“Ik vind het een onvervreemdbaar recht voor iedereen om op zijn eigen manier ten gronde te gaan.”
Robert Frost

Van ontevredenheid naar irrelevantie

Door Hans Bennink

4 maart 2006

Begin maart 2006 hield opinieonderzoeker Maurice de Hond in opdracht van de SP een onderzoek naar de tevredenheid over de liberalisering in Nederland. Hoewel je in eerste instantie kunt lezen dat 63% van de Nederlanders zeer ontevreden is over de privatisering, zouden de resultaten de voorstander ervan juist tevreden moeten stemmen.

Men is namelijk vooral ontevreden over privatisering bij de Spoorwegen (75%), het bus- en streekvervoer (52%) en bij de energiebedrijven (55%). Echter zijn juist dit de markten waarbij van verzelfstandiging totaal geen sprake is.

Het aandelenkapitaal van zowel de spoorwegen (NS) als het busvervoer (Connexxion) zijn namelijk volledig in handen van de overheid. Het is de Tweede Kamer die de tarieven vastlegd en aangeeft op welke manier de diensten worden aangeboden. De provincies en gemeenten bepalen vervolgens wanneer en waar er wordt gereden, of -in het geval van treinen- bepaalt de Kamer in hoeverre een onrendabele lijn mag worden opgeheven of niet.

Zo was recentelijk de Kamer weer in rep en roer vanwege een nieuw spoorboekje waardoor er wat vaker moet worden overgestapt en zorgt ook een nieuwe electronische strippenkaart voor de nodige Kamerdebatten.

Ook bij de levering van energie is de duim die de overheid in de pappot steekt al even groot als de pot zelf. Energiebedrijven gaan eigenlijk alleen over de inkoop van energie en over de financiele afwikkeling ervan bij de afnemer. Het blijft in feite de Overheid die de touwtjes in handen heeft en al dan niet door middel van subsidie bepaald welke energie, tegen welk tarief (ruim de helft is belasting) er tegen welke voorwaarden geleverd wordt.

Vreemd is wel dat maar 53% positief was over de liberalisering van de telefoniemarkt. Eerst was er alleen het staatsbedrijf PTT-Telecom met zijn hoge tarieven. Maar in de afgelopen jaren is de communicatiemarkt volkomen los gegaan met alsmaar dalende tarieven voor (mobiel) bellen, tv kijken en internetten. Mensen kunnen op steeds meer manieren communiceren tegen een vaak verwaarloosbaar tarief. Het is dat de Overheid via de Opta de prijzen hoog houdt en niet wil tornen aan lokale monopolies van kabelexploitanten, want anders waren we nog goedkoper uit.

Jammer genoeg vroeg De Hond niet naar de tevredenheid van de burger over geliberaliseerde markten als bijvoorbeeld televisies of rijst. Waarschijnlijk had de respondent daar erg verwonderd over gereageerd omdat die markten juist prima geregeld zijn zonder Overheidsbemoeienis.

Maar de uitkomst van dit onderzoek is hoe dan ook een opsteker voor een beleid van verdere liberalisering. Immers, hoe beperkter de invloed van de Overheid, des te hoger zal de maatschappelijke tevredenheid erover zijn. Of beter nog: de maatschappelijk interesseloosheid over de gestelde kwestie. Want liberalisering is pas echt geslaagd als de vraag over de tevredenheid ervan volstrekt irrelevant is geworden.

Hans Bennink

Over de auteur

Hans Bennink (1969) is van beroep internetprovider en is daar sinds 1996 professioneel mee bezig na een studie International Business aan de HEAO.

Uit zijn pennevruchten -die vaak op de actualiteit inspelen- komt zijn streven naar een vrijere maatschappij tot uiting. Het is daarbij zijn overtuiging dat uit het kunnen maken van keuzes de verrijking en verdieping van de mens tot haar volste wasdom kunnen komen.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl