“Alles dat werkelijk groots en inspirerend is, is gecreeerd door een individu dat kon werken in vrijheid. ”
Albert Einstein

De logica van de bureaucratie - deel 2

Door Redactie

3 november 2005

In het eerste deel van 'De Logica van de Bureaucratie' zagen we wat het essentiële verschil was in organisatie van aan de ene kant overheidsinstellingen en aan de andere kant bedrijven: bedrijfsorganisaties worden geleid en in toom gehouden door concurrentie in de markt en de daarbijbehorende mogelijkheden tot winst en verlies. Overheidsorganisaties kunnen daarentegen continu uitdijen zonder betere dienstverlening te leveren of meer klanten te verkrijgen door een gebrek aan concurrentie en het daarbijbehorende gebrek aan een prijsmechanisme en mogelijkheden tot winst en verlies. In dit deel zullen we in meer detail zien hoe precies overheidsbureaucratieën uitdijen.

Er is een beroemde wet in de sociologie over het functioneren van bureaucratieën. De Wet van Parkinson stelt dat de hoeveelheid werk toeneemt om de tijd die toegestaan is voor volbrenging maar te vullen. Dus, als je iemand 10 uur geeft om een taak te doen die normaliter maar 3 uur in beslag neemt, zal ie er ook 10 uur over doen. Parkinson merkte ook op dat de bureaucratieën die hij bestudeerde elk jaar met 5-7 procent groeiden, ongeacht of de hoeveelheid gevraagde dienstverlening ook daadwerkelijk toenam.

De Wet van Parkinson: de hoeveelheid werk neemt toe om de tijd die toegestaan is voor volbrenging te vullen.
Niet alleen kunnen bureaucraten langer doen over dezelfde taken, ook creëren bureaucraten juist extra werk om zo maar bezig te zijn en de organisatie te kunnen laten groeien. Vaak gaan die twee zaken hand in hand: door extra, onnodig werk te creëren, kun je langer over je echte taken doen. Deze groei wordt volgens Parkinson in ieder geval op twee manieren veroorzaakt: 1. een bureaucraat zal niet het aantal van zijn rivalen willen vergroten, maar juist de hoeveelheid ondergeschikten, ook al om zo te bewijzen dat hij grote afdelingen kan managen, en 2. bureaucraten creëren werk voor elkaar, bijvoorbeeld door de eerder genoemde toenemende regelgeving en voorschriften, en door allerlei interne projecten die niets van doen hebben met de dienstverlening aan de klanten.

In zijn boek uit 1966 Inside Bureaucracy, maakt Anthony Downs een aantal gegeneraliseerde observaties over overheidsbureaucratieën die hun inherente futiliteit helpen illustreren:
*Niemand kan het gedrag van een grote bureaucratie echt controleren. Des te groter een bureaucratie wordt, des te slechter zal de coördinatie tussen al haar activiteiten worden.

*Elke poging om een grote bureaucratie onder controle te krijgen zal veelal resulteren in het creëren van weer een nieuwe bureaucratie.



*Hoe meer moeite bureaucraten in de hoogste functies doen om het gedrag van hun ondergeschikten te controleren, hoe meer moeite die ondergeschikten doen om die controle te ontlopen.

*Alle bureaucraten ontwikkelen een sterke loyaliteit tegenover hun organisatie in plaats van bijvoorbeeld tegen hun klanten, omdat de organisatie de bron is van hun baanzekerheid en promoties. Vandaar alle pogingen om mislukkingen en ander falen onder de pet te houden.

*Wanneer een bureaucratie groeit, groeit in het begin het niveau van talent waarna het enkel nog omlaag gaat.

*Wanneer bureaucratieën langer bestaan, verplaatsen de topfunctionarissen hun focus van het verlenen van sociale diensten naar het verzekeren van de groei van het budget van het instituut. Dit betekent ook dat men klokkenluiders fel zal bestrijden.

*Elke bureaucraat zal de neiging hebben om de informatie die hij bezit en die hij hogerop in de organisatie moet brengen te vervormen, door de data die hem niet goed uitkomen te negeren of te verwaarlozen, en de data die hem goed uitkomen te overdrijven. Hij zal ook de neiging hebben om zijn superieuren enkel te vertellen wat hij denkt dat ze willen horen, niet noodzakelijk wat consistent met de realiteit is.

*Elke bureaucraat zal die opdrachten die goed zijn voor zijn eigenbelang uitvoeren, en de opdrachten die slecht zijn voor hemzelf trachten te ontwijken.

*In elke grote bureaucratie gaat een significant deel van de activiteiten over zaken die niets te maken hebben met de oorspronkelijke doelen van de organisatie.

*Wanneer een bureaucratie groeit zal de proportie van weggegooid geld steeds verder stijgen.

*Hoe groter een bureaucratie, hoe meer weerstand tegen verandering ie zal bieden. Dit kan omdat er toch geen druk vanuit de markt is.

*Elke bureaucraat is een levendige propagandist voor de uitbreiding van zijn organisatie. Overheden geven elk jaar miljarden uit aan propaganda met als doel het publiek te laten geloven dat de mislukkingen eigenlijk grote successen zijn.

Een aantal van de genoemde problemen (liever lui dan moe, vervormen van informatie om jezelf te beschermen, loyaliteit aan de eigen organisatie) lijkt niet slechts voorbehouden aan overheidsbureaucratieën: het is eerder de menselijke natuur die zo is, en dat zal voor bedrijven op de vrije markt net zo het geval zijn. Maar het grote verschil is dat dit soort gedrag op de vrije markt veel meer afgestraft wordt door concurrentie: inefficiënte, logge bedrijven verkopen duurdere producten of producten van mindere kwaliteit dan de concurrentie en zullen dus failliet gaan. In overheidsbureaucratieën is die remming er veel minder, en wordt falen, pervers genoeg, juist beloond.

Kort gezegd, de continue beloftes van politici om bureaucratieën te beteugelen, erin te snijden, of te verkleinen, moeten niet serieus genomen worden.



Dit artikel is een gedeeltelijke en vrije vertaling van The Futility of Bureaucracy van Thomas DiLorenzo, aangevuld met eigen tekst door Koen Swinkels. Thomas DiLorenzo schreef onder andere How Capitalism Saved America en Official Lies.


Gerelateerde links:
- Govert, Ministerie van Speciale Zaken
- Murray Rothbard: De Mythe van de Efficiënte Overheidsdienst


Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl