“The free man will ask neither what his country can do for him nor what he can do for his country.”
Milton Friedman

Youp van 't Hek is solidair: "Solidariteit is iets tussen mij en mijn ziel"

Door Bart Croughs

9 november 2005

Wie een tijdlang niet in Nederland is geweest, en snel wil weten waar de gemiddelde krantenlezer zich tijdens zijn afwezigheid druk om heeft gemaakt, doet er goed aan het meest recente interview met Youp van 't Hek op te slaan.

Zo maakte Youp zich in april 1993 druk over het volgende: "Philips gaat de kelder in, DAF gaat naar de sodemieterij, Joegoslavië brandt en hongert, de Duitsers steken asielzoekers in de fik, tankers slaan stuk." 1) Ruim een half jaar later, in december 1993, is Youp de Duitse neonazi's, Philips, DAF, en de stukslaande tankers alweer vergeten; ditmaal maakt hij zich druk over "kinderlijkjes die in auto's werden gezet om uit te testen hoe we met 180 kilometer per uur op elkaar kunnen lazeren, kinderen van negen die een kind van vier afmaken" en ook Somalië en Joegoslavië ontbreken niet. 2)

Naast zijn functie van nationale krantenlezer neemt Youp ook de belangrijke rol van nationaal geweten op zijn schouders. Geen enkele Nederlandse intellectueel speelt zijn morele verontwaardiging zo goed als Youp; ja, zo oprecht gaat Youp tekeer tegen al het onrecht in de wereld, dat je bijna zou gaan denken dat hij er zelf in gelooft. Dat Youp's populariteit inmiddels groter is dan die van Freek, lijkt mij dan ook volkomen verdiend. Over hongerend Afrika zegt Youp: "We hebben Afrika vol camera's gezet en dan kijken we naar die uitgemergelde kinderen op die kleine stokjes. En dan hoor je twee voetballers babbelen over zesendertig miljoen gulden." 2) Zolang Afrika hongert mag je van Youp dus geen 36 miljoen gulden verdienen. Hoeveel dan wel? Youp verklaart zich hierover helaas niet nader, maar ik heb het vermoeden dat de grens zo zal liggen rond het inkomen dat Youp zelf verdient.

Zo ver voert Youp z'n act door, dat hij midden in een bevlogen betoog over hoe de mens het milieu vergalt en de aarde verpest - ja, Youp is bij de tijd - uit louter enthousiasme zijn glas jus d'orange over de taperecorder en papieren van de interviewer zwiept. En tijdens een al even bevlogen betoog over asielzoekers signaleert de interviewer: 'Kwaad mept hij op het tafelblad.'2) Kortom, alle uitwendige tekenen van oprechte bevlogenheid zijn overduidelijk aanwezig.

Ook in zijn theaterprogramma Alles of nooit toonde Youp zich bijzonder bewogen. "Afrika sterft, en niemand maakt zich kwaad!" riep Youp keer op keer, zich steeds kwader makend. Niemand maakt zich kwaad, behalve de grote strijder tegen het onrecht zelf, Youp van 't Hek. - Youp's kwaadheid mag de magen van de hongerende negers dan niet vullen, z'n eigen maag lijdt er in ieder geval niet onder: hoe meer deze idealistische krantenlezer het publiek z'n zondigheid onder de neus wrijft, hoe voller de zalen, en hoe meer de welstand op Youp's steeds pafferiger werdende gelaat staat afgetekend.

Over zijn vertrek uit Nairobi vertelt Youp met de hem zo kenmerkende oprechte verontwaardiging: "Terwijl we over dat miljoen hongerigen vlogen, werd champagne geschonken. Het kan natuurlijk niet dat je in een vliegtuig een glas heft boven kreperende getto's." 3) Nee, Youp is solidair: hij wacht netjes met de champagne tot hij terug is in zijn Amsterdamse grachtenpand.

Over de oorlog in Joegoslavië "We weten het allemaal, en we doen er niks aan. Niks!" Behalve Youp natuurlijk, wiens monumentale grachtenpand ongetwijfeld uitpuilt van de persoonlijk uit Joegoslavië opgehaalde asielzoekers. Na deze geengageerde hartekreet, en na heel correct de Nederland-is-vol-discussie 'walgelijk' te hebben genoemd, gaat Youp echter gierend uit de bocht; over de Joegoslavische asielzoekers zegt hij: "je moet natuurlijk niet alleen de mensen in de oude wijken ermee opzadelen." Opzadelen, is dat een term die een progressieve intellectueel gebruikt als hij het heeft over aankloppende asielzoekers? Alsof ze een last vormen, in plaats van een verrijking? Je reinste vreemdelingenhaat!

Ondanks z'n door modieuze bekommernis over hongerende negers, Joegoslavië, milieuvervuiling, en asielzoekers verworven populariteit blijft Youp vasthouden aan het beeld van het eenzame genie: "ik roei nu in feite weer tegen de stroom in." 2) Waar heeft Youp die verduivelde tegendraadsheid toch vandaan? "De dooie vissen zwemmen met de stroom mee, was het gezinsmotto" aldus Youp. 3)

De progressieve leugens waar Youp vroeger nog in geloofde, maar die inmiddels door de tijd zijn achterhaald, weet Youp op een opmerkelijke manier te verdedigen. Op de stelling dat de reactionaire Wiegel het betreft de uitkeringsfraude toch beter heeft gezien dan Youp en z'n progressieve kornuiten, luidt zijn antwoord: "In de tijd dat de VVD dat soort dingen riep, viel het echt nog wel mee." 5) Kortom, pas als de progressieven ontdekken dat er gefraudeerd wordt, bestaat die fraude ook echt. Een hele geruststelling.
 

Youp: "Hier in mijn werkkamer ligt heus wel een chequeboekje. Daar doe ik dan iets mee voor de zwakkeren in de samenleving. [...] Maar het moet wel anoniem blijven. Storten in stilte. [...] Solidariteit is iets tussen mij en mijn ziel."
Naast zijn diepdoorvoelde solidariteit met hongerend Afrika, asielzoekers en het milieu ('Het bos is dood en mijn zoon is tweeeneenhalf. Dat houdt me bezig') staat Youp ook voor onaangepastheid. Gevaarlijk leven, dat is Youp's parool. 'Mensen die zich hebben laten vangen door de verplichtingen van een saai en risicoloos maatschappelijk bestaan, moeten het dan ook ontgelden', aldus Youp. 4) Waar Youp voor staat, dat is het bestaan van de avonturier, de zwerver, de man die alle schepen achter zich durft te verbranden. De duffe kleinburger krijgt er flink van langs. Je vraagt je af hoe Youp aan z'n inspiratie komt wat betreft dat avontuurlijke, anti-burgerlijke zwerversbestaan, daar hij zelf bewoner is van een comfortabel grachtenpand dat hij heel knus deelt met vrouw Debby en twee kotertjes (Julius van 3 en Anna van 5). Aan de verslaggever van Trouw onthult Youp zijn inspiratiebron: als hij 's avonds laat in zijn werkkamer nog wat zit te schrijven (kindertjes naar bed, vrouwtje met asielzoekers voor de televisie), kijkt hij weleens uit het raam: "Mijn werkkamer kijkt uit op het plein waar de zwervers samendrommen als zij de sluitingstijd van het huis voor onbehuisden weer eens hebben gemist." Zo zie je nog eens wat.

Ooit zei Youp dat hij in de tweede helft van zijn bestaan totaal opnieuw zou beginnen (jawel: 'gevaarlijk leven'). Door een interviewer wordt hem gevraagd of hij zich daaraan gehouden heeft. Youp: "Het nieuwe begin is een keuze: of ik ga pleite, of ik blijf. Ik heb besloten te blijven, en dat heeft niks met gezapigheid te maken." 1) Blijven, dat is de invulling die onze anti-burger aan het begrip 'een nieuw begin' toekent. En, let wel, dat is beslist geen gezapigheid! Als Youp blijft, is dat een avontuur.

Wie nu meent dat Youp z'n idealen alleen met de mond belijdt, komt toch bedrogen uit: "Hier in mijn werkkamer ligt heus wel een chequeboekje. Daar doe ik dan iets mee voor de zwakkeren in de samenleving." En ongetwijfeld ook iets voor het belaagde Joegoslavië, voor hongerend Afrika en voor het verpeste milieu, maar Youp is te bescheiden om dit erbij te vermelden. Want bescheiden is Youp: "Maar het moet wel anoniem blijven. Storten in stilte." 3) In alle anonimiteit en stilte schreeuwt Youp in interviews zijn stortingsdrift van de daken; dit in tegenstelling tot zijn verwerpelijke collega's, die, aldus een vlijmscherpe Youp, "genereus uitpakken als er publiek bij is." Nee, dan Youp: "Solidariteit is iets tussen mij en mijn ziel."

Amen.
  1. Humo, 8-4-93
  2. Mikro Gids, 25-12-93
  3. Elsevier, 15-9-1990
  4. Trouw, 28-11-91
  5. Algemeen Dagblad, 6-5-93

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl