beschuldigen. Waardoor zij geprovoceerd zouden zijn.

' Een zwarte dag in de geschiedenis van de sportjournalistiek, aldus een sombere Volkskrant. De Volkskrant-lezers zullen ongetwijfeld vreemd hebben opgekeken van dit afbrekende commentaar. Sinds wanneer mag een antiracist de waarheid niet meer geweld aandoen in dienst van de goede zaak, zullen ze ongetwijfeld gedacht hebben.

De laatste actie waarbij Frits het Nederlandse volk zijn moed en integriteit toonde, was gericht tegen het grote antisemitische gevaar Theo van Gogh. In Gojse nijd en joods narcisme, een vooruitstrevend boekje waarin onze minderheden nog ouderwets met de term `onderdrukt' worden aangeduid, beschreef Evelien Gans de verzetsdaad van Frits als volgt: `Zo hield de (sport)journalist Frits Barend [...] zijn poot stijf toen RTL 5 Van Gogh wilde contracteren in verband met zijn succesvolle interviewprogramma Een prettig gesprek. Barend, met het programma Barend en Van Dorp een van de publiekstrekkers van RTL 5, speelde hoog spel en waarschuwde dat wanneer Van Gogh erin kwam, hij eruit ging. Hij won de strijd - Van Gogh bleef bij AT5.' Eveliens boekje lag nog niet in de winkel of Theo van Gogh verhuisde naar RTL 5.

En Frits Barend?
Hij bleef zitten waar hij zat en verroerde zich niet...

Bart Croughs

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl