“Achter de meeste argumenten tegen de vrije markt ligt een gebrek aan geloof in vrijheid zelf.”
Milton Friedman

Duitse malaise

Door Redactie

27 oktober 2005

Op de Nederlandse Wikipedia wordt HP/De Tijd beschreven als een blad met libertaristische trekjes. En inderdaad, Marcel Roele, Bart Croughs en Henry Sturman en naar verluid ook Boudewijn van Houten koesteren libertarische ideeën. Maar ook medewerkers Roelof Bouwman en Bart de Koning blijken pro-vrije-markt en anti-collectivistisch. Een paar weken geleden stond er een artikel van laatstgenoemde in het weekblad over de verwende Duitse oosterburen. Het gaat slecht met de economie (5 miljoen werklozen) en deze deplorabele situatie was de belangrijkste inzet van de recente verkiezingen. Hoe het tij te keren? Meer overheidsbemoeienis of juist minder? Hieronder een fragment uit dat artikel.

De voorstanders van de vrije markt hebben een iets lastiger verhaal om uit te leggen. Duitsers hebben liever zekerheid en gelijkheid dan vrijheid, zoals de liberaal Otto Graf Lambsdorff een tijdje geleden zei in een interview. De voormalige minister van Economische Zaken voert al jaren een kruistocht tegen het Kuschelkapitalismus, en tot nu toe met weinig succes. Op het eerste gezicht is dat raar. Het zou voor iedere Duitser (Nederlander, Fransman, vul maar in) duidelijk moeten zijn dat een vrije markt beter werkt dan protectionisme. Duitsland profiteert als grootste exportland ter wereld als geen ander van de vrijhandel.

De angst voor vrijhandel is gebaseerd op kleuterschoolwijsheid: waar er twee ruilen, moet er een huilen.
Succesvolle voorbeelden van landen met dichtgetimmerde markten zijn er niet: van Argentinië (decennialang veel protectionisme) tot Noord-Korea (al tientallen jaren potdicht), het eindigt altijd met malaise. De angst voor vrijhandel is gebaseerd op kleuterschoolwijsheid: waar er twee ruilen, moet er een huilen. De economie als taart: als de Chinezen een grotere punt krijgen, dan krijgen wij automatisch een kleinere. In werkelijkheid is dat natuurlijk onzin. Een jaar of twintig geleden was Japan de grote boeman. Met hun prijsbeuktactiek zouden de Japanners de hele westerse industrie wegvagen, voorspelden doemdenkers. Nooit uitgekomen. Nu zijn de goedkope Chinezen en Polen het grote angstbeeld.

Maar het mooie aan internationale handel is nu juist dat beide partijen er beter van worden. Het Westen de goedkope spullen en diensten, het Oosten de hogere inkomens. Wie een beetje oplet, ziet de signalen al. In China vragen managers in sommige bedrijfstakken al net zulke hoge salarissen als hier. In Letland stegen de lonen dit jaar met 14,2 procent, in Estland met 10,4. Nog een jaartje of twintig en ze zijn net zo rijk als Duitsers en Nederlanders. Globalisering is niet eng, globalisering werkt. Met de wijsheid achteraf zal iedereen toegeven dat het terecht is dat de auto miljoenen koetsiers werkloos heeft gemaakt en dat het stoomschip het zeilschip heeft vervangen.

Datzelfde begrip is wat moeilijker op te brengen als je er zelf middenin zit, zoals de Duitsers nu. Het zal best dat het op langere termijn voor de wereldeconomie beter is dat de Chinezen hun goedkope mobieltjes verkopen aan de Duitsers, maar je zult maar net een van die 4224 Siemens-werknemers zijn die geofferd worden op het altaar van de internationale handel.

Voor veel vrijheidgezinde mensen zijn kranten als Trouw of de Volkskrant om mentale gezondheidsredenen een bedreiging. Het collectivisme, het moralisme, het pretentieuze intellectualisme, de warhoofdige columnisten, het zogenaamde morele gelijk en het gebrek aan economisch inzicht maken het zowel ergelijk als moeilijk om deze kranten te lezen. Gelukkig is er nog HP/De Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl