“Ik denk dat sommige van de meest vruchtbare ideeën komen van de libertariërs. Zij vormen een soort 'avant garde' omdat ze ondermeer wijzen op het grote gevaar voor machtsconcentratie.”
Hernando de Soto

Tel uit je winst

Door Pamela Hemelrijk

28 juni 2005

Als je Wouter Bos vraagt wat zijn politieke credo is, dan krijg je steevast hetzelfde antwoord: ‘Dat iedereen recht heeft op een fatsoenlijk bestaan’, zegt Wouter dan. Daarmee bedoelt hij niet dat iedereen het recht heeft zich netjes te gedragen, maar dat iedereen recht heeft op voedsel, kleding, onderdak, werk, gezondheid, geluk en nog zo’n paar dingen meer. Zijn gesprekspartners, wie het ook zijn, knikken dan altijd instemmend: ja hoor, daar zijn ze het helemaal mee eens.

Gek genoeg stelt nooit iemand Wouter de vraag wie dat alles moet verschaffen. Wat raar is, want biefstukken, bontjassen, huizen, banen en medicijnen groeien niet aan bomen, zoals iedereen weet. Die dingen moeten worden geproduceerd. Zelf kan Wouter ze niet maken, dat is een ding wat zeker is; beleidsnota’s zijn niet bar voedzaam, en je kunt er ook niet in wonen. Zijn enige bijdrage bestaat hierin dat hij verlangens ventileert die door anderen moeten worden verwezenlijkt. Gek genoeg is de maatschappij Wouter zeer erkentelijk voor deze volstrekt improductieve activiteit; hij krijgt er zelfs een jaarsalaris voor.

Eisen stellen
Dat is raar, want verlangens ventileren en eisen stellen aan anderen kan iedereen. Ik zou bijvoorbeeld –- ik noem maar wat –- van mening kunnen zijn dat elke man recht heeft op minstens twee blow jobs in de week, omdat hij anders seksueel gefrustreerd raakt, en een verhoogde kans loopt te eindigen als verkrachter. Ik zou dit zelfs wetenschappelijk kunnen onderbouwen met statistieken van de Rutgers Stichting.

Maar ik weet wel zeker dat mijn vriendinnen dan zouden vragen: ‘Alles goed en wel Pam, maar wie moeten al die blow jobs gaan verrichten, in jouw optiek?’ ‘De vrouwen met de sterkste magen natuurlijk’, zou ik dan -– in de geest van Wouter Bos -- kunnen antwoorden. ‘Ik zal de organisatie van deze megaklus wel op me nemen, en de taken zo eerlijk mogelijk onder jullie verdelen. Dat is a hell of a job, waaraan ik mijn handen meer dan vol heb. Maar ik ben ertoe bereid. Iemand moet zich per slot met hart en ziel inzetten voor een betere wereld.’

Gek, ik denk dat ik daar niet mee weg zou komen. Ik denk dat mijn vriendinnen zouden zeggen: Pam, als de seksuele nood van gefrustreerde mannen je zo hoog zit, pijp ze dan zelf. Goeiedag.

Schrijnende ellende
De kwestie is dat het recht op welvaart net zo min bestaat als het recht op klaarkomen. Welvaart kun je niet opeisen of afdwingen met wetten, regels of partijprogramma’s. Je kon, als hunebedbouwer, op een zeepkist gaan staan en voedsel, kleding, onderdak en gratis tandheelkundige hulp voor iedereen opeisen tot je erbij neerviel, maar er was niemand die dat kon verschaffen, en het kwam dus ook bij geen hunebedbouwer op dat hij daar recht op had.

Je kon natuurlijk een naburig hunebed leegjatten om je honger te stillen, maar daar hielp je de welvaart geen spat mee vooruit. Communisten proberen al tachtig jaar rijk te worden door elkaar te bestelen, maar het is uiteraard nog nooit gelukt.

Veel mensen, onder wie ongetwijfeld Wouter Bos, zijn ervan overtuigd dat de armoe in de wereld de schuld is van de rijken; die eigenen zich alles maar toe, zodat er voor de rest niks overblijft.

Vandaar dat ze zich nog altijd enorm kwaad maken over de mensonwaardige levensomstandigheden van de 19de-eeuwse fabrieksarbeiders, die door gewetenloze, stinkend rijke textielbaronnen voor een hongerloon werden uitgebuit. (Over het lot van de hunebedbouwers, die er nog veel slechter aan toe waren, hoor je ze nooit jammeren, waarschijnlijk omdat ze daar niemand de schuld van kunnen geven.) Iedereen denkt dat al die schrijnende ellende (meisjes met zwavelstokjes, kinderarbeid, mijnwerkers met stoflongen, mijnwerkersvrouwen met vliegende tering, spiritusdrinkers, sidderende textielarbeiders met de pet in de hand) een direct gevolg was van de industriële revolutie. Maar als er geen industriële revolutie was geweest, hadden die paupers niet eens de kans gekregen om arm te zijn; dan waren ze namelijk al lang dood geweest.

Geërfde armoede
Precies presas. Er was niks anders. Als die textielfabriek er niet was geweest, hadden ze niks dan turf te eten gehad en niks dan kuilen in de grond om in te wonen. Dankzij die stinkende fabrieksschoorstenen kon de creperende plattelandsbevolking voor het eerst in de geschiedenis overleven. Hoe karig het loon ook was dat ze in de fabriek verdienden, het was hun redding. Nooit in de geschiedenis heeft de algemene levensstandaard zo’n boost gekregen als tijdens de industriële revolutie. Er deed zich een ongeëvenaarde bevolkingsexplosie voor. Hoe het in Nederland zit weet ik niet, maar in Engeland steeg het inwonertal tussen 1750 en 1820 van zes naar twaalf miljoen, en de kindersterfte daalde van 74 procent naar 31 procent.

Het is hoogst unfair om de grootindustriëlen verantwoordelijk te stellen voor de armoe in de 19de eeuw. Ze hebben die armoe niet veroorzaakt, ze hebben hem geërfd.

Die textielbaronnen verdienen een standbeeld, omdat ze miljoenen mensen van de hongerdood hebben gered. In plaats daarvan worden ze nog altijd met pek overladen, omdat ze niet genoeg hebben gedaan. Omdat ze die miljoenen mensen niet allemaal in één klap aan een luxeappartement, een huisarts en een baan als procuratiehouder hebben geholpen.

Rijkdom is goed
Geen regering ter wereld, laat staan een koning of een keizer, heeft zijn bevolking ooit zoveel sociale vooruitgang verschaft als dat handjevol gehate kapitalisten. Zij hebben in 70 jaar voor elkaar gebokst wat eeuwenlang door autoriteiten en grootgrondbezitters was nagelaten. En dat nog wel zonder een cent belasting te heffen! Maar ze worden tot de dag van vandaag als parasieten beschouwd. Omdat ze rijk waren. Als je rijkdom door afpersing hebt vergaard, zoals Lodewijk de Veertiende of Prins Bernhard, willen ze nog wel eens een oogje dichtknijpen, maar als je hem zelf hebt gecreëerd, zoals Frits Philips of Bill Gates, dan zijn ze genadeloos.

Rijkdom is niet de oorzaak van armoede, net zomin als regenval de oorzaak is van droogte. Als we de armoe willen bestrijden, moeten we ophouden de rijkdom te verafschuwen. Rijkdom is goed. Elke rijkaard die erbij komt, is weer één arme minder. En elke rijkaard die erbij komt, is een zegen voor zijn omgeving. Ik heb een rijke zwager, en u moest eens weten hoeveel mensen daarvan meeprofiteren. Zijn gezin, zijn ooms en tantes, zijn schoonouders, zijn vrienden, zijn buren, zijn minnaressen, zijn werknemers, en een enorm leger klaplopers. Als die zwager van mij nooit was geboren, waren die allemaal slechter af geweest, en niemand zou er beter van zijn geworden als die zwager van mij een eenvoudige voddenjood was gebleven. Dan hadden we alleen maar één arme sloeber meer gehad op de wereld. Tel uit je winst...

Productie
Welvaart moet gecreëerd worden, en dat kan maar op één manier: de productie van goederen en diensten. De meeste mensen zijn er -- met Karl Marx -– heilig van overtuigd dat de armoe in de wereld de schuld is van de rijken; die eigenen zich alles maar toe, zodat er voor de rest niks overblijft. Ze geloven dat je alleen maar rijk kunt worden ten koste van een ander, zoals Lodewijk de Veertiende of Prins Bernhard. Je zou verwachten dat de bestrijders van armoe het ontstaan van rijkdom zouden toejuichen: elke rijkaard die erbij komt is per slot van rekening weer één arme minder.

Pamela Hemelrijk

Over de auteur

Pamela Hemelrijk (1947 - 2009) heeft twaalf jaar voor het ANP gewerkt als algemeen verslaggeefster, en tien jaar voor het Algemeen Dagblad, als feature-reporter en columniste.

Steeds meer conflicten met de hoofdredactie wegens het buiten hangen van de vuile was, en censuur op columns. Kreeg in 1995 een verbod om nog langer columns te schrijven over Srebrenica. (Hoofdredacteur: "Jij altijd met je gezeur over de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid; wij moeten hier een krant maken ja? Wij hebben hier te maken met de orde van de dag ja?")

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl