Contradicties

Door Pamela Hemelrijk

7 januari 2006

De baarlijke nonsens die politici uitkramen om hun beleid te rechtvaardigen, daar kan een mensch soms helemaal draaierig van worden. Neem nou minister Zalm. Die verklaarde laatst dat we niet zo moeten kankeren op de regering, want dat we het nu veel beter hebben dan in de jaren vijftig. Tóen waren we pas arm, want toen hadden we geen wasmachines, geen koelkasten en geen televisies, en nu wel. Ergo: de regering is met haar economisch beleid op de goede weg, en iedereen die daar anders over denkt is gewoon een verwende veeleisende zuurpruim.

De absurditeit van deze redenering tart elke beschrijving. Hé! Zalm! I got news for you! Lodewijk de Veertiende had ook geen televisie en geen wasmachine! Wil je nou werkelijk volhouden dat hij uit dien hoofde armer was dan wij nu?
De kwestie is dat Zalm ons twee volstrekt tegenstrijdige boodschappen moet brengen om zijn nutteloze (om niet te zeggen schadelijke) activiteiten te rechtvaardigen. Enerzijds moet hij ons inpeperen dat er nog steeds veel bittere armoe bestaat. Want om die armoede te bestrijden confiskeert hij immers de helft van ons inkomen. Anderzijds moet hij ons wijs zien te maken dat er géén armoede meer bestaat, anders moet hij toegeven dat een halve eeuw draconische inkomensnivellering geen enkel effect heeft gesorteerd, en dat we voor janjoker hebben kromgelegen.

En dus neemt hij - onder het motto: er is wel armoe, maar tóch ook weer niet, als het ware - zijn toevlucht tot die televisies en die wasmachines. Alsof het de verdienste van de regering is dat wij nu wasmachines hebben die wij vroeger niet hadden. In de Sovjetunie hadden de despoten daar ook een handje van. Alle vooruitgang van na de Revolutie werd op het conto van de Revolutie geschreven. Bijvoorbeeld het verdwijnen van het analfabetisme. Terwijl dat zonder revolutie ook zou zijn gebeurd. Want in niet-communistische landen verdween het analfabetisme net zo hard.

“Wij hadden”, schreef Karel van het Reve in de jaren zeventig, “in 1917 geen tv. Nu wel. Toch peinzen Van Agt en Den Uyl er niet over om te beweren dat ieder Nederlands gezin thans televisie heeft dankzij de PvdA, de VVD of het CDA. Maar in Rusland is alles te danken aan de CPSU.” Er bestond in de volksmond zelfs een rijmpje over: “De zomer komt, de winter is voorbij: heb dank, o communistische partij!”

Ik weet niet hoe het met u zit, maar als ik Zalm nu hoor suggereren dat wij onze televisie aan de regering te danken hebben, dan voel ik een ijzige Sovjet-wind in mijn nek.

Nog zo’n groteske contradictie. Linkse mensen zijn innig solidair met illegalen. Zij hangen spandoeken op hun kraakpanden met de leuze: “Er bestaan geen onwettige mensen, alleen onmenselijke wetten”. Maar tegelijkertijd maken zij zich razend op lieden die aan illegalen voor 5 euro per nacht onderdak bieden. Wethouder Marnix Norder (PvdA) betitelde laatst in Trouw illegale verhuur als “het onkruid van de samenleving, dat bij de wortel moet worden uitgeroeid”. Hij gaat “keihard optreden” tegen “honderden obscure panden, die door huisjesmelkers worden volgestopt met illegale arbeiders.” Waar die illegalen die hij zo’n warm hart toedraagt dan wél moeten wonen (onder een brug?), daar liet hij zich niet over uit. En niemand vroeg hem ernaar.

Pamela Hemelrijk

Over de auteur

Pamela Hemelrijk (1947 - 2009) heeft twaalf jaar voor het ANP gewerkt als algemeen verslaggeefster, en tien jaar voor het Algemeen Dagblad, als feature-reporter en columniste.

Steeds meer conflicten met de hoofdredactie wegens het buiten hangen van de vuile was, en censuur op columns. Kreeg in 1995 een verbod om nog langer columns te schrijven over Srebrenica. (Hoofdredacteur: "Jij altijd met je gezeur over de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid; wij moeten hier een krant maken ja? Wij hebben hier te maken met de orde van de dag ja?")

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl