Vuile Dieve! Een pleidooi voor het afschaffen van kunstsubsidies, deel 1

Door Karel Beckman

19 september 2005

Het is ongeveer vijf jaar geleden dat ik voor het laatst een (gesubsidieerd) toneelstuk heb gezien. In mijn naïviteit dacht ik dat, 80 jaar na de Weimar-republiek, de experimentele fase in het toneel onderhand wel voorbij zou zijn, maar nee. Het bleek allemaal nog te bestaan: toneel zonder spanning, zonder fantasie, zonder humor, zonder dialogen, zonder actie. Twee mensen die een uur lang pretentieus geleuter staan uit te slaan, de één pratend, de ander zingend, zonder dat er verder iets gebeurt.

Het stuk heette Vuile Dieve. De strekking ervan was, geloof ik, dat mensen vroeger arm waren, maar toch gelukkig, en dat de multinationals de wereld kapot maken – maar ik kan me vergissen. De voorstelling vond plaats in IJmuiden op het terrein van de Hoogovens.

Maar of dat stuk (dat bijzonder positieve recensies had gehad), wil ik het verder niet hebben. Mijn vraag is met welke rechtvaardiging mensen die niet geïnteresseerd zijn in theater worden gedwongen om hieraan mee te betalen. Waarom worden kunst en cultuur gesubsidieerd?

'Van links tot en met rechts, van onder tot en met boven, van SP tot en met VVD, verzet geen enkele politieke partij zich principieel tegen kunstsubsidies.'
Het is, ik weet het, een onderwerp waar weinig eer aan te behalen valt. Kunstsubsidies zijn een keihard politiek gegeven. Van links tot en met rechts, van onder tot en met boven, van SP tot en met VVD, verzet geen enkele politieke partij zich principieel tegen kunstsubsidies. Ik heb het zelfs niet in het tienpuntenplan van Geert Wilders zien staan.

Ik denk dat daar twee redenen voor zijn. Ten eerste gaat het om weinig geld. Ten tweede durft niemand zich de toorn van de culturele elite op de hals te halen. Dat laatste is wel begrijpelijk, want als er één Zaak is waar onze schrijvers, schilders, beeldhouwers, acteurs, dansers, componisten en musici pal voor staan, één Onrecht waar onze culturele voorhoede de straat voor op gaat, de pennen voor slijpt en de kelen voor schor schreeuwt, één Kwestie ten aanzien waarvan de kibbelzieke kunstwereld een ongekende solidariteit aan de dag weet te leggen, dan is het wel de dreiging van zelfs maar de miniemste korting op deze of gene cultuursubsidieregeling. Wat er zou gebeuren als een politicus het volledige subsidiecircus zou proberen af te schaffen, laat zich slechts raden. Het land zou te klein zijn. Want één kunst verstaan de meeste kunstenaars uitstekend: de kunst van het agressief bedelen, van het op-hoge-toon opeisen van voorrechten en privileges waar gewone mensen alleen maar van kunnen dromen.

'[É]én kunst verstaan de meeste kunstenaars uitstekend: de kunst van het agressief bedelen, van het op-hoge-toon opeisen van voorrechten en privileges waar gewone mensen alleen maar van kunnen dromen.'
Niettegenstaande de bijna onkwetsbare positie waarin de ontvangers van kunstsubsidies zich in ons politieke klimaat bevinden, voelen sommigen onder hen toch zo nu en dan de noodzaak om argumenten aan te voeren om hun bijzondere status te rechtvaardigen. Dat gebeurt meestal als een of andere Don Quichot het heeft gewaagd om een aanval te doen op de subsidiemolens, zoals ik nu gaan doen, of als de culturele wereld vindt dat er door de dienstdoende regering teveel wordt beknibbeld op de overheidsuitgaven voor kunst en cultuur. In de diverse pleidooien ter verdediging van kunstsubsidies die ik heb doorgenomen, heb ik vier hoofdargumenten kunnen onderscheiden.

Het ongetwijfeld meestgehoorde argument is dat zonder subsidies alle kunst- en cultuuruitingen zouden zijn overgeleverd aan de 'dictatuur' van de vrije markt, hetgeen desastreus zou zijn voor de kwaliteit en pluriformiteit van de kunst en cultuur in ons land. Dit is een argument dat je ook veel hoort in de discussies over het mediastelsel. De publieke omroepen moeten blijven, omdat er anders alleen nog maar 'commerciële' organisaties overblijven, die inferieure producten afleveren.



Moderne kunst
Dit argument heeft mij nooit erg kunnen overtuigen. In een vrije samenleving wordt niemand gedwongen om commercie te laten prevaleren boven andere waarden, zoals kwaliteit en integriteit. Dat blijkt ook uit de praktijk van ons dagelijkse leven. Er vinden in onze kapitalistische maatschappij allerlei niet-gesubsidieerde activiteiten plaats waarbij geld verdienen niet voorop staat. We hebben een pluriforme, redelijk goede en voor het overgrote deel niet-gesubsidieerde pers. Populaire muziek, een van de meest dynamische cultuuruitingen in de kapitalistische maatschappij, is voor 99% niet-gesubsidieerd. Aan het overgrote deel van de stapels romans en andere boeken die ieder jaar uitkomen komt geen cent subsidie te pas.

Het is ongetwijfeld waar dat soms door de publieke omroepen mooie programma's worden gemaakt die je bij de 'commerciële' omroepen niet ziet, net zoals er ongetwijfeld kunstenaars zullen zijn die in het kader van subsidieregelingen mooiere kunstwerken maken dan sommige van hun collega's in de 'vrije' sector. Maar er is geen reden waarom dit moois zou verdwijnen als de subsidies zouden worden afgeschaft. Waarom zou een VPRO niet kunnen voortbestaan zonder subsidies? Al die mensen die nu van mening zijn dat de VPRO een uniek verschijnsel is, dat nooit mag verdwijnen, kunnen de VPRO toch gewoon financieel blijven steunen? Ze zullen in ieder geval niet meer worden gedwongen, zoals nu, om ook belasting te betalen voor de EO en de TROS. Dat scheelt weer een paar centen. En die mensen die nu allemaal voor de VPRO werken, gaan die hun principes overboord gooien en rotzooi produceren als ze geen subsidie meer zouden ontvangen, maar moeten leven van vrijwillige bijdragen van kijkers en gelden van de STER-reclame - op dezelfde manier als bijvoorbeeld de journalisten van NRC Handelsblad en de Volkskrant moeten leven van abonnementen en advertenties?

'Het zijn [...] niet zozeer de getalenteerde kunstenaars die baat hebben bij het subsidiesysteem, maar juist hun minder begaafde collega's [...]'
Wat voor de publieke omroepen geldt, geldt evenzeer voor schrijvers of beeldend kunstenaars. Raken die hun principes, hun integriteit, hun talent en hun productievermogen kwijt als zij hun subsidies kwijt raken? Kom nou! Geen kunstenaar die die naam waardig is zal zich laten stoppen door een gebrek aan subsidiegeld, en degenen die dat wel doen, daar missen we verder weinig aan. De grote kunstwerken die onze maatschappij rijk is zouden er ook zijn zonder subsidieregelingen, voorzover de meeste al niet subsidieloos tot stand zijn gekomen. Het zijn dan ook niet zozeer de getalenteerde kunstenaars die baat hebben bij het subsidiesysteem, maar juist hun minder begaafde collega's, wat natuurlijk leuk is voor die mensen, maar wat niet persé ten goede komt aan de 'kwaliteit' van het kunstaanbod in ons land.

Daarnaast kun je je afvragen of de commissies van deskundigen in overheidsdienst die subsidies toekennen beter in staat zijn dan particuliere consumenten en beleggers om kwalitatief hoogstaande kunstwerken te onderscheiden van inferieure producten. Dergelijke commissies bestaan onvermijdelijk uit 'gevestigde autoriteiten' die de neiging hebben om de status quo te bestendigen. Nieuwkomers en vernieuwers vallen per definitie buiten dit soort circuits, en komen dus niet in aanmerking voor subsidie, maar hebben wel te maken met gesubsidieerde concurrenten, die ook nog eens makkelijker toegang hebben tot allerlei gesubsidieerde afzetkanalen (exposities, televisieprogramma's, en dergelijke). Dit betekent dat het subsidiesysteem waarschijnlijk eerder een negatieve dan een positieve invloed heeft op de originaliteit en pluriformiteit en daarmee op de kwaliteit van het kunstaanbod.

Karel Beckman

deel 2 van Vuile Dieve!

Over de auteur

Karel Beckman is auteur van het nieuwe boek De Staat Voorbij, dat in maart 2017 is verschenen bij uitgeverij Aspekt. Het is te bestellen bij onder meer bol.com.

In dit boek schetst hij een libertarische toekomstvisie die een alternatief biedt voor zowel “linkse” als “rechtse” politieke oplossingen. Het is de opvolger van De Democratie Voorbij, uit 2011, dat hij samen schreef met Frank Karsten, en dat inmiddels in 20 talen is vertaald.

In 1992 publiceerde uitgeverij Balans zijn boek "Het broeikaseffect bestaat niet. De mythe van de ondergang van het milieu."

Hij is momenteel hoofdredacteur van Energy Post.

Beckman is voorheen zes jaar journalist geweest bij het Financieele Dagblad, waar hij over energie, milieu, buitenlandse politiek en het Midden-Oosten schreef.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl