“Democratie omschrijven als de Tirannie van de Meerderheid is nog te vleiend.”
Frank Karsten

Naastenliefde zonder grenzen

Door Pamela Hemelrijk

23 november 2005

De pers en de politiek leren het ook nooit: ze blijven er maar op hameren dat de “jongeren” in de Parijse banlieu’s de boel platbranden omdat zij door de westerse samenleving “aan hun lot zijn overgelaten”. Hoe vaak moet ik die bêtise nog aanhoren, vraag ik u af? Geen groep immigranten uit de wereldgeschiedenis waarmee ooit zoveel rekening is gehouden als met de moslims! Het is een historisch unicum. Nimmer is het voorgekomen dat een beschaving zich niet alleen niet verdedigde tegen een vijandige overname van buitenaf, maar zelfs de rode loper uitlegde voor de ongenode gasten.

In de Romeinse senaat zouden ze gek hebben opgekeken, stel ik me zo voor, als pakweg senator Dextrus Extremus gepleit zou hebben voor een verbod om je laatdunkend uit te laten over Attilla de Hun en zijn horden. ( “Wij hebben die laagopgeleide Hunnen eeuwenlang aan hun lot overgelaten! Geen wonder dat hun woede daarover nu het kookpunt heeft bereikt! Eindelijk komt het edele Hunnenvolk in opstand tegen zijn uitzichtloze bestaan! Ik stel voor om 2 miljoen sestertiën uit te trekken om onze nieuwe Mederomeinen aan fatsoenlijke woonruimte te helpen!”)

Chinezen op de Zeedijk hebben van ons nooit een rooie cent ontvangen, laat staan onderwijs in eigen taal, laat staan dat er voor hun kinderen banenplannen en buurthuizen met pingpongtafels werden gecreëerd, laat staan dat zij columns mochten schrijven in kwaliteitskranten, laat staan dat zij door politieke partijen op verkiesbare plaatsen werden gezet, laat staan dat zij regelmatig werden vereerd met een bezoek van de kunnegin en de premier, laat staan dat er een landelijk netwerk van meldpunten werd opgericht waar ze aangifte mochten doen als ze op straat voor pindapoepchinees werden uitgemaakt.
Nee, al die privileges zijn speciaal in het leven geroepen voor uitgerekend de meest agressieve cultuur die ooit aan onze poorten heeft geklopt. Lagen onze autoriteiten soms daarom al van meet af aan met hun pootjes omhoog? Omdat ze wisten dat er met deze immigranten niet te spotten viel?

Avond aan avond krijgen radeloze ouders op de tv door supernanny ingepompt dat je kleine monsters van je kinderen maakt als je ze in alles hun zin geeft. Maar dat je een Godzilla-monster creëert door een hele bevolkingsgroep consequent na elke agressieve daad te belonen met nog meer banenplannen, stageplaatsen en voorkeursbehandelingen, dat wil er hier nog steeds niet in. Voor kuddes gelden kennelijk andere criteria dan voor individuen. Terwijl je toch zou zeggen: wat aan een individu verboden is, kan nooit en te nimmer zijn toegestaan aan een collectief. (U gaat me toch niet vertellen dat alleen het aantal doorslaggevend is? Stel dat een meerderheid van het Nederlandse volk zich uitspreekt voor het executeren van alle roodharigen, is het dan ook legitiem om alle roodharigen maar tegen de muur te zetten, uit naam van de democratie? Ik dacht het niet. Ik mag toch hopen van niet.)

Maar dat je een Godzilla-monster creëert door een hele bevolkingsgroep consequent na elke agressieve daad te belonen met nog meer banenplannen, stageplaatsen en voorkeursbehandelingen, dat wil er hier nog steeds niet in.
Helaas is het in de praktijk anders. Als ik geld nodig heb, mag ik niet mijn buurman beroven. Dan riskeer ik de nor. Maar als ik kans zie een duizendkoppige menigte te mobiliseren die door plunderen in zijn onderhoud wenst te voorzien, dan heet dat geen roof, maar sociale rechtvaardigheid. Geen wonder dat de criminaliteit hand over hand toeneemt: een tasjesrover doet in wezen niets anders dan als individu in de praktijk brengen wat aan een collectief bij wet is toegestaan. Als de regering meneer A. mag beroven om meneer B. een inkomen te verschaffen, waarom zou meneer B. dat dan zelf niet mogen doen? Dan spaart hij ook nog een leger peperdure ambtenaren uit.

Stel u voor dat bij u op een avond de bel gaat. Er staat een hele vage bekende op de stoep die tien jaar geleden eens naast u op een camping heeft gestaan. Hij heeft vijf vrienden bij zich, en hij wil bij u logeren, want hij heeft geen onderdak. “Vooruit dan maar”, zegt u. “Maar die vijf vrienden van je kan ik niet herbergen, want ik ben te klein behuisd”. “Nou”, zegt die vent, “dan zou ik maar een paar kamers bijbouwen als ik jou was. En snel een beetje, want we zijn moe en we hebben het koud. Iedereen heeft immers recht op fatsoenlijke huisvesting? Wouter Bos heeft het zelf gezegd. Dus waar wacht je nog op?”

Enfin, u neemt een aannemer in de arm en laat een gastenverblijf op uw erf bouwen met zes slaapplaatsen. Een rib uit uw lijf, dus u verwacht heimelijk enige erkentelijkheid. Maar nee, die vent zegt niet eens dankjewel. Hij heeft namelijk nog veel meer noten op zijn zang. “We hebben ook geen geld om eten te kopen”, deelt hij mee. “Dat moet jij ons dus geven. Iedereen heeft immers recht op de elementaire levensbehoeften; Wouter Bos heeft het zelf gezegd. Dus fork it over, buddy; het is je morele plicht. Mijn vrienden en ik zijn voorlopig bereid genoegen te nemen met € 200,- per maand per persoon.”

Dus u verhoogt uw hypotheek om aan uw logees € 1200 per maand te kunnen overmaken. Die hebben intussen hun vrouwen en kinderen laten invliegen, en klagen nu over ruimtegebrek. De rechter constateert dat uw logees (het zijn er intussen 24 geworden) inderdaad onder mensonterende omstandigheden zijn gehuisvest, en draagt u op verbeteringen aan te brengen. U moet een persoonlijke lening afsluiten om er een gastenverblijf bij te bouwen, en het oude, dat intussen door de logees totaal is uitgewoond, te laten restaureren.

Uw hoop dat hiermee de lieve vrede verzekerd is wordt al snel de bodem ingeslagen. Nu beginnen de logees te klagen dat zij zich vervelen, en geen toekomstperspectief hebben. “Jij moet ons een baan geven”, delen zij mee, “anders degradeer je ons tot tweederangsburgers. Dat wil je toch zeker niet op je geweten hebben? Iedereen heeft toch zeker recht op een plaats op de arbeidsmarkt? Wij eisen dat je ons in dienst neemt!”
“Ja maar”, hakkelt u, “ik kan jullie niet gebruiken op de zaak, want jullie kunnen niet lezen en schrijven”.

“Aha!” roepen de logees uit. “Daar hebben we het nog helemaal niet over gehad! Scholing! Waar blijft onze scholing? Je dacht toch zeker niet dat je je verantwoordelijkheid met paar schamele barakken en een luizige 200 euro per maand kunt afkopen? Onze kinderen groeien op voor galg en rad! D’r had hier al lang een school moeten staan! Er is nog ruimte genoeg op je erf! Het is toch eigenlijk godgeklaagd dat we daar zelf om moeten vragen?”

Enfin, u woont sinds kort in een container in de achtertuin, want een van hun kinderen is onlangs van de trap gevallen door een losliggend traproedje, en over deze grove nalatigheid uwerzijds zijn uw logees zo kwaad geworden dat zij uit wraak uw huis in de fik hebben gestoken. En u zit zich, in uw container, maar af te vragen hoe ver u verondersteld wordt te gaan in uw naastenliefde: als het voor de levensstandaard van uw 24 logees noodzakelijk blijkt te zijn dat u de zee inloopt en al uw have en goed aan ze nalaat, mogen ze dat dan ook van u verlangen? Zo nee, waar ligt dan de grens? Wat weegt zwaarder: hun recht op gratis kost en inwoning, of uw recht op zeggenschap over uw eigen leven? Ik wou dat de politiek zich daar eens over uitliet. Want dat laatste stadium begint nu angstig dichtbij te komen, als u het mij vraagt.

Pamela Hemelrijk

Over de auteur

Pamela Hemelrijk (1947 - 2009) heeft twaalf jaar voor het ANP gewerkt als algemeen verslaggeefster, en tien jaar voor het Algemeen Dagblad, als feature-reporter en columniste.

Steeds meer conflicten met de hoofdredactie wegens het buiten hangen van de vuile was, en censuur op columns. Kreeg in 1995 een verbod om nog langer columns te schrijven over Srebrenica. (Hoofdredacteur: "Jij altijd met je gezeur over de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid; wij moeten hier een krant maken ja? Wij hebben hier te maken met de orde van de dag ja?")

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl