“De wil om de mensheid te redden is vrijwel altijd een voorwendsel voor de wil over anderen te regeren”
H.L. Mencken

De Mythe van de Joodse Samenzwering - Deel II

Door Marcel Roele

26 augustus 2005

Het was echter niet hun 'slechtheid', maar een logische overlevingsstrategie (of een begrijpelijke rancune jegens een antisemitische omgeving) die veel joden er toe bracht om het vuile werk voor despoten op te knappen.

Toen de Normandische ridders onder leiding van Willem de Bastaard en zijn zoon Rufus vanaf 1066 Engeland veroverden, gebruikten de nieuwe heersers joodse immigranten voor de uitvoering van de maatregelen die zij het Saksische volk oplegden. Joden dienden ook als zetbazen tijdens de overheersing door de Fatimiden van Tunesië in de tiende eeuw, de Moorse bezetting van Spanje van de achtste tot de elfde eeuw en daarna in de Spaanse koninkrijken Aragón, Castilië en Léon. De koningen waren weliswaar katholiek, maar ze verkeerden in een voortdurende onderhuidse machtsstrijd met de kerk, waarin de joden hun bondgenoten waren. De kerk, ondertussen, zette liever het volk op tegen de joden dan voor een openlijke confrontatie met de vorsten te kiezen. Joden werden razend impopulair en theorieën over joodse samenzweringen deden ook toen al de ronde. Het gevolg waren grote antisemitische opstanden, onder andere, in Tunesië in 1012, in Spanje in 1066 en 1391. De joden werden uit Engeland verdreven in 1290.

'Gezien de economische activiteiten van joden was het vrij makkelijk hen in donkere tijden als uitbuiters af te schilderen.'
Elders in Europa stelden koningen, prinsen en hertogen vaak joden aan als tollenaars of als rentmeesters. Omdat joden minder bindingen hadden met de plaatselijke bevolking was de kans groter dat zij volle pond aan belasting en pacht binnenbrachten. Joden mochten een beperkt aantal beroepen uitoefenen en kwamen vaak in de handel of het bankierswezen terecht. Gezien de economische activiteiten van joden was het vrij makkelijk hen in donkere tijden als uitbuiters af te schilderen.

In het tsaristische Russische Rijk waren joden vanaf 1880 het doelwit van pogroms. Geen wonder dat veel joden het moreel juist vonden om zich aan te sluiten bij de bolsjewieken. Disproportioneel veel joden waren betrokken bij de communistische terreur in de Sovjet-Unie. Het commando dat de tsaar en zijn familie doodde, stond onder leiding van de jood Jakov Jurovski. De opdrachtgever was Jakov Sverdlov, eveneens een jood. Lazar Kaganovich bracht de opstandige Oekraïne onder controle, onder andere door het instellen van een quotum van tienduizend executies per week en het creëren van een hongersnood die miljoenen het leven kostte.

Het systeem van goelagkampen werd opgezet door Matvei Berman en Naftali Frenkel en de transporten stonden onder leiding van Lev Inzhir. Beruchte kampcommandanten waren Firin, Rappoport, Kogan en Zhuk. Topfiguren van de geheime dienst waren Boris Berman, Pauker, Slutsky en Spiegelglas. Allemaal joden. Tachtig procent van de agenten van de Tsjeka waren joden (volgens de Amerikaanse hoogleraar geschiedenis W. Bruce Lincoln), terwijl maar twee procent van de Russische bevolking uit joden bestond.

Toen Hitler de oorlog verloor en de Sovjet-Unie Oost-Europa bezette, was het niet wonderbaarlijk dat met name de vervolgde joden van de Oost-Europese naties de Russen als bevrijders zagen en bereid waren zich voor hen in te spannen. Hierdoor werden joden vaak de zetbazen in de Russische satellietstaten. De veiligheidsdienst in Polen werd geleid door Jakub Berman en zijn nauwste medewerkers waren voor het merendeel ook joden, bijvoorbeeld Natan Grunsapau-Kikiel (die zijn naam ‘verpoolste’ tot Romkowski), Dawid Schwartz (Hibner), Josek Goldberg (Rozanski), Lajb Wof Ajzen (Andrzejewski), Julia Brustiger (Brystygier) en Anatol Fejgin. Volgens de researcher John Sack waren driekwart van de officieren van de geheime dienst in Silezië joden. Stalin schiep er genoegen in om joden aan te stellen als commandant van concentratiekampen waarin Duitsers werden opgesloten.

Bijvoorbeeld Solomon Morel, die Auschwitz had overleefd, dertig familieleden had verloren in de holocaust en werd aangesteld als commandant van kamp Zgoda bij het Poolse Swientochlowiece waar leden van de Duitse minderheid die werden verdacht van collaboratie met de nazi’s werden opgesloten. Bijna 1600 gevangenen werden om het leven gebracht; in veel gevallen eigenhandig door Morel.

In de loop van de geschiedenis hebben joden vaak vuil werk verricht en vuile handen gemaakt. Maar hadden en hebben ze ook de touwtjes in handen? Stelde Churchill terecht dat joodse bolsjewieken Rusland beheersten? Klopt Henry Ford's bewering dat joden de Amerikaanse media in handen hebben? Heeft Mahathir Mohamad gelijk? In ieder geval leek Churchill in 1920 gelijk te hebben. Toen (en ook nog geruime tijd daarna) maakten joden de dienst uit in de Sovjet-Unie: Lev Bronstein (Trotski), Lev Rosenfeld (Kamenev), Maxim Wallach (Litvinov), Gregory Apfelbaum (Zinovjev), Nikolay Boekharin, Genrich Jagoda en Karl Radek – Lenin was half joods; Stalin één van de weinige niet-joodse leiders. Ze waren aan de macht gekomen met financiële steun van joden uit het buitenland.



Russische Revolutie
Volgens een rapport van het Amerikaanse State Department werd de bolsjewistische revolutie met tientallen miljoenen dollars gefinancierd door een alliantie van Amerikaans-joodse en Duits-joodse bankiers, waaronder Otto Kahn, Jerome Hanauer, Mortimer en Jacob Schiff en Max en Felix Warburg. Maar de joodse bolsjewieken waren niet onderling solidair. In de machtstrijd binnen de leiding van de Sovjet-Unie vormden zich wisselende coalities, maar het was nooit joden tegen niet-joden. Stalin speelde het spel het best en rekende met zijn rivalen af. Kamenev, Zinovjev, Boekharin, Jagoda en Radek werden geëxecuteerd; Trotski werd vermoord.

En hoe zit het met de bewering van Ford dat joden de Amerikaanse media beheersen? Ongeveer twee procent van de Amerikanen zijn joden, maar ze zijn buitenproportioneel vertegenwoordigd in topposities. Alle grote filmstudio's in Hollywood zijn door joden opgericht, evenals de belangrijkste televisiezenders (ABC, NBC en CBS – die nog steeds eigendom zijn van of worden geleid door joden). De mediatycoons van Time Warner, Viacom en Disney zijn joden. De enige niet-joodse grote speler is Rupert Murdoch, maar in diens News Group en Fox zijn joden goed vertegenwoordigd in de top (Mel Karamazin, Peter Chernin, Sandy Grushow en Gail Berman). Diverse kranten en weekbladen hebben joodse topmannen, zoals de New York Times (Arthur Sulzberger), de New Yorker (Samuel Newhouse), de Washington Post en Newsweek (beide Donald Graham).

'Al tientallen jaren bestaat het keurkorps van journalisten in Washington, producenten en redacteuren van Amerikaanse actualiteitenprogramma’s en schrijvers voor prime-time televisieprogramma's voor een kwart tot de helft uit joden.'
Al tientallen jaren bestaat het keurkorps van journalisten in Washington, producenten en redacteuren van Amerikaanse actualiteitenprogramma’s en schrijvers voor prime-time televisieprogramma's voor een kwart tot de helft uit joden. De helft van de tophonderd-managers op Wall Street en de helft van de Amerikaanse miljardairs is joods. Onder de gulle gevers aan de partijkassen van de Democraten en de Republikeinen bevinden zich veel van deze rijke joden.

Joden hebben al een eeuw lang veel macht in de Verenigde Staten, maar doen ze iets wezenlijks anders met hun macht dan niet-joodse Amerikanen? Trekken ze allemaal één lijn of zijn de Amerikaanse joden politiek net zo verdeeld als de niet-joodse Amerikanen?

Momenteel hebben de neoconservatieven vrij veel invloed op het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten. Sommigen zitten in de regering, hoewel beneden het niveau van minister (Paul Wolfowitz, Doug Feith [tot 2005], Lewis Libby, Elliott Abrams, John Hannah, Abram Shulsky en David Wurmser), anderen zijn invloedrijk adviseur of commentator aan de zijlijn (zoals Richard Perle, Charles Krauthammer, John Podhoretz, Elliott Cohen en Bill Kristol).

De neoconservatieven zijn wereldverbeteraars: ze willen dat de Verenigde Staten zich actief inzetten voor de verspreiding van democratie en waar mogelijk interveniëren als onschuldigen worden afgeslacht (ze hebben tien jaar geleden gelobbyd voor militaire hulp aan de Bosnische moslims). Ze zijn voorstander van de Amerikaanse aanwezigheid in Irak, pro-Israël en een groot deel van hen is joods. De vijf die het uiteindelijk voor het zeggen hebben (Bush, Cheney, Rumsfeld, Powell en Rice) zijn noch neoconservatief noch joods.

De meeste Amerikaanse joden zijn geen fans van Bush of de neoconservatieven; zij steunen de Democraten. Toen de Amerikaanse regering het besluit moest nemen of haar troepen Irak zouden binnenvallen, bleek uit enquêtes dat tweederde van de Amerikanen voorstander waren van de oorlog, maar slechts de helft van de Amerikaanse joden. Vrijwel alle Amerikaanse joden zijn pro-Israël, hoewel vaak niet pro-Sharon; hetzelfde geldt voor de niet-joodse Amerikanen. Het America-Israel Public Affairs Committee (lobby voor de Israëlische regering) maakt zich regelmatig kwaad op de New York Times en de Washington Post, kranten waar het op de redactie en in de leiding wemelt van de joden. Amerikaanse joden zweren niet samen; ze zijn het vooral oneens met elkaar.

Ondanks de prominentie van joden in de Amerikaanse samenleving zijn de Verenigde Staten en Israël niet altijd de beste maatjes geweest. De Sovjet-Unie erkende de joodse staat onmiddellijk en lieten satellietstaat Tsjechoslowakije de wapens leveren waarmee Israël de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 won. De Verenigde Staten daarentegen, onthielden zich aanvankelijk van erkenning en stelden een gedeeltelijk wapenembargo in. Israël leek een natuurlijke bondgenoot van de Sovjet-Unie. In 1951 hadden communistische en marxistische partijen 23 zetels in de Knesset. De kibboetzbeweging was prominent en de machtigste leiders ervan waren marxisten. De belangrijkste feestdag was de Dag van de Arbeid, met massademonstraties en veel rode vlaggen. De Verenigde Staten keerden zich tegen Israël in de oorlog van 1956. Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 was Frankrijk de voornaamste wapenleverancier van Israël.

'De verrechtsing in Israël en de toenemende neiging van Arabieren om de Verenigde Staten als zondebok voor hun problemen te zien, dreven Israël en de Verenigde Staten daarna steeds meer in elkaars armen.'
De Verenigde Staten bespioneerden Israël tijdens die oorlog vanaf de USS Liberty, waarop Israël het schip vanuit de lucht bombardeerde, hetgeen 34 opvarenden het leven kostte. De verrechtsing in Israël en de toenemende neiging van Arabieren om de Verenigde Staten als zondebok voor hun problemen te zien, dreven Israël en de Verenigde Staten daarna steeds meer in elkaars armen. Achter die ontwikkeling zat dus ook al geen samenzwering.

Het blijft opvallend dat joden zo zijn oververtegenwoordigd in topposities. Van de 11.000 Nederlanders die tussen 1848 en 1917 in de hoogste schijven zaten van de directe rijksbelastingen, waren volgens een studie van Vincent van der Burg en Christoph ten Houte de Lange twintig procent joods. Maar die oververtegenwoordiging is voor een groot deel te verklaren uit hun intelligentie. Met een gemiddeld IQ van 115 zijn joden de intelligentste etnische groep ter wereld. Hoe hoger de eisen die aan de intelligentie worden gesteld, des te schever wordt de verhouding tussen het percentage joden en het percentage niet-joden dat aan die eisen voldoet.

Zo zijn in het Nederlandse hoger onderwijs joden tweeëneenhalf keer oververtegenwoordigd; op topuniversiteiten in Amerika (die alleen de beste studenten accepteren) zijn joden vijftien keer oververtegenwoordigd. Volgens Charles Murray in zijn boek Human Accomplishment waren joden, vergeleken met niet-joden uit hun land van herkomst, in de periode 1870 tot 1950 negen tot veertien keer oververtegenwoordigd onder de absolute wereldtoppers in de natuurkunde, wiskunde en filosofie. Eén op de vijf Nobelprijzen gaat naar een jood; als de Nobelprijzen ‘eerlijk’ (proportioneel) over alle etnische groepen zouden worden verdeeld, zou dat één op de zeshonderd moeten zijn.

Intelligentie is voornamelijk een kwestie van goede genen, maar in de manier waarop die intelligentie wordt aangewend, speelt (naast aangeboren persoonlijkheidskenmerken) de cultuur een grote rol. Joden lijken van huis uit iets mee te krijgen waardoor ze wat meer durven experimenteren. Ze zijn relatief vaak bij wetenschappelijke, artistieke of maatschappelijke vernieuwingen betrokken. Margaret Thatcher, die een vreedzame revolutie in Groot-Brittannië op gang bracht, had zes joden in haar kabinetten (Nigel Lawson, Leon Brittan, David Young, Malcolm Rifkind, Keith Joseph en Michael Howard). In saaiere tijden is de oververtegenwoordiging van joden in de Britse politiek minder groot. Ook het libertarisme (een stroming die enerzijds pro-westers is, maar anderzijds extreem kritisch staat tegenover de westerse overheden) kent veel joodse kopstukken: Murray Rothbard, Ludwig von Mises, Walter Block, Henry Sturman, Milton en David Friedman, Ayn Rand, Frank Zappa, Julian Simon, Thomas Szasz en Nathaniel Branden.

Volgens de Amerikaanse psycholoog Kevin MacDonald (hoogleraar aan de universiteit van Californië) treft men weliswaar in elke politieke stroming joden aan, maar hebben ideologieën die bepaalde gemeenschappelijke belangen van joden lijken te bevorderen, een bijzondere aantrekkingskracht. MacDonald denkt daarbij aan het socialisme en het multiculturalisme. Die twee stromingen hebben met elkaar gemeen dat ze de dominantie van de christelijke cultuur (waarmee joden slechte ervaringen hebben) willen doorbreken en discriminatie (dus ook antisemitisme) willen beëindigen. Een multiculturele samenleving heeft bovendien als voordeel dat er een veelheid aan minderheden is, zodat joden niet zo snel de zondebok worden. Vroeger waren veel prominente joden socialist; tegenwoordig zijn ze vaak pleitbezorger van de multiculturele samenleving (in Nederland Job Cohen, Rob Oudkerk, Ed van Thijn, Jacques Wallage, Hedy d'Ancona, Judith Belinfante, Awraham Soetendorp, Anet Bleich, Frits Spits, Frits en Sonja Barend, Leon en Harry de Winter, Clairy Polak enzovoort).

'Het merkwaardige is dat socialisme en multiculturalisme nu juist bijzonder schadelijk zijn voor de belangen van joden, omdat beide uitgaan van het gelijkheidsdenken.'
Het merkwaardige is dat socialisme en multiculturalisme nu juist bijzonder schadelijk zijn voor de belangen van joden, omdat beide uitgaan van het gelijkheidsdenken. Als je ontkent dat de ene groep (gemiddeld) slimmer is dan de andere en dat de ene cultuur beter is in het ontwikkelen van talent dan de andere, is iedere oververtegenwoordiging van de ene en ondervertegenwoordiging van de andere groep een maatschappelijke misstand – het resultaat van onderdrukking en misschien zelfs wel van een samenzwering. In de Sovjet-Unie werd de oververtegenwoordiging van joden onder academici aangepakt door een quotum in te stellen voor het aantal joodse studenten dat tot universiteiten werd toegelaten. Als je wilt dat de personele samenstelling van politiek, media, advocatuur, medische stand enzovoort etnisch en religieus een afspiegeling is van de Nederlandse samenleving, zul je minder joden en meer Marokkanen op topposities moeten aanstellen.

De invoering van het reëel bestaande socialisme in Oost-Europa deed het antisemitisme bepaald niet verminderen, maar werkte wel fnuikend op de carrièremogelijkheden van joden. Ze waren dolblij als ze naar Israël mochten emigreren. De invoering van de multiculturele samenleving in Nederland komt er in de praktijk op neer dat er steeds meer moslims komen. Moslims die ongeveer net zo antisemitisch zijn als de christenen in de Middeleeuwen waren en bij wie spookbeelden van joodse samenzweringen rondwaren. Het enthousiasme voor socialisme en multiculturalisme onder joden lijkt een typisch geval van joodse zelfhaat.

Marcel Roele
© Marcel Roele. Alle rechten voorbehouden.

Lees Deel 1 van 'De Mythe van de Joodse Samenzwering'.


Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd

Marcel Roele (1961) is columnist van AD Magazine en schrijft over sociobiologie voor HP/De Tijd en Intermediair. Eerder publiceerde hij De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties (tweede druk, 1996), De menselijke soort en De Mietjesmaatschappij.

Over de auteur

Marcel Roele (1961 - 2011) was wetenschaps -journalist, sociobioloog en politicoloog.

Als free-lancer schreef hij voor een heel scala aan bladen, maar was vaste medewerker van HP/De Tijd. Hij verscheen regelmatig in radio- en tv-programma’s en werd gevraagd als spreker op symposia, congressen en corporate events.

Marcel Roele schreef de volgende boeken: De Mietjesmaatschappij, De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties, en De menselijke soort. Hier vindt u zijn homepage www.marcelroele.nl.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl