Duitse salonsocialist

Door Redactie

13 december 2005

De politiek is een lucratieve bezigheid: niet alleen zijn de secundaire arbeidsvoorwaarden zoals wachtgeld uitstekend geregeld voor parlementsleden, burgemeesters, ministers enzovoorts, ook bouw je als je zoveel macht hebt om dingen gedaan te krijgen al vrij snel een aardig netwerk op om na je politieke loopbaan in een mooi baantje te belanden. Denk aan oud-premier Wim Kok, of denk aan al die mensen die plaats nemen in allerhande goedbetaalde commissies, zoals Paul Rosenmoller, Jos van Kemenade, enzovoorts, enzovoorts. Wanneer deze mensen van linkse snit zijn, noemen we ze ook wel 'salonsocialisten'. In Duitsland kennen ze deze term niet, maar het gedrag wel.

NOS-correspondent Margriet Brandsma schrijft in haar column:

Over Unter den Linden loopt regelmatig een man met loshangende winterjas. Hij zou geen enkele aandacht trekken ware het niet dat hij een stuk of vijf bodyguards om zich heen heeft. De man is Gerhard Schröder. De oud-bondskanselier heeft een kantoortje op Unter den Linden 50, net als Joschka Fischer en Otto Schily.

Maar Schröder zal zich de komende tijd steeds minder laten zien op dit kantoortje, is de verwachting. Want hij krijgt het druk. Schröder wordt president-commissaris van het bedrijf dat een gaspijplijn van Rusland naar Duitsland aanlegt en exploiteert.

Klein detail: zonder bondskanselier Schröder had oud-bondskanselier Schröder die baan waarschijnlijk nooit gekregen. Want juist kanselier Schröder heeft zich er, met z'n Russische vriend Poetin, zeer voor ingezet dat deze pijplijn er komt. Schröder en Putin trotseerden daarvoor zelfs fel protest van de Baltische staten en vooral van Polen. Die landen hadden graag meegedaan aan het project maar zijn buitenspel gezet.

Partijvrienden
Zelfs partijvrienden keuren deze actie van Schröder af. Hoewel hij geen wet heeft overtreden, is de actie van Schröder moreel verwerpelijk is het algemene oordeel. De commentaren waren het afgelopen weekeinde ongemeen scherp.

Een woord als 'salonsocialist' kennen Duitsers niet, anders was het Schröder zeker ten deel gevallen. Want hoe kort Schröder ook nog maar kanselier-af is, het is al de tweede keer dat duidelijk wordt dat hij in een vroegtijdig stadium maatregelen heeft getroffen voor het post-kanseliersschap.

Twee weken geleden werd bekend dat Schröder als 'ambassadeur' gaat werken voor een Zwitserse uitgever. Die uitgever wil graag de Oosteuropese markt op en ziet in Schröder de man die vooral de deuren naar Rusland kan openen. Op zich niets aan de hand, ware het niet dat een paar dagen later uitlekte dat Schröder nog tijdens zijn kanseliersschap dit baantje heeft aangenomen.

Cursus Engels
Eén probleem heeft Schröder met zulke mooie banen wel. Hij spreekt nauwelijks Engels. Dat werd met tolken ondervangen toen hij nog kanselier was. Tijd om een cursus te volgen had de drukbezette kanselier natuurlijk niet. Nu wel.

Schröder heeft een intensieve cursus Engels gevolgd in Wales, berichtten de kranten vorige week. Zijn docenten zwijgen over het gedrag van hun pupil, ze willen alleen kwijt dat Gerhard een vlijtige en charmante leerling was. Hij wilde al heel snel weten wat het Engelse woord voor 'blut' is, voor faillissement. Het antwoord: 'Germany'.

Het kan natuurlijk goed zijn dat dit verhaal verzonnen is in de pub waar Schröder de avonden na de cursus doorbracht. Feit is dat kanselier Schröder Duitsland behoorlijk blut heeft achtergelaten. Voor een persoonlijk 'Germany' hoeft hij in de verste verte niet meer te vrezen.
Bart Croughs gaf eerder een dat de welbekende spreuk 'links lullen, rechts vullen' in deze gevallen niet klopt:

De graaizucht van Paul Rosenmöller heeft voor nogal wat honende commentaren gezorgd. ‘Links lullen, rechts zakken vullen!’ aldus de teneur. Dat verwijt is onterecht. Rechts zakken vullen doe je op de vrije markt, door diensten te leveren die mensen vrijwillig afnemen omdat ze die diensten meer waard achten dan de prijs die ze ervoor betalen. Rechts zakken vullen is dus voor alle betrokken partijen een winstgevende zaak.


Aan dergelijk gedrag heeft Rosenmöller zich zeker niet schuldig gemaakt. Rosenmöller krijgt 70.000 euro per jaar betaald omdat hij zich één dag per week bezighoudt met adviezen geven over de integratie van allochtone vrouwen. Welnu, niemand is zo gek om Rosenmöller vrijwillig een dergelijk bedrag voor dit soort adviezen te betalen. Op de vrije markt zou hij tevergeefs leuren met zijn allochtone-vrouwen-adviezen. De oplossing is in zo’n geval eenvoudig: je doet gewoon een greep in de zakken van de belastingbetaler. Op die manier kun je mensen die in het geheel niet in je adviezen zijn geïnteresseerd, toch dwingen over de brug te komen. Als je zoals Rosenmöller goede connecties bij de overheid hebt, is dit een fluitje van een cent.

Kortom, de manier waarop Rosenmöller zijn geld verdient, is geheel in overeenstemming met zijn anti-markt-ideologie. Wat Rosenmöller doet, is links lullen, links zakken vullen.

Wat je hem wel kunt verwijten, is dat hij te veel verdient. Rosenmöller is immers een voorstander van een gelijke inkomensverdeling. Hier schoot de Volkskrant Rosenmöller te hulp: “Als linkse mensen geen geld mogen hebben, resten er voor hen slechts twee opties: rechts worden of het grootste gedeelte van hun geld weggeven. Dat zijn de enige manieren om het verwijt van hypocrisie te voorkomen. Maar de eerste methode is cynisch en de tweede vereist een heiligheid die voor de doorsnee-sterveling niet is weggelegd” (de Volkskrant, 14 mei).

Het is volgens de Volkskrant dus níet cynisch om je medemens met idealen om de oren te slaan waar je je zelf niets van aantrekt. Maar het is wél cynisch om de onzinnigheid in te zien van idealen die zelfs door de aanhangers ervan niet in de praktijk kunnen worden gebracht.

Je blijft lachen met de Volkskrant.
Gerelateerde links:
- De ondraaglijke hypocrisie van Marcel van Dam
- Zelfverrijking van topmanagers
- Noam Chomsky: Kapitalisme voor mij, socialisme voor de rest
- Graaien
- Wereldverbeteraar Youp van 't Hek net niet in Quote 500


Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl