“Puritanisme. De gekmakende angst dat iemand, ergens op aarde gelukkig zou zijn”
H.L. Mencken

Interview met Hans-Hermann Hoppe: Het gevaar van democratie

Door Marcel Roele

26 juni 2005

Professor Hoppe is duidelijk niet enthousiast over democratie. "Het is een systeem dat bijna garandeert dat iemand wordt gekozen die het land schade berokkent," laat hij telefonisch weten.

“Premiers en presidenten zijn demagogen zonder morele scrupules. Ze zullen beloften doen – bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, gezondheidszorg en onderwijs – waarvan ze weten dat ze die niet waar kunnen maken. En denk je dat ze een woord durven zeggen waarmee ze de massa idioten van zich vervreemden die zich verzamelt aan de publieke trog, hongerend naar een baantje, uitkering of subsidie van de overheid – in ruil voor hun stem?”

Hoppe is niet de eerste criticus van ons democratisch systeem. Winston Churchill zei al in 1947: “Democratie is de slechtste regeringsvorm met uitzondering van alle andere die we hebben geprobeerd.” Maar Hoppe gaat veel verder dan Churchill. Hij vindt dat een land zelfs nog beter af is wanneer het wordt bestuurd door een vorst.

Hans-Hermann Hoppe (1949) studeerde sociologie, economie en filosofie in Duitsland en doceerde aan Duitse, Italiaanse en Amerikaanse universiteiten. Momenteel is hij hoogleraar economie aan de Universiteit van Nevada. Zijn boeken (het beroemdste is Democracy, the God that failed – Democratie, de mislukte almachtige) zijn vertaald in zestien talen: Koreaans, Chinees, Tsjechisch, Spaans, Deens, Italiaans enzovoort – maar niet in het Nederlands. Momenteel maakt hij een Europese tournee. Donderdag 26 mei spreekt hij op uitnodiging van de conservatieve Burke Stichting in Den Haag.

Waarom zou een vorst beter zijn dan een willekeurige dictator die probeert een dynastie op te zetten, zoals Kim Il Sung die zich in Noord-Korea liet opvolgen door zijn zoon Kim Jong Il of Papa Doc en Baby Doc in Haïti?

De vorsten kwamen uit een geslacht van edelen; van landeigenaren met een bewezen staat van dienst dat ze hun bezit verstandig beheerden. De vorstenhuizen van vroeger eeuwen waren bovendien heel succesvol in het opzetten van een dynastie. Ze regeerden van generatie op generatie, vaak eeuwenlang. Als ze hun land plunderden of lieten verpauperen, zoals in Haïti en Noord-Korea is gebeurd, was dat de vorstenhuizen vast niet gelukt. Het volk of de edelen waren in opstand gekomen of een buitenlandse macht had het land veroverd – in de praktijk grepen andere leden van de koninklijke familie vaak in voordat het zo grondig mis ging.

Daar moet je dan maar op wachten als je bent opgescheept met een slechte koning, terwijl je een slechte politicus in een democratie gewoon kunt wegstemmen.

Wat krijg je daar dan voor terug? Weer een slechte politicus. In een parlementaire democratie worden de verkiezingen gewonnen door politici die loze beloften doen. Om na vier jaar te worden herkozen, moeten ze hun falen camoufleren door kort voor de verkiezingen allerlei leuke dingen voor de mensen doen. De overheid deelt cadeautjes uit. Die cadeautjes worden natuurlijk via de belastingen betaald, dus ze zijn op rekening van het volk. Zolang je ervoor zorgt dat een relatief kleine groep veel betaalt voor kleine cadeautjes die over een grote groep worden verspreid, kom je ermee weg. De regering gedraagt zich dan als een soort Robin Hood. Maar het is niet goed voor de economie. Er wordt eigenlijk roofbouw gepleegd, omdat voor politici in een democratie het niet belangrijk is hoe welvarend het land over één generatie zal zijn. Alleen de termijn tot de volgende verkiezingen telt.

De koning daarentegen kijkt wel naar de lange termijn. Net als elke goede vader wil hij dat zijn zoon een mooie erfenis krijgt. De monarch is minder geneigd tot potverteren dan de democratisch gekozen regering. Natuurlijk heb je af en toe een slechte monarch die de rijkdommen van het land verkwanselt. Maar het systeem van erfopvolging en koninklijke opvoeding sluit niet uit dat de monarch een onschuldige sukkel is of zelfs een wijs en moreel hoogstaand persoon.

In een democratie krijg je vrijwel uitsluitend leiders die in meerdere of mindere mate het land plunderen. Bovendien staat het volk kritischer tegenover potverteren door een vorst dan door een democratisch gekozen regering. Er dreigt al snel opstand wanneer er belastingen moeten worden geïnd om de nieuwste gril van de vorst te financieren – bijvoorbeeld een megalomaan bouwwerk of een imperialistisch avontuur. Als de vorst geld of goed afpakt van zijn onderdanen en weggeeft aan mensen die bij hem in een goed blaadje staan of die hem ervan hebben overtuigd het nodig te hebben, wordt dat beschouwd als diefstal. ‘Laat hem maar van zijn eigen geld cadeautjes uitdelen,’ zal het volk zeggen.

In een democratie mag iedereen openlijk andermans eigendommen benijden. Wanneer ze worden verkozen of het oor hebben van de regering kunnen ze plukken wie ze maar willen. Dat heet dan geen diefstal meer, maar zogenaamd iets wat we samen hebben besloten - een teken van solidariteit en in het algemeen belang.

Dat kun je toch in het stemhokje afwijzen? Je kunt links of rechts zijn en in de Verenigde Staten staat de Republikeinse Partij voor een kleinere overheid.

Dat is niet waar. De Democraten en de Republikeinen zijn twee takken van dezelfde neoconservatieve en sociaal-democratische beweging. Beide hebben de principes van de verzorgingsstaat omhelsd. Onder Republikeinse presidenten is de afgelopen halve eeuw het staatsapparaat zelfs sneller gegroeid dan onder Democratische presidenten. De Republikeinen zijn op sociaal gebied wat conservatiever dan de Democraten - dus wanneer het gaat over abortus, euthanasie en seksuele vrijheden. De partijen bedienen verschillende belangengroepen – de Democraten richten zich iets meer op etnische minderheden, bijvoorbeeld. De neoconservatieven zijn wat interventionistischer, wat je ziet in Irak. En de sociaal-democraten zijn wat protectionistischer; dus iets meer tegen vrijhandel. Dat verschil komt ruwweg overeen met het verschil tussen links en rechts in Europa.

Maar de Democraten en de Republikeinen in Amerika en de PvdA en de VVD in jullie land willen allemaal een grote, machtige staat. Ze introduceren allemaal grote dure staatsprojecten om het onderwijs te verbeteren, minderheden te helpen of de onveiligheid op straat te verminderen. Die natuurlijk allemaal mislukken. Het zijn de bekende gouden bergen.

Waarom zouden kiezers daar steeds intrappen? Mensen leven al honderdduizend jaar in gemeenschappen met leiders. Dan zal de natuurlijke selectie er toch wel voor hebben gezorgd dat ze het verschil zien tussen een goede en een slechte leider?

Dat kunnen ze volgens mij ook wel, maar alleen in de kleinschalige gemeenschappen waarin we in ons evolutionair verleden leefden. Daar kennen de mensen elkaars staat van dienst en kunnen ze elkaar aanspreken op hun verantwoordelijkheden. Ik ben ervoor dat dergelijke gemeenschappen in ere worden hersteld en kunnen beslissen over hun eigen lot. De hele schaalvergroting van de afgelopen paar eeuwen zou ik teruggedraaid willen zien. Volgens mij waren bijvoorbeeld Duitsland en Italië veel beter af toen ze nog bestonden uit honderden ministaatjes - toen waren het centra van creativiteit op artistiek en wetenschappelijk gebied. Zo’n ministaatje hoeft geen monarch te hebben; dat is ook niet ideaal. Volgens mij werkt een vreedzame competitie van voorname burgers en hun bondgenoten het best – ongeveer zoals in de Gouden Eeuw werd bepaald wie burgemeester van Amsterdam werd.

In vroeger eeuwen was er wel om de haverklap oorlog – al die kleine landjes vlogen elkaar voortdurend in de haren. Nu is het al zestig jaar vrede in West-Europa. Dat hebben we toch maar aan de democratie te danken. Democratieën trekken nooit tegen elkaar ten strijde.

Dat hangt er maar vanaf hoe je een democratie definieert. In de klassieke oudheid voerde het democratische Athene regelmatig oorlog. De Amerikaanse burgeroorlog was tussen democratieën en hetzelfde geldt voor Engeland, Frankrijk en Duitsland in de Eerste Wereldoorlog. Er was toen alleen nog geen algemeen kiesrecht. Maar volgens mij hebben de oorlogen van de afgelopen anderhalve eeuw niet te maken met gebrek aan democratie maar met de ambities die grote, centraal geregeerde staten nu eenmaal makkelijk ontwikkelen.

Van 1864 tot 1871 vocht Pruisen onder leiding van minister-president Bismarck oorlogen uit met Denemarken, Oostenrijk en Frankrijk om een groot en verenigd Duitsland te kunnen vestigen. Dat probeerde de machtigste Europese staat te worden en uit de competitie tussen de Europese machten ontstond in 1914 de Eerste Wereldoorlog. Door de ontwrichting van de Eerste Wereldoorlog werd de Russische Revolutie mogelijk. De vredesregeling van Versailles van 1919 was zo schadelijk voor Duitsland dat daar eigenlijk toen al de omstandigheden werden gecreëerd die de machtsgreep van Hitler en de Tweede Wereldoorlog mogelijk maakten. De Koude Oorlog was weer het gevolg van de Russische Revolutie en de machtspositie die de Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog kon verwerven. Dus eigenlijk was al die ellende voorkomen als de Duitse ministaatjes zelfstandig waren gebleven.

Maar nu zijn we allemaal verenigd in de Europese Unie en komt er ook geen oorlog meer.

Ik ben principieel tegen de Europese Unie, omdat de EU ervoor zorgt dat de macht nog verder wordt gecentraliseerd, terwijl ik juist voor decentralisering ben. Zoals zij zich nu ontwikkelt, zal de EU bovendien de kans op oorlog doen toenemen. De nieuwe grondwet tast het recht op afscheiding aan. Een land mag pas de EU verlaten met toestemming van de Europese Raad en het Europese Parlement. Als een land uit de EU wil, kunnen daar dus enorme conflicten over ontstaan, net als toen de Joegoslavische staten zelfstandig wilden worden. Slovenië kon zich nog redelijk vreedzaam afscheiden. Dat kwam omdat het etnisch en cultureel tamelijk homogeen was. In het multiculturele Bosnië werd het oorlog.

Dankzij de EU worden de lidstaten steeds multicultureler. Als de Europese grondwet er komt, wordt het immigratiebeleid een Europese zaak. Dus een land als Nederland kan niet meer besluiten dat het al vol genoeg is. Sterker nog, alle Europeanen en alle migranten van elders die legaal in de EU verblijven, mogen een baan gaan zoeken in Nederland en hebben dan recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden, uitkeringen, gezondheidszorg en sociale huisvesting als de Nederlanders. Op den duur zakt jullie verzorgingsstaat door zijn hoeven – onder druk van al die nieuwkomers en door de concurrentie met gebieden waar meer economische vrijheid is, zoals in Azië. Wat heb je dan: een verpauperde bevolking met zeer grote allochtone minderheden. En die zijn niet geassimileerd, want dat lukt nooit als er zoveel in zo korte tijd komen. Kortom, het is een recept voor burgeroorlog.

Autochtone kiezers zijn doorgaans niet blij met immigratie. Waarom zouden de meeste politici, die volgens u alleen geïnteresseerd zijn in het paaien van het stemvee, zich dan niet krachtig keren tegen immigratie?

Staten kunnen hun macht over de burgers vergroten door traditionele banden binnen gemeenschappen te verzwakken. En immigratie helpt de staat om die banden te verzwakken. De uitgebreide familie, de clan, de stam, een religieus homogene parochie, een dorp met een eigen cultuur en gebruiken – dat zijn allemaal voorbeelden van netwerken van mensen die onderling veel zaken regelden, afspraken maakten en elkaar hielpen. Nu zijn die traditionele samenlevingsverbanden verzwakt of verdwenen, regelt de staat dingen die vroeger onder kleine gemeenschappen vielen en moeten mensen zich tot de staat wenden voor hulp.

Door immigratie van mensen die geen band hebben met het gebied waar de staat hen zich laat vestigen en door etnische en culturele verschillende groepen te dwingen om samen te wonen, worden gemeenschappen verder verzwakt. Individuen raken steeds meer geïsoleerd van hun sociale context. Dus worden ze afhankelijker van vadertje staat. En daarom stemmen ze op partijen die voorstander zijn van een uitgebreide staat, die belooft voor de burgers te zullen zorgen, maar ook heel veel macht naar zich toetrekt. Zo leidt democratie ertoe dat we uiteindelijk steeds minder te zeggen hebben over ons leven.

Marcel Roele

Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd.

Over de auteur

Marcel Roele (1961 - 2011) was wetenschaps -journalist, sociobioloog en politicoloog.

Als free-lancer schreef hij voor een heel scala aan bladen, maar was vaste medewerker van HP/De Tijd. Hij verscheen regelmatig in radio- en tv-programma’s en werd gevraagd als spreker op symposia, congressen en corporate events.

Marcel Roele schreef de volgende boeken: De Mietjesmaatschappij, De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties, en De menselijke soort. Hier vindt u zijn homepage www.marcelroele.nl.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl