'Gros aangiftes verdwijnt in prullebak'

Door Redactie

12 juli 2005

De Telegraaf bericht dat in sommige delen van Amsterdam zo'n 63 procent van de aangiftes in de prullebak verdwijnt.

AMSTERDAM - Vol ongeloof reageren lezers op het bericht dat in delen van Amsterdam liefst 63 procent van alle processen-verbaal in de prullenbak verdwijnt. De verontwaardiging is des te groter omdat burgemeester Cohen onlangs naar buiten bracht dat het 'steeds veiliger' wordt in onze hoofdstad.

"Dank je de koekoek!" schampert Willem Hageman. "Veel mensen dóen al geen aangifte meer van een misdrijf omdat ze wel weten dat er niets mee wordt gedaan. Als dan ook nog eens een groot deel van de boetes wordt weggekieperd, dan is het er inderdaad - cijfermatig - veiliger." De hoge percentages geseponeerde verbalen vallen bovendien niet te rijmen met de nieuwe campagne die deze zomer van start gaat en die burgers ertoe moet aanzetten juist wél aangifte te doen. Volgens het ministerie heeft dit wel degelijk nut. In het kader van nieuwe veiligheidsprogramma's gaat de overheid de mensen daarvan, via spotjes op televisie en radio, nu overtuigen.... "Er wordt wel gezegd dat een volk de regering krijgt die ze verdient. Zou het Nederlandse volk echt malende zijn?" vraagt W.F. Hendriks uit Helmond zich in dit verband af. Lees verder...
Verrassend is het werk van de Amsterdamse politie natuurlijk niet. Eerder probeerde men al een valse voorstelling te geven over de toegenomen criminaliteit. En zoals Frank Karsten schreef, valt van een monopolist niet veel anders te verwachten:
De criminaliteit is in veertig jaar vertienvoudigd, bij bijna 100.000 misdrijven is de dader bekend maar treedt de politie niet op, Poolse criminelen worden weggestuurd zonder straf, Venlose kampbewoners mogen jarenlang lekker boefje spelen, draaideurcriminelen worden langzamerhand duizelig en pomphouders kloppen tevergeefs aan bij justitie met nota bene een persoonlijk videoverslag van benzinedieven. Het is duidelijk dat de overheid haar taak als beschermer van lijf en goed uiterst serieus neemt.

Het doel - weliswaar onbewust - van de politie zal daarom niet zozeer criminaliteitsbestrijding zijn maar criminaliteitshandhaving of zelfs uitbreiding.
Wie kritisch kijkt naar de aard van de betreffende overheidsorganisaties hoeft eigenlijk over weinig voorstellingsvermogen te beschikken om te concluderen dat het niet kan werken wanneer organisaties zoals justitie en politie een monopolie bezitten op criminaliteitsbestrijding. Voor monopolies geldt in het algemeen: voortdurend dalende kwaliteit tegen steeds hogere kosten. Dat het staatsmonopolie geen echt monopolie is omdat het democratisch gekozen is lijkt een slecht argument, de vierjaarlijkse gang naar de stembus geeft burgers slechts het idee van controle en instemming. Bovendien verschuilen politici zich vaak achter Europese wetgeving wanneer ze zich moeten verantwoorden voor impopulaire maatregelen. Een andere rechtvaardiging voor dit overheidsmonopolie, dat de politie meer op de kosten let omdat het geen commercieel bedrijf is en dus geen winstoogmerk heeft, snijdt evenmin weinig hout. Winstmaximalisatie geldt in principe namelijk ook voor niet-commerciële organisaties. Het fenomeen winst is weliswaar minder duidelijk zichtbaar bij overheidsinstellingen maar wel degelijk aanwezig. Meer vakantiedagen, grotere auto's, meer budget, meer promotie, meer status; het zijn allemaal vormen van winst.

Politie en justitie maximaliseren dus graag hun winst en moeten tevens hun bestaan rechtvaardigen. Het doel - weliswaar onbewust - van de politie zal daarom niet zozeer criminaliteitsbestrijding zijn maar criminaliteitshandhaving of zelfs uitbreiding. De werknemers bij de politie realiseren zich dat waarschijnlijk niet maar de wens van de organisatie is in principe niet anders dan die van normale commerciële bedrijven zoals autogaragebedrijven, namelijk zoveel mogelijk mensen met een probleem (een kapotte auto of een inbreker in je huis), een probleem dat zij tegen betaling kunnen of zouden moeten oplossen. Dat de garage in het algemeen tevreden klanten heeft en de politie veel minder ligt aan het fundamentele verschil tussen de organisaties. De garage is namelijk afhankelijk van vrijwillige betalingen en het blauw op straat (of op kantoor) moet het hebben van gegarandeerde betalingen. De garage heeft mondige klanten en de dienaren der wet hebben willoze klanten. Bovendien concurreert de garage met andere reparatiebedrijven en de politie heeft in veel opzichten een monopolie. [...] Lees verder...
Maar kan het ook anders, kun je je een politie voorstellen die geen monopolie heeft?
De eerste veronderstelling omtrent politie en de dienst die zij levert (bescherming) is dat het hier gaat om een lumpsum-product. Het product (of de dienst) 'bescherming' bestaat echter als eerste uit een aantal onderdelen zoals fysieke beveiliging (denk aan sloten, alarmsystemen), bewaking, het gebruik van geweld tegen agressoren etc. In de tweede plaats kunnen deze producten weer in verschillende gradaties worden aangeboden al naar gelang de wensen en het risicoprofiel van de afnemer. In sommige van die onderdelen wordt ook nu al met veel succes door de markt voorzien.[1] Het aanbieden van het product 'beveiliging' en van het product 'politie' in het bijzonder zou hierom uitstekend een marktactiviteit kunnen zijn. Deze visie is al in de 19e eeuw neergelegd door de Belgische econoom Gustave de Molinari in diens The Production of Security. Er zijn echter een aantal bezwaren tegen een markt voor politie.

Op een vrije markt voor politie wordt gevreesd dat de politie 'het recht' naar eigen hand zullen zetten en geweld jegens burgers gebruiken voor eigen gewin. Dit is een risico, maar dit risico is juist groter wanneer de overheid een monopolie op een dergelijke dienst afdwingt in een maatschappij die wél een overheid heeft. Immers, nieuwe toetreders kunnen niet concurreren met een (potentiële) agressieve 'aanbieder' van politie. Hierdoor is er geen prikkel voor de monopolist (in de traditionele betekenis van het woord) om zijn diensten te verbeteren. Sterker nog, een dergelijke monopolist kan dit monopolie op geweld zonder enorme risico's gebruiken voor andere doeleinden (zoals belastingheffing en regulering). In een vrije markt ligt het voor de hand dat verzekeraars een groot belang hebben bij een zeer lage criminaliteit en sommigen van hen zullen daarom tot de markt van preventie toetreden. Omdat een verzekeraar het liefst zo weinig mogelijk wil uitkeren zal hij tevens actief worden op de markt van het opsporen van gestolen goederen. In tegenstelling tot de staat heeft de verzekeraar een direct belang bij het traceren van de gestolen goederen en het beschermen hiervan.

In tegenstelling tot de staat heeft de verzekeraar een direct belang bij het traceren van de gestolen goederen en het beschermen hiervan.
Een ander bezwaar tegen private politie is dat de diensten voor iedereen beschikbaar zouden moeten zijn en niet alleen voor degenen die ze kunnen betalen en dat dit bij private politie niet het geval zou zijn. Dit argument kan door haar normatieve karakter echter nimmer een onderdeel zijn van een wetenschappelijke theorie over marktfalen, net zo min als dit het geval is bij de productie van brood of televisies. Er zijn echter tevens een aantal praktische tegenwerpingen mogelijk. In de huidige situatie wordt ook niemand ontzien als het gaat om het bijdragen aan dergelijke diensten (in de vorm van belastingen). De verwachting is dat de prijzen in een vrije markt juist zullen dalen als gevolg van de concurrentie en door het vervallen van het redistributieve aspect van de huidige staatsvoorziening van politie niemand langer hoeft mee te betalen voor iemand die meer diensten wenst. Verder zal, aldus Murray Rothbard, private politie die zich eerst vergewist of een potentieel slachtoffer wel 'lid' is van de bewuste beschermingsorganisatie of verzekeringsmaatschappij zich snel uit de markt prijzen. Als iemand op straat wordt aangevallen zal een beschermingsorganisatie die dit opmerkt deze persoon waarschijnlijk te hulp schieten en deze later de rekening sturen. Opgemerkt zij dat beschermingsorganisaties (zeker als het verzekeringsmaatschappijen zijn) een direct financieel belang hebben bij het voorkómen van criminaliteit

Als laatste wordt vaak op het bezwaar gewezen dat particuliere politieorganisaties gewelddadig met elkaar in conflict kunnen komen en dat daarom een monopolie op geweld gewenst is. Aangezien geweld een nogal kostbare en doorgaans gevaarlijke wijze van conflictoplossing is ligt het niet voor de hand dat de kans dat een dergelijk scenario zich voordoet. Een andere optie om geweld als gevolg van conflicten bij voorbaat uit te sluiten is het sluiten van contracten tussen concurrenten over procedures in geval van conflict. Ook kunnen zij vooraf een onpartijdige arbiter aanwijzen die een uitspraak doet in dergelijke conflicten. Maar ook hier is de vraag 'Wanneer is het risico op machts- en geweldsmisbruik groter: bij een monopolie of in een concurrerende omgeving?' van belang. Lees verder...
Gerelateerde artikelen:
- Frank Karsten: de aard van de politie
- Marcel Roele: misdaad wordt gedoogd
- Aschwin de Wolf: Politie, Justitie en Defensie in een staatloze samenleving
- Middenstand wanhopig over 'falende justitie'
- Criminaliteit in Amsterdam zogenaamd gedaald.
- Paul van Leeuwen: particuliere beveiliging
- www.waaromzouikaangiftedoen.nl

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl