Ongelijkheid en risico

Door Paul Graham

2 oktober 2005

Stel je voor dat je van economische ongelijkheid af zou willen. Er zijn twee manieren om dit te bereiken: geef geld aan de armen, of pak het af van de rijken. Maar ze komen op hetzelfde neer, want als je geld aan de armen wilt geven, dan moet je het ergens vandaan halen. Je kunt het niet bij de armen halen, anders komen ze gewoon op hetzelfde uit waarmee ze zijn begonnen. Je moet het bij de rijken halen.

Er is natuurlijk een manier om de armen rijker te maken, zonder simpelweg geld van de rijken over te hevelen. Je zou de armen kunnen helpen om productiever te worden -- bijvoorbeeld door toegang tot onderwijs te verbeteren. In plaats van het afpakken van het geld van ingenieurs en dat te geven aan kassamedewerkers, zou je mensen die kassamedewerker geworden zouden zijn, kunnen helpen om ingenieur te worden.

Dit is een uitstekende strategie om de armen rijker te maken. Maar het bewijs van de laatste 200 jaar toont aan dat deze strategie economische ongelijkheid niet vermindert, omdat het ook de rijken rijker maakt. Als er meer ingenieurs zijn, dan zijn er meer mogelijkheden om ze in te huren en hen dingen te verkopen. Henry Ford zou niet een fortuin kunnen hebben verdient met het bouwen van auto's in een maatschappij waarin de meeste mensen nog zelfvoorzienende boeren waren; hij zou noch arbeiders noch klanten hebben gehad.

Als je economische ongelijkheid wilt reduceren, in plaats van alleen de algemene levensstandaard te verbeteren, dan is het niet genoeg om de armen omhoog te trekken. Wat als één van de nieuw opgeleide ingenieurs ambitieus wordt en in de toekomst een nieuwe Bill Gates wordt? Economische ongelijkheid zal net zo erg zijn als ooit. Als je daadwerkelijk de kloof tussen arm en rijk wilt verminderen, dan moet je zowel aan de top naar beneden duwen als aan de onderkant naar boven duwen.

How duw je aan de top naar beneden? Je zou kunnen proberen de productiviteit te verminderen van de mensen die het meeste geld verdienen: laat de beste chirurgen opereren met hun linkerhanden, dwing populaire acteurs om overgewicht te krijgen, enzovoort. Maar deze aanpak is moeilijk te implementeren. De enige praktische oplossing is om mensen het beste werk te laten doen dat ze kunnen, en dan (hetzij door belastingen, hetzij door te verminderen welke bedragen ze kunnen vragen) datgene te confisqueren, wat jij als overschot beschouwt.

Afpakken van geld van de rijken blijkt gevolgen te hebben die men niet zou kunnen hebben voorzien [...]
Dus laten we duidelijke zijn over wat het reduceren van economische ongelijkheid betekent. Het is synoniem met het afpakken van geld van de rijken.

Wanneer je een wiskundige uitdrukking in een andere vorm transformeert, merk je vaak nieuwe dingen op. Zo is het ook in dit geval. Afpakken van geld van de rijken blijkt gevolgen te hebben die men niet zou kunnen hebben voorzien, wanneer men hetzelfde idee uitdrukt in termen van "reduceren van ongelijkheid".

Het probleem is: risico en beloning moeten proportioneel zijn. Een weddenschap met een kans op winnen van slechts 10% moet meer opleveren dan een weddenschap met een kans op winnen van 50%, anders zal niemand die weddenschap aangaan. Dus als je de top van de mogelijke beloningen afkapt, verminder je daarmee de bereidheid van mensen om risico's te nemen.

Als we dit invullen in onze oorspronkelijke uitdrukking, dan krijgen we: het verminderen van economische ongelijkheid betekent het verminderen van de bereidheid van mensen om risico's te nemen.

Er zijn hele klassen van risico's die niet langer de moeite waard zijn om te nemen als de maximumopbrengst verminderd wordt. Één reden waarom hoge belastingen rampzalig zijn, is dat het starten van een nieuw bedrijf tot deze klasse van risico's behoort.

Investeerders

Beginnende bedrijven zijn intrinsiek riskant. Een beginnend bedrijf is als een kleine boot op de open zee. Één grote golf en je ligt op de bodem. Een concurrerend product, een verslechtering van de economie, een vertraging in het krijgen van financiering of overheidsgoedkeuring, een patentrechtzaak, veranderende technische standaarden, het vertrek van een essentiële werknemer, het verlies van een grote klant -- elk van deze dingen kan je van de ene dag op de andere vernietigen. Het lijkt erop dat slechts 1 op de 10 beginnende bedrijven slaagt.[1]

Ons beginnende bedrijf betaalde zijn eerste ronde van externe investeerders 36x. Dit betekent dat, gegeven de huidige Amerikaanse belastingtarieven, het zinvol was geweest om in ons te investeren als we een kans van slagen hadden van meer dan 1 op de 18. Dat klinkt ongeveer correct. Dat is waarschijnlijk ruwweg de indruk die we maakten, toen we een stelletje nerds waren die zonder businesservaring ons bedrijf opereerden vanuit een appartement.

Als een dergelijk risico niet loont, dan zal venture investing [het financieren van startende bedrijven], zoals wij dat kennen, niet plaats vinden.

Dat zou ok zijn als er andere bronnen van kapitaal voor nieuwe bedrijven zijn. Waarom zouden we niet de overheid, of één of andere semi-overheidsorganisatie zoals Fannie Mae, venture investeringen laten doen in plaats van private financiers?

Ik zal je vertellen waaron dat niet zou werken. Omdat je in dat geval overheids- of semi-overheidswerknemers vraagt om het ene ding te doen waaroe ze het minst in staat zijn: het nemen van risico's.

Zoals iedereen die voor de overheid heeft gewerkt weet, is het belangrijkste niet om de juist keuzes te maken, maar om keuzes te maken die later kunnen worden gerechtvaardigd als ze falen. Als er een veilig optie is, dan is die degene die een bureaucraat zal kiezen. Maar dat is exact de verkeerde manier om venture investing te doen. De aard van venture investing is dat je vreselijk riskante keuzes wilt maken, als de vooruitzichten goed genoeg lijken.

Venture capitalists worden tegenwoordig betaald op een manier die ze doet concentreren op de vooruitzichten: ze krijgen een percentage van de opbrengst van de financiering. En dat helpt hen om hun begrijpelijke angst om te investeren in een bedrijf dat geleid wordt door nerds die eruit zien als universiteitsstudenten (en dat misschien ook zijn) te overbruggen.

Als het niet toegestaan was dat VC's rijk mochten worden, dan zouden ze zich als bureaucraten gedragen. Zonder hoop op resultaat, zouden ze alleen maar de angst op verlies hebben. En dus zouden ze de verkeerde keuzes maken. Ze zouden de nerds afwijzen ten gunste van de gelikte M.B.A. in een pak, omdat die investering later makkelijker te rechtvaardigen zou zijn als die zou falen.

Oprichters

Maar zelfs als je op één of andere manier het systeem van venture financiering zou kunnen herontwerpen, zodat het kon werken zonder dat het toegestaan was dat VC's rijk mochten worden, dan is er nog een andere investeerder die je simpelweg niet kan vervangen: de oprichters van het beginnende bedrijf en vroege werknemers.

Wat zij investeren is hun tijd en ideeën. Maar deze zijn equivalent aan geld; het bewijs is dat investeerders bereid zijn (indien gedwongen) om hen als uitwissselbaar te beschouwen, door dezelfde status toe te kennen aan 'zweetaandelen' als aan de aandelen die met geld hebben gekocht.

Het feit dat je tijd investeert verandert niets aan het verband tussen risico en beloning. Als je van plan bent je geld te gaan investeren in iets met een kleine kans van slagen, dan zul je dat alleen doen als een een proportioneel grote beloning is.[2] Als grote beloningen niet toegestaan zijn, dan zou je net zo goed een veilige keuze kunnen maken.

Net als veel oprichters van beginnende bedrijven, deed ik het om rijk te worden. Maar niet omdat ik dure spullen wou kopen. Wat ik wou was zekerheid. Ik wou genoeg geld verdienen zodat ik mij niet meer druk hoefde te maken om geld. Als het verboden was voor een beginnend bedrijf om dit te doen, dan zou ik veiligheid gezocht hebben via andere middelen: bijvoorbeeld, door te gaan werken voor een grote stabiele organisatie waar ik moeilijk ontslagen zou kunnen worden. In plaats van mij uit de naad te werken, zou ik geprobeerd hebben om een prettige, lage-stress baan bij een groot onderzoekslab te krijgen, of een vaste aanstelling bij een universiteit.

Dat is wat iedereen doet in maatschappijen waar risico niet beloond wordt. Als je niet je eigen veligheid kan garanderen, dan is het op één na beste wat je kunt doen een nestje voor jezelf te bouwen in één of andere grote organistatie waar je status voornamelijk van anciënniteit afhangt.[3]

[Het] eliminineren van economische ongelijkheid betekent het elimineren van beginnende bedrijven.
Zelfs al zouden we op één of andere manier investeerders kunnen vervangen, dan zie ik niet in hoe we oprichters kunnen vervangen. Investeerders dragen voornamelijk geld bij, dat in principe hetzelfde is onafhankelijk waar het vandaan komt. Maar de oprichters dragen ideeën bij. Die kun je niet vervangen.

Laten we de keten van argumenten tot nu toe nog eens doorlopen. Ik begeef mij in de richting van een conclusie die voor veel lezers enorme tegenzin zal oproepen, dus ik heb geprobeerd om iedere schakel onbreekbaar te maken. Het verminderen van economische ongelijkheid betekent het afpakken van geld van de rijken. Aangezien risico en beloning equivalent zijn, zorgt het verlagen van potentiële belonginen er automatisch voor dat de bereidheid van mensen om risico's te nemen vermindert. Beginnende bedrijven zijn intrinsiek riskant. Zonder het vooruitzicht op beloningen die proportioneel zijn aan het risico, zullen oprichters niet hun tijd in een beginnend bedrijf investeren. Oprichters zijn onvervangbaar. Dus het eliminineren van economische ongelijkheid betekent het elimineren van beginnende bedrijven.

Economische ongelijkheid is niet alleen een gevolg van beginnende bedrijven. Het is de motor die ze voortdrijft, op dezelfde manier dat water een watermolen aandrijft. Mensen beginnen bedrijven in de hoop dat ze veel rijker zullen worden dan dat ze eerst waren. En als jouw maatschappij probeert om te voorkomen dat iemand veel rijker is dan iemands anders, dan voorkomt ze ook dat één persoon veel rijker is op tijdstip t2 dan op t1.

Groei

Dit argument geldt op proportionele wijze. Het is niet alleen het geval dat wanneer je economische ongelijkheid elimineert, er geen beginnende bedrijven zullen zijn. Naarmate je economische ongelijkheid vermindert, verminder je het aantal beginnende bedrijven.[4] Verhoog de belastingen, en de bereidheid om risico's te nemen vermindert in dezelfde mate.

En dat lijkt slecht te zijn voor iedereen. Nieuwe technologie en nieuwe banen zijn disproportioneel afkomstig van nieuwe bedrijven. Als je geen beginnende bedrijven hebt, dan zul je zelfs al gauw geen bestaande bedrijven meer hebben, net zoals wanneer je geen kinderen meer krijgt, je al gauw geen volwassenen meer zult hebben.

Het lijkt goed om te zeggen dat we economische ongelijkheid moeten verminderen. Waanneer je het op die manier uitdrukt, wie kan het dan met je oneens zijn? Ongelijkheid moet toch wel slecht zijn, toch? Het klinkt een stuk minder goed om te zeggen dat we de mate waarin nieuwe bedrijven worden opgericht moeten reduceren. En toch impliceert het één het andere.

Het zou zelfs kunnen zijn dat het reduceren van de bereidheid van investeerders tot risico niet alleen beginnende bedrijven, die nog in larvestadium zijn, vernietigt, maar vooral de meest veelbelovende onder hen. Beginnende bedrijven genereren bij een hoger risico snellere groei dan gevestigde bedrijven. Geldt deze trend ook tussen beginnende bedrijven onderling? Dat wil zeggen: zijn de meest riskante beginnende bedrijven degene die de meeste groei genereren als ze slagen? Ik vermoed dat het antwoord ja is. En dat is een beangstigende gedachte, want het betekent dat wanneer je de bereidheid tot risico van investeerders afsnijdt, de meeste gunstige beginnende bedrijven de eerste zullen zijn die geëliminieerd worden.

Niet alle rijke mensen worden natuurlijk rijk door een bedrijf te beginnen. Wat als we mensen rijk laten worden door ze bedrijven te laten beginnen, maar al hun overtollige geld belasten? Zou dat dan niet eindelijk ongelijkheid verminderen?

Minder dan je zou denken. Als je het zo zou organiseren dat mensen alleen rijk konden worden door het beginnen van een bedrijf, dan zouden mensen die rijk wilden worden allemaal bedrijven beginnen. En dat zou misschien een goed iets zijn. Maar ik denk niet dat het een effect zou hebben om de verdeling van welvaart. Mensen die rijk willen worden zullen doen wat ze moeten doen. Als het beginnen van een bedrijf de enige manier is om dat te doen, dan zal het enige resultaat zijn dat er veel meer mensen een bedrijf zullen beginnen. (Als je de wetten heel nauwkeurig schrijft, tenminste. Het is waarschijnlijker dat je alleen maar een heleboel mensen krijgt die dingen doen die op papier lijken op beginnende bedrijven.)

Als we vastberaden zijn om economische ongelijkheid te elimineren, dan is er nog altijd één oplossing: we zouden kunnen ze zeggen dat we bereid zijn om om het zonder beginnende bedrijven te moeten doen. Wat zou er gebeuren als we dat deden?

We zouden in ieder geval een lager niveau van technologische groei moeten accepteren. Als je gelooft dat grote, gevestigde bedrijven op één of andere manier nieuwe technologie kunnen ontwikkelen met dezelfde snelheid als beginnende bedrijven, dan is het aan jou om uit te leggen hoe. (Als je met een minimaal plausibele uitleg kunt komen, dan kun je een fortuin verdienen met het schrijven van businessboeken en met het werken als consultant bij grote bedrijven.)[5]

Ok, dus we krijgen lagere groei. Is dat zo slecht? Welnu, één reden dat het slecht is in de praktijk, is dat andere landen niet samen met ons zouden willen vertragen. Als je het acceptabel vindt om nieuwe technologieën met een lagere snelheid te ontwikkelen dan de rest van de wereld, wat er dan gebeurt is dat je helemaal niets uitvindt. Alles wat je zou kunnen ontdekken zal dan al ergens ander uitgevonden zijn. En het enige wat je aan te bieden hebt zijn grondstoffen en goedkope arbeidskrachten. Als je eenmaal zo laag gezonken bent, dan kunnen andere landen alles met je doen wat ze maar willen: corrupte regeringen installeren, je beste arbeiders wegsluizen naar het buitenland, je vrouwen als prostituees gebruiken, hun toxische afval op jouw gebied dumpen -- alle dingen die wij nu arme landen aandoen. De enige verdediging is om jezelf te isoleren, zoals communistische landen deden in de twintigste eeuw. Maar het probleem is dan dat je een politiestaat moet worden om dit te handhaven.

Welvaart en macht

Ik realiseer me dat beginnende bedrijven niet het hoofddoelwit zijn van degenen die economische ongelijkheid willen eliminieren. Wat ze vooral niet leuk vinden is het soort inkomen dat zichzelf in stand houdt door een alliantie met macht. Bijvoorbeeld: bouwbedrijven die de verkiezingscampagnes van politici financieren in ruil voor overheidcontracten, of rijke ouders die hun kinderen in goede universiteiten weten te krijgen door ze naar dure scholen te sturen die voor dat doel bedoeld zijn. Maar als je probeert om dit soort welvaart aan te vallen met een economisch beleid, dan is het moeilijk om je doelwit te treffen zonder ook beginnende bedrijven te vernietigen als collateral damage.

Het probleem hier is niet welvaart, maar corruptie.
Het probleem hier is niet welvaart, maar corruptie. Dus waarom zouden we niet achter corruptie aangaan?

We hoeven niet te voorkomen dat mensen rijk worden, als we kunnnen voorkomen dat welvaart in macht verandert. En er is vooruitgang op dat front. Voordat hij stierf aan de drank in 1925, reed Commodore Vanderbilts mislukte kleinkind Reggie op vijf verschillende malen voetgangers over, waarbij hij twee van hen doodde. Tegen 1969, toen Ted Kennedy van de brug bij Chappaquiddick afreed, leek het limiet naar één gedaald te zijn. Vandaag zou het nul kunnen zijn. Maar wat er is veranderd is niet de variatie in welvaart. Wat er is veranderd is de mogelijkeheid om welvaart in macht om te zetten.

Hoe verbreek je het verband tussen welvaart en macht? Eis transparantie. Kijk nauwkeurig naar hoe macht wordt uitgeoefend, en eis rekenschap van hoe beslissingen gemaakt worden. Waarom worden alle politieondervragingen niet gevideotaped? Waarom vielen de Verenigde Staten daadwerkelijk Irak binnen? Waarom openbaren ambtenaren niet meer over hun financiën, en waarom alleen tijdens hun ambtstermijn?

Een vriend van mij die veel over computerbeveiliging weet, zegt dat verreweg de meest belangrijkste stap is om alles te loggen. Toen hij nog een jochie was dat probeerde in computers in te breken, was het achterlaten van een spoor wat hem het meest zorgen maakte. Hij was meer tegengewerkt door de noodzaak om een spoor te vermijden, dan door ieder ander obstakel dat opzettelijk in zijn pad werd geplaatst.

Zoals alle illegale verbanden, bloeit het verband tussen welvaart en macht op in geheimzinnigheid. Openbaar alle transacties, en je zult dit verband enorm reduceren. Dat is de strategie die al lijkt te werken, en het heeft niet als bijwerking dat het je hele land arm maakt.

Ik denk niet dat veel mensen zich realiseren dat er een verband bestaat tussen economische ongelijkheid en risico. Ik begreep het zelf tot voor kort ook niet. Ik wist natuurlijk al jaren dat wanneer men niet scoorde met een beginnend bedrijf, het andere alternatief was om een knusse, vaste onderzoeksbaan te krijgen. Maar ik begreep niet de formule die mijn gedrag bepaalde. Het is eveneens empirisch duidelijk dat een land dat niet toestaat dat mensen rijk worden op weg is naar een ramp, of het nu het Rome van Diocletius is of het Engeland van Harold Wilson. Maar ik begreep pas sinds kort de rol die risico hierin speelt.

Als je probeert om welvaart aan te vallen, dan zul je uiteindelijk ook ricico vernietigen, en met ricio ook groei. Als we een eerlijkere wereld willen, denk ik dat we beter één plek verderop kunnen aanvallen, op het punt waar welvaart in macht verandert.

Paul Graham

Paul Graham is een essayist, programmeur, en libertariër. In 1995 ontwikkelde hij samen met Robert Morris de eerste web-gebaseerde applicatie, Viaweb, die in 1998 voor $49 miljoen door Yahoo! werd gekocht. In 2002 beschreef hij een simpel Bayesiaans spamfilter dat aan de basis ligt van de meeste huidige filters. Paul Graham heeft een A.B. in filosofie van Cornell, een Ph.D. in informatica van Harvard, en heeft schilderkunst gestudeerd bij RISD en de Accademia di Belle Arti in Florence. Tot zijn boeken behoren On Lisp, ANSI Common Lisp, en Hackers & Painters: Big Ideas From the Computer Age, waarvan een groot aantal essays ook op zijn site is te lezen. Graham is één van de partners in het bedrijf Y Combinator dat beginnende ondernemers financiert en ondersteunt.
Vertaald door Stichting MeerVrijheid.

Gerelateerde links:
- Dit artikel in het Engels plus voetnoten
- Wat je niet mag zeggen
- Andere essays van Paul Graham
- Y Combinator
- Startup School
- Where are all the European Startups?
- Studenten zien op tegen risico's van ondernemen

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl