Is discrimineren een recht?

Door Frank Karsten

4 januari 2006

Vrijwel iedereen lijkt het erover eens dat discriminatie verboden moet zijn en dat discriminerende burgers dus gestraft moeten worden.

Maar is dat niet in tegenspraak met de vrijheid die liberalen zeggen te huldigen?

Discriminatie wordt vaak geassocieerd met de geweldadigheden tegen Joden en andere groepen in nazi-Duitsland. Maar tijdens de Kristallnacht zou niemand de brandstichters hebben gevraagd “Wilt u weleens stoppen met discrimineren!?” Als de geweldplegers willekeurig winkelpanden in brand hadden gestoken zou het dan soms wel hebben gemogen? Het is het geweld dat moet worden gestraft en niet de discriminatie bij de uitoefening ervan.

Maar ook wanneer er geen fysiek geweld aan te pas zou zijn gekomen vertegenwoordigde de discriminerende nazi-wetgeving geweld. De wet die verbood dat Joden werden toegelaten tot restaurants werd met geweld bekrachtigd en iedereen die zich er niet aan hield riskeerde een boete of arrestatie.

Het ironische is dat het idee achter anti-discriminatiewetten hetzelfde is als achter de discriminatiewetten van nazi-Duitsland. Bij beiden bepaalt de overheid voor burgers met wie ze wel of niet moeten of mogen omgaan. Discriminatiewetten verbieden de omgang met anderen terwijl anti-discriminatiewetgeving mensen juist verplicht met elkaar om te gaan. Bij beiden is er dus sprake van geweld. U zou het toch ook als geweld ervaren als de overheid u dwingt onwelkome mensen tot uw huis toe te laten en wanneer u door de politie gearresteerd wordt als u daar niet aan voldoet? Waarom zou het dan geen geweld zijn wanneer de overheid discriminatie verbiedt voor ander privaat eigendom zoals cafés, winkels, verenigingen en bedrijven?
 

Het ironische is dat het idee achter anti-discriminatiewetten hetzelfde is als achter de discriminatiewetten van nazi-Duitsland. Bij beiden bepaalt de overheid voor burgers met wie ze wel of niet moeten of mogen omgaan.
Wanneer burgers onderling discrimineren is er daarentegen geen sprake van geweld. Wie om wat voor reden dan ook niet met een ander wil omgaan zou daar volledig vrij in moeten zijn. Iets niet doen is immers geen geweld, dus niet met iemand omgaan is ook geen geweld. Vrijheid impliceert vrije associatie, wat betekent dat elke relatie, handeling of transactie tussen mensen dient te geschieden met wederzijdse instemming.

Het is vreemd dat iets wat we allemaal dagelijks doen verboden is. In onze partnerkeuze discrimineren we op grond van uiterlijk, leeftijd, etniciteit, geslacht en religie. Wanneer we beslissen om wel of niet een donker steegje met mensen in te lopen doen we hetzelfde en laten ons gedrag leiden door onze beste inschattingen over die mensen - kwalijke vooroordelen volgens velen - welke gebaseerd zijn op ervaringen, gevoel, nieuwsberichten en statistieken.

Wie bang is dat restaurants bordjes zullen ophangen met “Joden niet gewenscht” is dat ten onrechte. Toen dat gebeurde was dat juist op last van de overheid. Een horecauitbater is geïnteresseerd in omzet, niet in de kleur van zijn gasten. Een pimpelpaarse, beleefde consument is volgens zijn winstoogmerk meer dan welkom. Aangezien winkeliers, ondernemers, verhuurders en zelfs gewone burgers hetzelfde winstoogmerk hebben zullen ze liever geen onterecht onderscheid maken omdat ze zich daarmee in de vingers snijden.

Het is het recht om elkaar te ontwijken dat zorgt voor orde en rust. Wie voor vrijheid is zou ook daarom tegen anti-discriminatiewetgeving moeten zijn.

Frank Karsten

Deze column verscheen in januari 2006 in de Driemaster, het verenigingsblad van de JOVD.

Over de auteur

Frank Karsten is oprichter van de Stichting Meervrijheid en hoofdredacteur van de bijbehorende website.

Samen met Karel Beckman schreef hij De Democratie Voorbij, een boek dat inmiddels in 20 talen beschikbaar is.

In 2018 publiceerde hij De DiscriminatieMythe, waarin hij een kritische visie op het gelijkheidsdenken uiteenzet.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl