Het verval van private wetgeving in IJsland - II

Door Roderick T. Long

28 juli 2005

De machtscentralisatie Het beste land van IJsland was al een eeuw na het begin van de kolonisatie in particuliere handen en de kerk had nog niet de mogelijkheden om dat van hun af te pakken. In IJsland werden kerken daarom noodgedwongen gebouwd op particulier terrein waar de kerk geen rechten aan kon ontleden; zulke terreinen werden kerkplaatsen genoemd (stadhir, enkelvoud, stadhr). Het deel van de tiende dat bestemd was voor het onderhouden van de kerkgebouwen ging daarom direct naar de eigenaar van de kerkplaats. Het eigendom van een kerkplaats betekende dus automatisch een vast inkomen.

Belasting betalen aan de Hoofdman was ook verplicht geweest natuurlijk, maar hier was de betaler vrij om te bepalen aan wie hij zou gaan betalen. Het volgen van een bepaalde Hoofdman werd tenslotte niet bepaald door woonplaats maar door vertrouwen in die persoon; als de Hoofdman zich schuldig maakte aan machtsmisbruik of niet meer luisterde dan was het eenvoudig om over te stappen op een andere Hoofdman zonder te hoeven verhuizen. Dit element van competitie zorgde ervoor dat de macht van de Hoofdmannen in toom gehouden werd.

Zij die de tiende moesten betalen hadden echter geen keuze aan wie zij moesten betalen, dat werd bepaald door de bisschop. Dit betekende dat de eigenaren van de kerkplaatsen (vaak Hoofdmannen die als christelijke priester waren begonnen) een vast inkomen hadden zonder dat ze beoordeeld konden worden door de betalers. De belasting voor de kerplaats had, in tegenstelling tot die voor de Hoofdman, dus geen element van aansprakelijkheid in zich.

Bovendien was de kerkplaats belasting, alweer in tegenstelling tot de Hoofdman belasting, gebaseerd op de omvang van het eigendom van de betaler zodat er een belastingstelsel met verschillende schalen kon worden ingevoerd met de mogelijkheid om de rijkeren uit te buiten. In ieder geval een gedeelte van de rijkeren. Want natuurlijk waren er ook rijkeren die Hoofdman waren en daarom geen belasting hoefden te betalen. Omdat het Hoofdmanschap de voornaamste bron van inkomsten was voor de Hoofdmannen was dit een heel voordelige maatregel voor hun en ze kregen de wet voor de tienden met gemak door de Algemene Vergadering (die heel toevallig alleen uit Hoofdmannen bestond) onder het mom van steun aan de christelijke kerk die nu al 97 jaar dominant was in IJsland.

De oorspronkelijke Hoofdmannen waren heidense priesters en de overgang naar het christelijke priesterschap kostte hun niet veel moeite omdat ze hun levensstijl nauwelijks aanpasten. Ondanks de protesten van de Noorse aartsbisschop waren de priesters in IJsland gerechtigd om deel te nemen aan rechtszaken en bloedvetes. Nog belangrijker was dat ze gewoon mochten trouwen en kinderen konden krijgen. Dus als een Hoofdman die ook priester was en een kerkplaats bezat stierf dan gingen de eigendomsrechten gewoon over naar zijn kinderen in plaats van terug naar de kerk. Omdat de ontvangers van de kerkplaats belastingen dus niets hoefden te doen om de betalers aan zich te binden konden deze families hun rijkdom vergroten zonder last te hebben van de traditionele limieten van de markt.

Na verloop van tijd raakte het grootste deel van de rijkdom en macht geconcentreerd in de handen van een paar families die door het bezit van kerkplaatsen in staat waren de Hoofdmanschappen van anderen op te kopen. Tijdens de Sturlung periode leidde dit tot het ontstaan van een echte elite, de storgodhar (Grote Hoofdmannen). Omdat het aantal Hoofdmanschappen bij wet beperkt was werd de wedijver tussen de Hoofdmanschappen steeds minder effectief naarmate er meer in de handen van de storgodhar kwamen. Minder concurrentie betekende een grotere macht voor de Hoofdmannen die hun Vergaderingsmannen tot bezitloze afhankelijken hadden gedegradeerd. Er begon zich zelfs zoiets als de afbakening van territoria af te tekenen omdat Hoofdmannen nu een monopoliepositie over grote stukken van het land bezaten. Het Vrije Gemenebest begon te bezwijken aan de ziekte die tot dan toe alleen op het Europese vasteland bekend was: feodalisme.

Verlost van de vroegere rem op machtsmisbruik werden de storgodhar zo machtig dat ze er tijdens de Sturlung periode in slaagden om, voor het eerst in de geschiedenis van IJsland, algemene belastingen te introduceren zonder het christendom hier nog voor nodig te hebben. Maar het bezit van een kerkplaats bleef de weg naar politieke macht wat wel bleek uit de grotere belangen die op het spel stonden in conflicten hierover: conflicten die vroeger door bemiddeling zouden zijn opgelost werden nu door de wapenen beslist.
In het jaar 1000 was het unieke systeem van IJsland gebaseerd op vrijwillige samenwerking erin geslaagd om een burgeroorlog te voorkomen. Maar dit systeem, en de marktwerking dat het in stand gehouden had, was nu ondermijnd. IJsland zag haar eerste grote veldslagen toen de machtsstrijd tussen de elitefamilies en hun medestanders op grote schaal uitbrak. Dit was de Sturlung periode (1230-1262) genaamd naar een van de belangrijkste storgodhar families.

De invloed van Noorwegen zorgde voor een verslechtering van het conflict. De koning van Noorwegen had altijd al een rol op de achtergrond gespeeld en het was nu begrijpelijk dat de rivaliserende families ieder probeerden hem aan hun kant te krijgen. Deze wisselende bondgenootschappen zorgden voor een grotere destabilisatie van IJsland terwijl koning Haakon van Noorwegen elke kans aangreep om de ruzie, wantrouwen en verwarring op het eiland te vergroten.

Uiteindelijk was koning Haakon in 1262 zo grootmoedig om op te treden en de orde in IJsland te herstellen. Het wanhopige IJsland, ontwricht door burgeroorlogen accepteerde zijn gezag en werd onderdeel van zijn koninkrijk. Het IJslandse Vrije Gemenebest, 332 jaar eerder door vluchtelingen van het tirannieke bewind van de eerste Noorse koning Harald Fairfair opgericht, viel eindelijk onder het juk van de koning van Noorwegen.

Niet genoeg anarchisme
De val van het IJslandse Vrije Gemenebest kwam niet doordat het te anarchistisch was maar juist doordat het niet anarchistisch genoeg was!
Stel dat IJsland de concurrentie op het gebied van religie in stand gehouden had zoals het dit gedaan had op het gebied van rechtspraak. Of stel dat IJsland door was gegaan met het systeem van vrijwillige steun aan religie in plaats van de tiende in te voeren. In beide gevallen waren de eigenaars van de kerkplaatsen niet in staat geweest om zichzelf van een gemakkelijk inkomen te voorzien en rijkdom te kunnen verzamelen zonder competitie van anderen of aansprakelijkheid naar de belastingbetalers toe.

„De val van het IJslandse Vrije Gemenebest kwam niet doordat het te anarchistisch was maar juist doordat het niet anarchistisch genoeg was!"
Als bovendien het aantal Hoofdmannen niet wettelijk beperkt was, dan hadden er nieuwe Hoofdmannen op kunnen staan die de heersende klasse hadden kunnen uitdagen. De strategie van de rijke families om de Hoofdmanschappen op te kopen zou dan niet gewerkt hebben, omdat ze moeilijk iedere uitdager af hadden kunnen kopen, en het element van concurrentie zou intact gebleven zijn. Als bijvoorbeeld een geschikt persoon in staat was geweest om zijn eigen Hoofdmanschap te stichten en een groep mensen om zich heen had verzameld die elkaar wederzijds geholpen hadden dan was de macht van de storgodhar sterk aangetast. Locale controle en aansprakelijkheid zou vergroot zijn en de centralisatie van de macht tegengegaan. Als het aantal Hoofdmanschappen niet door de wetgevende macht geregeld was (of als er meerdere wetgevende machten waren geweest) dan zou het veel moeilijker zijn geweest om de tiende in te voeren. In plaats daarvan zorgde de beperking van het aantal Hoofdmanschappen voor een kunstmatige concentratie van politieke macht terwijl de tiende zorgde voor de concentratie van economische macht; de concentratie van macht in de handen van enkelen was het onvermijdelijke resultaat. De instabiliteit van het IJslandse Vrije Gemenebest was niet het gevolg van het anarchisme maar van de regulerende overheidselementen in het systeem.

Buitenlandse machtscentralisatie droeg ook bij aan de ondergang van het Vrije Gemenebest. Als Noorwegen een privaat of gedecentraliseerd rechtssysteem had gehad dan was er geen koning Olaf geweest in het jaar 1000 om IJsland te intimideren om haar vrijheid van godsdienst op te geven en geen koning Haakon in 1262 om de interne conflicten aan te moedigen en uit te buiten. Het probleem van buitenlandse machten en de dreiging die zij vormen is een van de belangrijkste voor de theoretici die zich met private rechtssystemen bezighouden.

Maar ondanks de beginnende centralisatie thuis en de dreiging van het nabije gecentraliseerde Noorwegen was het gedecentraliseerde systeem van IJsland zo stabiel dat het lang duurde voor de zaadjes van het onkruid alles overwoekerd hadden: van de gedwongen bekering aan het einde van de tiende eeuw, de invoering van de verplichte tiende aan het einde van de elfde eeuw tot de uiteindelijke ineenstorting van het systeem in het midden van de dertiende eeuw. Is dit de instabiliteit van de anarchie zoals Hobbes en de zijnen die schetsen?

Bovendien, zoals David Friedman heeft laten zien, wijst studie naar de historische gegevens uit dat de hoeveelheid moorden in IJsland tijdens de Sturlung periode (de meest gewelddadige) ongeveer gelijk, relatief gesproken, was aan de hoeveelheid moorden in de Verenigde Staten vandaag de dag! Voordat de Sturlung periode begon lag het aantal moorden waarschijnlijk lager dan vandaag de dag bij ons.

IJslands quasi-anarchistische systeem werkte pas niet meer in de laatste dertig jaren van haar bestaan, terwijl het de driehonderd jaar daarvoor uitstekend gewerkt had. We moeten voorzichtig zijn om een politiek experiment dat langer duurde dan de VS tot nu toe bestaan een mislukking te noemen.

Roderick T. Long
Oorspronkelijk gepubliceerd in het lentenummer van 1994 van Formulations.

Bibliografie:
Bruce Benson. The Enterprise of Law: Justice Without the State. Pacific Research Institute, San Francisco, 1990.
Jesse L. Byock. Feud in the Icelandic Saga. University of California Press, Berkeley, 1982.
Jesse L. Byock. Medieval Iceland. University of California Press, Berkeley, 1988.
Tom W. Bell. "Polycentric Law." Humane Studies Review, Vol. 7, No. 1, 1991/92.
David Friedman. The Machinery of Freedom: Guide to a Radical Capitalism. Second Edition. Open Court, La Salle, 1989. Chapter 44.
David Friedman. "Private Creation and Enforcement of Law: A Historical Case." Journal of Legal Studies 8, 1979.
Albert Loan. "Institutional Bases of the Spontaneous Order: Surety and Assurance." Humane Studies Review, Vol. 7, No. 2, 1992.
William I. Miller. Bloodtaking and Peacemaking. University of Chicago Press, Chicago, 1990.
Birgir T. Solvason. Ordered Anarchy, the State, and Rent-Seeking: The Icelandic Commonwealth, 930-1264. Ph.D. Dissertation in Economics, George Mason University, 1991.

Lees hier het eerste deel van Roderick Longs artikel.

Gerelateerde links:
- Het libertarische Formulations
- De homepage van Roderick Long
- David Friedman over het IJslandse model

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl