Het internet vs. de staat

Door Eric Garris

27 februari 2006

Op de conventie van de Libertarische Partij in 1977 gaf de voorstander van geestverruiming en LSD-goeroe Timothy Leary een speech die slechts weinigen van ons serieus namen.

Hij sprak over iets dat het internet heette, een netwerk dat computers wereldwijd met elkaar verbond, om zo deelnemers over de hele wereld de mogelijkheid te geven direct tekst, foto’s, audio en video van het netwerk te halen, en om in realtime met elke willekeurige andere bezitter van een computer en een verbinding, te communiceren.

Hij zei dat het een nieuwe revolutie tegen de huidige sociale orde en het verstikkende status quo zou betekenen. Hij voorspelde dat het veel en veel belangrijker dan drugs zou zijn in het omverwerpen van het establishment.

Het gebruik van drugs was interessant voor een klein deel van de bevolking, maar het internet zou voor iedereen toegankelijk zijn, voor eenieder op zijn eigen manier. En de nieuwe revolutie tegen de oude orde zou dus klasse, leeftijd, nationaliteit en alle andere demografische categorieen overstijgen. De bourgeois zou er net zoveel belang bij en belangstelling voor hebben als de zogenaamde tegencultuur. En niets zou ooit nog hetzelfde zijn.

Zoals ik al zei, op dat moment geloofde niemand echt in dat idee. We gingen ervan uit dat Leary allicht gewoon een beetje te veel acid had gebruikt waardoor zijn verbeeldingskracht een beetje uit de hand was gelopen. Het netwerk van informatie dat hij beschreef leek compleet onmogelijk – en toch bestaat het, precies zoals hij beschreven had, op dit moment.

Timothy Leary zou zelfs verbaasd zijn geweest door de nieuwste ontwikkelingen. Er gaat nauwelijks een week voorbij zonder een of andere substantiële revolutie in cyberspace. Toen Leary in 1996 stierf, waren de mogelijkheden van de opslag, verspreiding en verwerking van data nog niets in vergelijking met de huidige magnifieke niveaus van nut en snelheid. En volgend jaar zal het weer beter zijn. Zelfs als we nu 5 jaar terugkijken kunnen we ons de adembenemende vooruitgang in die periode nauwelijks realiseren.

Veel mensen zeggen dat het internet wordt overschat. Ze denken dat het slechts een verzameling van sites is die uit ijdelheid en krankzinnigheid voortkomt – en hoewel ze erkennen dat het prettig is dat je online producten kunt kopen en ze bij je huis bezorgd kan krijgen, betwijfelen ze of het net tot zo’n culturele en industriële revolutie kan uitgroeien als wel voorspeld wordt. Sinds de internetbubble eind jaren 90 uit elkaar spatte, zijn velen geneigd om meewarig te kijken naar de veronderstelde grootsheid van het net. Sommigen zien het enkel als een noviteit of een modegrill die nauwelijks zijn huidge grootte en bereik zal overstijgen.

Deze mensen kunnen niet méér ongelijk hebben. Het is niet slechts zo dat het internet niet overgewaardeerd wordt, het wordt juist enorm ondergewaardeerd.

In het internet zien we de grootste hoop voor vrijheid en de continue vooruitgang van de mensheid. In het internet zien de hoe de anachronistische en overbodige instituties van de samenleving verder en verder weggeduwd worden ten gunste van de komst van betere zaken. In het internet zien we de sleutel tot het terugdringen van de macht en status van de staat, en tot het bevrijden van onszelf van onderdrukking en misleiding.

Laten we eerst eens kijken naar een indirecte maar desalniettemin essentiële reden om dankzij het internet hoop voor de toekomst van vrijheid te hebben. Het internet is bewijs van het libertarisme in actie. In deze ongereguleerde sector van de samenleving hebben we in zo’n korte periode meer vooruitgang en veranderingen en verbeteringen gezien dan in welke andere sector dan ook. Geen enkele andere uitvinding heeft in zo’n korte tijd zoveel bereik gehad. En al deze zaken berusten op die economische principes van spontane orde die wij al jarenlang roemen, maar die we pas nu echt volledig gerealiseerd zien.

Op eBay zien we elke dag miljoenen transacties gebeuren op een van de meest vrije markten uit de geschiedenis van de mensheid. En vrijwel alle transacties zijn tot tevredenheid van beide partijen. Je kunt echt meestal de meeste mensen vertrouwen als het gaat om zaken, en nooit eerder werd dit zo duidelijk aangetoond. eBays belangrijkste mechanismen voor kwaliteitscontrole en het afdwingen van contractnaleving zijn in de vrijwillige sector ontstaan, zonder een monopolie op dwang. Reputatie speelt een cruciale rol. Als je niet veel online hebt verkocht aan mensen die voor jou willen instaan, zal het moeilijker voor je zijn om een relatief groot of duur product tegen een redelijke prijs te verhandelen. De markt op eBay is zelfcorrigerend. Mensen slagen ongeveer zoveel als ze verdienen. Eerlijkheid en ondernemerskwaliteiten worden beloond terwijl valsspelen en inefficiëntie sterk ontmoedigd worden. Elke week wisselen miljarden dollars van eigenaar op deze site, wat ervoor gezorgd heeft dat overal mensen de principes van vrijwillige handel vertrouwen en, al is het maar onbewust, succes op de markt niet langer associëren met centrale planning. Volledige bedrijven, klein en niet zo klein, floreren door louter de handel op het internet. eBay had ons waarschijnlijk uit de Depressie kunnen halen, en het ongebreidelde kapitalisme waar het voor staat, is misschien het enige wat ons voor de volgende Depressie behoedt.

Tezamen met eBay kwam het succes van PayPal, weer een site die geholpen heeft een economische sector te revolutioniseren, in dit geval de geldsector zelf. Geld kan anoniem naar elke plek ter wereld overgemaakt worden. Met de proliferatie van zulke sites, is het mogelijk dat we het verlies van het geloof van de mensen in de overheid als grootste fiscale en monetaire speler kunnen aanschouwen. Het internet heeft vele mensen jaloerser op hun geld gemaakt, en minder bereidwillig het aan de belastingmensen af te dragen, en dat alleen al is een zegen.

Of denk eens aan Google. Hier hebben we de mogelijkheid om miljarden pagina’s aan tekst in een paar seconden te doorzoeken. Met de uitbreiding van deze software in de vorm van nieuwe toepassingen en gebruiken, zien we het informatietijdperk pas echt tot leven komen. Vroeger, slechts tien jaar geleden, kostte het een hele dag om bepaalde informatie in bibliotheken op te zoeken, terwijl het nu in minder dan een minuut kan. De recente activiteiten van Google in de boekenwereld is slechts de nieuwste revolutie zonder bloedvergieten – we kunnen nu de teksten van duizenden boeken doorzoeken, en in de toekomst nog veel meer. Heb je ooit een frase uit een boek in je hoofd gehad, maar wist je niet meer uit welk boek het kwam. Een decennium geleden kon je ’s nachts wakker liggen van zo’n probleem, een probleem dat je allicht met je mee had genomen tot in het graf, terwijl je binnenkort van je knagende vermoedens in een minuut of twee een geverificeerd feit kunt maken.

Ik herinner me een scene in de film All the President's Men, waar Robert Redford als Bob Woodward een hele dag doorbrengt in een kamer vol met telefoonboeken op zoek naar de lokatie van iemand wiens naam op een belastende cheque wordt vermeld.

Vandaag de dag zou zijn zoektocht slechts enkele seconden duren. De doorzoekbaarheid van tekst is pas opgebloeid met het grote succes van PDF’s – een van de vele digitale formaten die in rap tempo zijn analoge tegenhangers aan het vervangen is. Een paar jaar geleden ging ik naar een Adobe Acrobat conventie, maar was ik teleurgesteld toen hun enthousiaste belofte van een compleet doorzoekbaar formaat nog niet gerealiseerd waren in de eerste versies van het programma. Iedereen die ervaren heeft hoe snel en hoe geweldig PDF’s geëvolueerd zijn begrijpt dat het dom is om een technologie te beoordelen op haar oorspronkelijke vorm. Net als met zoveel andere zaken in de digitale revolutie, kan ik slechts verwachten dat we steeds opnieuw verbaasd zullen zijn door de vooruitgang van PDF’s.

Er is momenteel wellicht geen indrukwekkender demonstratie van de wonderen van spontane orde als die online encyclopedie, Wikipedia. Voor diegenen onder jullie die het niet weten, Wikipedia is de grootse collectie van encyclopedie-artikelen in de wereld, die volledig is geschreven door vrijwilligers. Iedereen kan artikelen wijzigen of een nieuw artikel beginnen. In het Engels zijn er nu al meer dan 810.000 artikelen, en in andere talen nog vele duizenden meer. Elk artikel werd geschreven, veranderd, en herschreven door wie dan ook besloot om bij te dragen. De arbeidsverdeling, de capaciteit van mensen voor het bouwen van consensus en totaal vrijwillige samenwerking, en de algemene goedheid van de meeste mensen om elkaars grenzen te respecteren worden hier tentoongesteld, en de hele wereld wordt als resultaat hiervan, beter geïnformeerd.

Wikipedia is een microcosmos van een online fenomeen dat vele etatisten voor onmogelijk hadden gehouden. Online zien we miljoenen malen meer informatie dan elk van ons in een heel leven kan lezen – en het is allemaal gratis voor wie het maar wil gebruiken. Het is interessant dat mensen moeite doen om informatie te delen met hun medemens. De goede kant van de mens – de liefdadigheid waarvan libertariërs juist zo benadrukken dat die bestaat en geen overheid nodig heeft om te kunnen bloeien – is er, duidelijk en voor iedereen te zien.

Met de explosie van informatie, een transformatie van de uitgeverij en informatiedistributie die enkel vergelijkbaar is met de uitvinding van de drukpers, is het verleidelijk te denken hoe lang het zal duren voordat mensen doorkrijgen wat voor slechte zaak staatsonderwijs eigenlijk is. In de nabije toekomst zulen mensen zich realiseren dat het falende staatsonderwijs gemakkelijk vervangen kan worden door een meer op maat-gestoelde, en veel goedkoper systeem van leren.

De spontane orde die een vrije markt in ideeën, goederen en online diensten gecultiveerd heeft, is onmiskenbaar door de grote massa omarmd. Het is een echte markt, toegankelijk voor iedereen met maar minimale start-up en administratieve kosten, en vrij van de ingangsbarrieres die we in de sterk geregyleerde industrieën van de ‘echte’ wereld zien. Het is geen verrassing dat de meeste van de grote websites en bedrijven – eBay, Yahoo, Google, PayPal, Amazon – zo sterk neigen naar de idee van vrijheid en tegen de staat. In tegenstelling tot de grote bedrijven van de mercantilistische realspace economie, zijn de grote spelers in e-commerce meer geneigd de staat als een onhandig obstakel te zien, of nog waarschijnlijker, als een non-entiteit die zijn best doet om de technologie van 1997 te begrijpen in plaats van als een belangrijke speler waarbij je kunt lobbyen voor subsidies en andere gunsten. Ongetwijfeld zijn er grote software- en hardwarebedrijven die de vrijheid niet zo gunstig gezind zijn, maar zij liggen vrijwel allemaal op een of andere manier in bed met de overheid, en hebben dus sowieso een belang bij de overleving van de corporate staat. Net als de staat zelf, zullen zij zich aan de verliezende kant van de geschiedenis vinden.

En wanneer we zien hoe de staat het internet beschouwt, kunnen we alleen maar glimlachen. De helft van de tijd doen politici alsof ze enthousiast zijn, en de andere helft lijkt het alsof ze bang zijn wanneer ze dreigen het internet te reguleren, censureren of er belasting over te heffen. Maar het is duidelijk dat het politieke establishment geen flauw idee heeft van waar ze het tegen opnemen, en diegenen onder ons die van vrijheid houden, kunnen dit slechts toejuichen.

Eric Garris

Vertaling door Koen Swinkels voor de Stichting MeerVrijheid

Lees de rest van dit artikel in het Engels op LewRockwell.com

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl