“Als goederen de grens niet over gaan, zullen soldaten dat doen.”
Frederique Bastiat

Beteugelde Monsters

Door Syp Wynia

1 juli 2005

Op maandag 19 november 2001 was Frits Bolkestein, toen eurocommissaris te Brussel, op bezoek bij Tony Blair, met wie hij 'een heel aardig gesprek' onder vier ogen had.

Bolkestein vertelde de Britse premier dat de Europese Commissie in Brussel, zijn eigen club, 'veel te veel taken' kreeg. 'Wat wij nodig hadden, was een instelling in wier belang het was de Commissie kort te houden,' schreef Bolkestein later in zijn dagboek. Blair vroeg Bolkestein die gedachte voor hem op papier te zetten. Bolkestein zegde dat toe, maar waarschuwde Blair dat er in Brussel slechts een minderheid was die er net zo over dacht als hij.

Het opmerkelijke aan deze anekdote is dat Bolkestein buiten de deur steun zocht – hij zou het later ook nog bij de Beierse leider Edmund Stoiber doen – voor het inperken van de bureaucratie waar hij zelf deel van uitmaakte.

Dat komt zelden voor. Elke bureaucratie, of het nou een stafafdeling van een bedrijf is of een ministerie: ze wil van nature alleen maar meer. Meer geld, meer personeel, meer bevoegdheden, meer macht. Zo dus ook de Europese Commissie. De ambtenaar die nieuwe Brusselse bevoegdheden weet te bedenken, is daar spekkoper. Iedere Europees Commissaris die de club van Europese premiers en presidenten een nieuwe klus weet te ontfutselen, zit weer een tijdje goed. Zijn ambtenaren trekken meteen de fles open. Want zo'n opdracht betekent aanzien, macht, geld – het hele rijtje. En inderdaad: als er niet een gezelschap is dat tegengestelde belangen heeft, zul je zien dat zo'n Europese Commissie net als elke andere bureaucratie steeds meer bevoegdheden aantrekt, steeds meer personeel aanneemt en steeds meer geld uitgeeft.

Het hoogste wat een overheidsbureaucratie kan bereiken, is het zelf innen en zelf vaststellen van belastingtarieven. Daar ijvert de Europese Commissie, gesteund door haar belangenpartners van het Europees Parlement, dan ook al decennia voor. Het zou al lang gelukt zijn, ware het niet dat ze daarvoor toestemming moet krijgen van de nationale regeringen van de inmiddels 25 landen. En die zeggen in meerderheid dat daar niets van inkomt, wat niet vreemd is omdat ze anders een belastinginnend monster zouden scheppen dat hun eigen belastinginnende bureaucratie zou beconcurreren. De nationale bureaucratieën hebben in het verleden veel macht afgestaan aan Brussel, maar dit unieke speeltje lieten ze zich tot dusver toch maar niet afnemen.

Er bestaat dus wel degelijk een instituut dat de expanderende bureaucratie in Brussel enigszins in toom houdt: het gezelschap van Blair, Balkenende en de andere nationale politici. CDA-premier Jan Peter Balkenende werd daarbij vooral op de huid gezeten door VVD-minister Gerrit Zalm, Nederlands eigen belastinginnende bureaucraat, die met lede ogen aanzag hoe zijn belastingterritorium werd ondermijnd door Brussel. Zoals Zalm de gemeenten hun eigen belasting – de belasting op onroerend goed – wil afnemen, zo strijdt hij al sinds 1994 voor minder geld, in elk geval vanuit Nederland, naar Brussel.

Bij de recente begrotingsstrijd in Brussel werd van Nederlandse zijde de echte of vermeende ergernis onder de burgers over het 'excessieve' verschil tussen wat Nederland betaalt en wat er terugkomt als extra wapen ingezet. Alle Nederlandse burgers betalen per persoon, baby's en grijsaards meegerekend, tot dusver ruim 300 euro per jaar aan Brussel en na aftrek van wat er uit Brussel terugkomt, is dat nog altijd zo'n 180 euro per jaar. Dat is 100 euro per jaar meer dan burgers van andere veel betalende landen. Dat gat moet kleiner.

Het aardige is dat we dit Haagse spelletje ook op de eigen Haagse uitgaven kunnen loslaten. Want, laten we wel zijn, uiteindelijk vormen die Nederlandse belastingoverdrachten naar Brussel maar een paar procent van wat er in Nederland aan belastingen wordt geïnd. Als we dat referendum op 1 juni zo'n succes vinden, dan kan bijvoorbeeld ook aan de Nederlandse burgers worden voorgelegd of zij net als vorig jaar per persoon 245 euro (ofwel 540 oude guldens) willen afdragen aan de van staatswege verstrekte ontwikkelingshulp. Het zou nog interessante uitkomsten kunnen geven.

In de Haagse bureaucratie ontbreekt het al helemaal aan een concurrerend instituut dat het expanderende monster in toom houdt. Of, beter nog, terugjaagt in zijn hok. Het enige instituut dat daar echt voor in aanmerking komt, moet bestaan uit degenen die het geld moeten betalen. De rol die Blair, Balkenende en Zalm in Brussel spelen, zouden de verzamelde Nederlandse burgers dus in Den Haag moeten spelen.

Syp Wynia

Over de auteur

Syp Wynia is columnist en redacteur van het opinietijdschrift Elsevier.

Syp Wynia heeft geruime tijd als journalist gewerkt voor de politieke redactie van het Parool en is later werkzaam geweest in Brussel. Deze ervaringen hebben hem veel kennis verschaft over zowel de nationale als internationale politiek. De opgedane kennis komt uitstekend van pas bij zijn huidige werk bij Elsevier, waar hij in zijn columns het beleid van de overheid aan een zeer kritische blik onderwerpt. In 2004 sprak hij over Europa op het politiek café van MeerVrijheid. Wynia is niet verbonden aan de Stichting MeerVrijheid.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl