Ruw wakker worden

Door Syp Wynia

5 september 2005

Het Amerikaanse Congres ontving de Indiase premier Manmohan Singh, een oudere man met tulband, die meteen maar de toon zette.

Hij was trots de senatoren en de afgevaardigden te mogen toespreken in wat hij 'de  oudste democratie’ van de wereld noemde. Maar zelf was hij ook niet zomaar iemand, moesten we begrijpen,  want zijn land was weliswaar niet de oudste, maar wel de grootste democratie ter wereld. In die hoedanigheid  bood hij de Verenigde Staten een partnerschap aan: een partnerschap in democratie, in het bestrijden van het  terrorisme, in het ontwikkelen van welvaart.

Singh wilde ook wel wat terug. Daarom had hij met president Bush onder meer afspraken gemaakt over het ontwikkelen van kernenergie in India – meer dan een kwart eeuw onbespreekbaar omdat India niet de kernmacht mocht worden die het desondanks toch geworden is. En het vaste lidmaatschap van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, daar had India toch ook recht op?

Het was duidelijk: hier stond iemand. Een waardige man, die vooruitgang en zelfvertrouwen uitstraalde. Steeds vaker werd zijn toespraak onderbroken voor applaus. Singh ging naar huis met een staande ovatie.

Het was Manmohan Singh die in 1991, toen nog als minister van Financiën, besloot dat India zijn economie moest opengooien. Veel anders zat er ook niet op, want het land zat dringend verlegen om deviezen. Singh begon met het afbreken van een halve eeuw bureaucratisch socialisme, dat de grondleggers van het onafhankelijke India in hun wens vooral onafhankelijk te zijn, hadden afgekeken van de Sovjet-Unie. Zo werd de weg vrijgemaakt voor meer buitenlandse handel, investeringen en vrijere concurrentie.

In Washington verklaarde Singh dat India nu al langere tijd op een economische groei van 6 procent zit en dat hij voor de komende jaren op 8 procent rekent. Het is nog altijd wat minder dan rivaal en buurman China, dat de eerste helft van dit jaar wederom op bijna 10 procent zat. Maar die andere slapende reus was dan ook vijftien jaar eerder begonnen te ontwaken.

Het bijzondere aan het nieuwe India is dat het, nog meer dan China, meteen kon profiteren van de opkomst van internet en de ongebreidelde groei van de wereldwijde telefonie. Door het Indiase telefoon-staatsmonopolie te omzeilen konden Amerikaanse firma’s direct gebruik maken van het enorme potentieel aan goed opgeleide en ambitieuze Engelstalige Indiërs om callcentra te bevolken voor het Amerikaanse publiek.

Journalist Thomas Friedman vertelt in zijn boek The World is Flat hoe Amerikanen vanuit die callcentra worden bestookt met aanbiedingen. En hoe ze worden geholpen bij het weer aan de praat krijgen van hun computer. Die basale werkzaamheden zijn allang aangevuld met beter betaalde diensten. Amerikaanse belastingadviseurs besteden er hun werk uit, radiologen laten hun scans door Indiase collega’s bekijken ter analyse of voor een second opinion.

Dat is goed nieuws voor de Amerikanen die ervan profiteren, maar slecht nieuws voor de Amerikanen die hun baan kwijtraken omdat Indiase werknemers (of de Chinezen of de Polen) het vijf keer zo goedkoop en minstens zo goed doen, schrijft Friedman. Hij ziet de opkomst van India, China en al die anderen die het Westen naar de kroon steken als een kans, maar een loterij zonder nieten is het niet. Amerikanen, vooral de jongste generaties, zijn verzadigd, beschouwen de welvaart als vanzelfsprekend, zijn niet ambitieus genoeg, studeren te weinig (of de verkeerde vakken) en zijn zo absoluut niet voorbereid op de nieuwe, platte wereld die Friedman schetst.

Als dat al geldt voor de Amerikanen, wat moet het dan wel niet betekenen voor het oude Europa? vraag je je af. De Europese leiders bedachten een gezamenlijke Grondwet, die werd verkocht als een probaat middel om de politieke suprematie van de Verenigde Staten en de economische opkomst van China – en India, dus – te weerstaan. Het is zeer de vraag of zo’n defensieve Grondwet het antwoord is.

In China begon de toekomst met de dood van Mao Tse Toeng, in Oost-Europa met de val van de Muur, in India met het opgeven van het staatssocialisme. In het oude Europa van Chirac, Schröder en Berlusconi moet de Muur nog vallen. De overeenkomsten tussen het protectionistische staatssocialisme van het oude Europa met zijn stagnerende economieën en die van de voormalige slapende reuzen in Azië zijn immers te groot om zomaar te kunnen negeren.

Over de auteur

Syp Wynia is columnist en redacteur van het opinietijdschrift Elsevier.

Syp Wynia heeft geruime tijd als journalist gewerkt voor de politieke redactie van het Parool en is later werkzaam geweest in Brussel. Deze ervaringen hebben hem veel kennis verschaft over zowel de nationale als internationale politiek. De opgedane kennis komt uitstekend van pas bij zijn huidige werk bij Elsevier, waar hij in zijn columns het beleid van de overheid aan een zeer kritische blik onderwerpt. In 2004 sprak hij over Europa op het politiek café van MeerVrijheid. Wynia is niet verbonden aan de Stichting MeerVrijheid.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl