Boeren en hun subsidies

Door Redactie

22 september 2005

Ah, de wonderen van de Europese Unie. Waar we eerst door subsidies en te hoge prijzen door tariefmuren enkel de inefficiente Westeuropese boeren moesten steunen in de uitoefening van hun hobby, zijn we nu door de uitbreiding van de Unie eindelijk in de gelegenheid om ons geld ook aan de Oosteuropese boeren te verkwisten. Gisteren werd bekend dat onze bijdrage aan de EU fors omhoog zou gaan van de 180 euro die tijdens de grondwet-campagne genoemd werd naar tussen de 200 en 300 euro per jaar. Als die subsidies dan nog ten goede zouden komen aan de individuele, arme, ploeterende boer dan zou deze wellicht nog wat sympathie oproepen, maar niets is minder waar.

De Volkskrant meldt:

AMSTERDAM - Grofweg tweederde van de landbouwmiljarden, die Nederland uit Brussel ontvangt, is de afgelopen vijf jaar bij honderd bedrijven terechtgekomen. Dat concludeert de Evert Vermeer Stichting (EVS) voorzichtig op grond van de eerste analyse van de subsidiegegevens, die het ministerie van Landbouw woensdagavond laat vrijgaf.

In totaal ontvangen 80.000 Nederlandse boeren en bedrijven in Nederland steun uit de Europese landbouwpot. Vijftien analisten in binnen- en buitenland onderzochten de brij aan gegevens voor EVS en constateerden dat een flink deel van de miljarden terechtkomt bij een beperkte groep, aldus Y. Du Pont van de stichting. Hij verwacht later deze dag een top-100 van de grootste ontvangers te publiceren.

Een aantal grootontvangers als zuivelfabrikanten Campina en Coberco geven hun ontvangsten wel weer door aan de individuele melkveehouders, nuanceert Du Pont. Een eerste blik op de gegevens leert dat een waar scala aan bedrijven de subsidies krijgt. Onder de ontvangers zitten bijvoorbeeld ook bierbrouwers als Heineken en tabaksfabrikant Philip Morris.

De stichting, die is gelieerd aan de PvdA, heeft inzage in de subsidiegegevens gevraagd. Openheid over de geldstromen is nodig om een eerlijke discussie over het Europees landbouwbeleid te kunnen voeren, meent EVS.

Verschillende boeren klopten de afgelopen week aan bij de rechter om de publicatie tegen te houden. Het met naam en toenaam bekend maken van de subsidieontvangers vinden zij een aantasting van hun privacy. Rechters in Assen en Utrecht hebben deze verzoeken afgewezen.


H. L. Mencken
Zonder subsidies en tariefmuren die concurrenten uit de Derde Wereld het onmogelijk maken om fatsoenlijk te concurreren zouden enkel die boerenbedrijven voort kunnen bestaan die daadwerkelijk leveren waar de consument behoefte aan heeft tegen de scherpst mogelijke prijs. Maar, de eerlijke boer niettegenstaande, de landbouwsector is fenomenaal succesvol in het lobbyen bij de politici. Zo krijgen ze niet alleen subsidies en hun concurrenten tarieven, maar ook beschikken zij over enorme gebieden land in Nederland waar huizen, parken, bedrijven, enzovoorts aangelegd zouden kunnen worden ware het niet voor allerlei planologische bepalingen van de overheid. De Amerikaanse humorist en journalist H. L. Mencken schreef eerder een briljante kritiek op de lobbydrift van de Amerikaanse boeren:
….LET the farmer, so far as I am concerned, be damned forevermore. To Hell with him, and bad luck to him. He is a tedious fraud and ignoramus, a cheap rogue and hypocrite, the eternal Jack of the human pack. He deserves all that he ever suffers under our economic system, and more. Any city man, not insane, who sheds tears for him is shedding tears of the crocodile.

'….LET the farmer, so far as I am concerned, be damned forevermore. To Hell with him, and bad luck to him.'
No more grasping, selfish and dishonest mammal, indeed, is known to students of the Anthropoidea. When the going is good for him he robs the rest of us up to the extreme limit of our endurance; when the going is bad be comes bawling for help out of the public till. Has anyone ever heard of a farmer making any sacrifice of his own interests, however slight, to the common good? Has anyone ever heard of a farmer practising or advocating any political idea that was not absolutely self-seeking–that was not, in fact, deliberately designed to loot the rest of us to his gain? Greenbackism, free silver, the government guarantee of prices, bonuses, all the complex fiscal imbecilities of the cow State John Baptists–these are the contributions of the virtuous husbandmen to American political theory.

There has never been a time, in good seasons or bad, when his hands were not itching for more; there has never been a time when he was not ready to support any charlatan, however grotesque, who promised to get it for him. Only one issue ever fetches him, and that is the issue of his own profit. He must be promised something definite and valuable, to be paid to him alone, or he is off after some other mountebank. He simply cannot imagine himself as a citizen of a commonwealth, in duty bound to give as well as take; he can imagine himself only as getting all and giving nothing.

Yet we are asked to venerate this prehensile moron as the Ur-burgher, the citizen par excellence, the foundation-stone of the state! And why? Because he produces something that all of us must have–that we must get somehow on penalty of death. And how do we get it from him? By submitting helplessly to his unconscionable blackmailing by paying him, not under any rule of reason, but in proportion to his roguery and incompetence, and hence to the direness of our need. I doubt that the human race, as a whole, would submit to that sort of high-jacking, year in and year out, from any other necessary class of men.

But the farmers carry it on incessantly, without challenge or reprisal, and the only thing that keeps them from reducing us, at intervals, to actual famine is their own imbecile knavery. They are all willing and eager to pillage us by starving us, but they can’t do it because they can’t resist attempts to swindle each other. Recall, for example, the case of the cottongrowers in the South. Back in the 1920’s they agreed among themselves to cut down the cotton acreage in order to inflate the price–and instantly every party to the agreement began planting more cotton in order to profit by the abstinence of his neighbors. That abstinence being wholly imaginary, the price of cotton fell instead of going up –and then the entire pack of scoundrels began demanding assistance from the national treasury–in brief, began demanding that the rest of us indemnify them for the failure of their plot to blackmail us.

The same demand is made sempiternally by the wheat farmers of the Middle West. It is the theory of the zanies who perform at Washington that a grower of wheat devotes himself to that banal art in a philanthropic and patriotic spirit–that he plants and harvests his crop in order that the folks of the cities may not go without bread. It is the plain fact that he raises wheat because it takes less labor than any other crop–because it enables him, after working no more than sixty days a year, to loaf the rest of the twelve months. If wheat-raising could be taken out of the hands of such lazy fellahin and organized as the production of iron or cement is organized, the price might be reduced by two-thirds, and still leave a large profit for entrepreneurs. But what would become of the farmers?

Well, what rational man gives a hoot? If wheat went to $10 a bushel tomorrow, and all the workmen of the cities became slaves in name as well as in fact, no farmer in this grand land of freedom would consent voluntarily to a reduction of as much as 1/8 of a cent a bushel. "The greatest wolves," said E. W. Howe, a graduate of the farm, "are the farmers who bring produce to town to sell." Wolves? Let us not insult Canis lupus. I move the substitution of Hyæna hyæna.


Gerelateerde link:
- Johan Norberg: Over EU protectionisme en vliegende koeien

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl