“Het is niet utopisch om te werken aan een samenleving zonder belastingen; het is utopisch om te denken dat de macht om belasting te heffen niet misbruikt zal worden zodra die verleend is.”
Murray Rothbard

Katrina

Door Bart Croughs

28 september 2005

De reacties van columnisten en commentatoren op het desastreuze falen van de Amerikaanse overheid in New Orleans waren vrijwel eenstemmig.

Maarten van Rossem in Twee Vandaag, Sjoerd de Jong en J.H. Sampiemon in NRC Handelsblad, Paul Krugman en het redactioneel commentaar van de Volkskrant, ze waren het allemaal roerend eens. Meer overheid! Hogere belastingen! De vrijemarktideologie is de boosdoener!

De onbevangen lezer wreef zich de ogen uit. Had hij iets gemist? Was de verantwoordelijkheid voor de bouw van dijken in de VS misschien in private handen overgegaan, en waren bedrijven dus schuldig aan de overstromingen? Nee, zo was het toch niet. Desondanks wijst het falen van de overheid volgens deze denkers niet op enige inefficiëntie van deze instelling. Integendeel, het bewijst juist hoe goed de overheid en hoe slecht de vrije markt is! De rampzalige incompetentie van de grootste en rijkste overheid uit de wereldgeschiedenis wordt gezien als bewijs dat deze overheid nog groter en rijker moet worden gemaakt. De staatsaanbidding van de intellectueel begint verdacht veel te lijken op een geestesziekte.

De oorzaak van de ramp is de ideologie van de kleine overheid en de voortdurende bezuinigingen en belastingverlagingen in Amerika, aldus de redenering. Daardoor heeft de overheid niet voldoende geld om dit soort rampen te voorkomen. Een leuke theorie, met één zwakke plek: hij is in strijd met de feiten. De terugtredende Amerikaanse overheid bestaat slechts in de verbeelding van intellectuelen. Elk jaar geeft de Amerikaanse overheid méér geld uit, niet minder. Het totale budget van de federale overheid alleen is de laatste jaren gegroeid tot meer dan 2500 miljard dollar – genoeg om een paar goede dijken van te bouwen. Maar liever dan aan goede dijken geeft de Amerikaanse overheid het geld uit aan het gelukkig maken van Irakezen (60 miljard per jaar), het subsidiëren van boeren, bedrijven, kunstenaars, enzovoorts, enzovoorts. Kortom, de Amerikaanse overheid gedraagt zich – verrassing! – als een overheid.

In de VS zijn inmiddels de eerste economen opgestaan die ervoor pleiten de bouw van dijken voortaan aan de vrije markt over te laten. In Nederland zullen dergelijke geluiden vermoedelijk nog even op zich laten wachten.

Bart Croughs

Deze column verscheen eerder in HP/De Tijd.

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl