“Inflatie is de enige vorm van belasting die opgelegd kan worden zonder wetgeving.”
Milton Friedman

Frédéric Bastiat

Door Ingezonden

7 april 2006

Wie vrijheid wil promoten kan zich maar beter ook bezighouden met het ontkrachten van economische misvattingen die welig tieren in de media en in de hoofden van de gemiddelde burger. Zo menen velen dat oorlog een goed middel is om uit een economische crisis te komen. Meer in het algemeen wordt ook vernietiging van goederen als economisch stimulerend gezien. Wie daar al in de 19e eeuw tegen streed was Frédéric Bastiat. Op Wikipedia wordt kort uiteengezet welke voorbeelden hij gaf om economische onzin voor leken te ontkrachten.

Claude Frédéric Bastiat (30 juni 1801 - 24 december 1850) was een Frans econoom en klassiek-liberaal filosoof.

Bastiat werd geboren te Bayonne, een klein plaatsje in het Franse departement Pyrénées-Atlantiques. Zijn ouders stierven al vroeg in zijn leven, waardoor hij onder voogdijschap kwam te staan van zijn grootvader, een lokale handelaar. Hij was een goede scholier, maar verliet toch voortijdig zijn school en ging voor zijn oom werken. Toen zijn grootvader in 1825 overleed, erfde hij deels zijn landgoed waar hij de komende jaren zou verblijven. Bastiat begon te schrijven over het protectionisme en werd politiek geëngageerd.

In 1831 werd hij benoemd tot Juge de Paix, een gerechtelijke functie, gevolgd door een benoeming in 1833 tot Conseiller Général voor het Kanton Mugron. Ondanks eerdere pogingen, lukte het hem pas in 1848 volksvertegenwoordiger te worden, als gedeputeerde voor het departement Landes. Hij overleed vroegtijdig aan de gevolgen van het oplopen van tuberculose.

Bastiat zal altijd herinnerd worden voor zijn satirische pamfletten. Vooral zijn petitie van kaarsenmakers gericht aan de Franse wetgevende gedeputeerden is beroemd geworden. Hierin werd gesteld dat er zich een uitzonderlijk gunstige gelegenheid zou voordoen voor de gedeputeerden die zich uitermate inzetten voor de Franse producenten door het buitenhouden van buitenlandse competitie, om zodanig binnenlandse prijzen laag te houden en voor overvloed te zorgen. Ze attendeerde erop dat er nog een buitenlandse mogendheid (de zon!) was, die de markt overspoelde met een gratis product. Ze verlangde daarop dat de gedeputeerde er alles aan zouden doen om die mogendheid buiten te houden, om daarmee de welvaart van de Franse inwoners te bevorderen.

Zijn werk Ce qu'on voit et ce qu'on ne voit pas (Wat men ziet, en wat men niet ziet) is een uitstekend voorbeeld van het economisch principe van verborgen kosten. Hierin stelt hij dat er vaak wel gekeken wordt naar de directe consequenties van economisch handelen, maar niet naar de eventuele andere, vaak verborgen, effecten hiervan. Hij noemde het voorbeeld van een winkelier, waarvan de winkelruit wordt ingeslagen. De consensus zou zijn dat dit een onfortuinlijke gebeurtenis is, maar dat het gelukkig wel weer geld oplevert voor de glazenmaker, die toch ook moet leven van het geven van arbeid. Maar wat nu als de ruit nog steeds heel zou zijn, zodat de winkelier niet de glazenmaker had moeten betalen voor de ruit? Misschien had de winkelier er dan wel voor gekozen om schoenen te kopen. De winkelier zou dan een mooi paar nieuwe schoenen hebben èn nog steeds de voldoening krijgen van een hele winkelruit. Er wordt dus geen welvaart gecreëerd door het onnodig vernietigen van eigendom.

Overgenomen van de Nederlandse Wikipedia

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl