Tijd voor wat leedvermaak

Door Paul Frentrop

8 juni 2005

Linkse politici worden vaak ontmaskerd. Ze pretenderen op te komen voor de zwakkeren, maar meestal blijken ze er alleen voor zichzelf te zitten.

De meest primitieve vorm van humor is leedvermaak. Ik vermoed dat de eerste menselijke lach in de verre prehistorie te beluisteren was, toen 'Lucy' die net op twee benen kon lopen, in een drol trapte. Iets wat viervoeters nooit overkomt. Dat vonden de anderen ontzettend grappig. Zo is de humor geboren uit misschien wel de meest kenmerkende eigenschap van de mens; het besef van het eigen tekort. Die eigen tekortkomingen leren we van andermans misstappen. Lucy zelf lachte vast niet, toen ze haar vieze voet bekeek. Want als primitieve mensen iets naars overkomt, geven ze een ander daarvan de schuld. Nu zit 'links' in de puree. Het machtsverlies in Rijnland Westfalen is alsof George Bush de staat Texas aan de democraten zou verliezen. Maar eigenlijk is links al sinds in 1989 de Berlijnse muur viel, onderwerp van leedvermaak. Vanaf dat moment viel niet meer vol te houden dat het socialisme oplossingen bood. Dat was verhelderend. Maar als een medemens met de neus op zijn eigen fouten wordt gedrukt, is het niet beleefd daar al te veel aandacht aan te besteden.

Ter linkerzijde zijn de mensen die beleefdheid als een zwakte beschouwen echter ruim vertegenwoordigd. Bovendien heeft men het afschudden van de ideologische veren gestaakt voordat de rui is voltooid. De tijd voor vermaak is dus gekomen. En echt plezier schuilt in de kleine dingen. Zoals de vorstelijke vergoeding die Paul Rosenmöller bleek te incasseren voor zijn samenwerking met prinses Maxima. Om allochtonen te helpen integreren, kreeg hij op full time-basis meer inkomen dan een minister. Al is hij dat nooit geworden, hoewel GroenLinks onder zijn leiding de Nederlandse bombardementen op Servië steunde om voor het regeringspluche in aanmerking te mogen komen. Extra geestig was dat dit nieuws kwam temidden van weer aanzwellende verontwaardiging bij links over topbeloningen bij anderen.

Linkse politici zeggen dat ze politicus zijn om mensen te helpen. Ik geloof daar niets van.
Nog leuker was het nieuws over wijlen Salvador Allende. Deze voormalige Chileense president was zo'n beetje de laatste linkse icoon uit de jaren zeventig die nog overeind stond, nadat Winnie Mandela een corrupte knokploegaanvoerder bleek, Che Guevara een bloeddorstige moordenaar en Tara Singh Varma een simulant. Over mensen als Mao Tse Tung, ooit lichtend voorbeeld voor SP-leider Jan Marijnissen en Fidel Castro, nog steeds de held van Harry Mulisch, zullen we dan maar zwijgen. Voor Allende, verdreven door Chilenen, maar volgens links door multinationals en de CIA, stond iedereen op de bres. Nu blijkt die Allende nog veel foutere opvattingen te hebben gehad dan de 'rechtse' dictator Pinochet. Allende was fervent aanhanger van het nationaal-socialisme. In zijn onlangs gevonden proefschrift uit 1933 zocht en vond hij een samenhang tussen ras en aanleg voor crimineel gedrag. Ver voordat de Nederlandse criminoloog Wouter Buikhuisen voor vergelijkbaar onderzoek door Hugo Brandt Cortius en de VPRO werd weggepest. Volgens de jeugdige Allende hebben joden net als zigeuners een algemeen misdadige inslag. Als minister van volksgezondheid zette hij zich tussen 1939 en 1941 dan ook in voor de rassenhygiëne in Chili. Dat hij hier in Nederland toch lang in aanzien stond, is het gevolg van de eenvoudige truc die links gebruikt om zich in de politiek morele superioriteit aan te matigen.

Een gewone politicus gaat de politiek in om er zelf beter van te worden. Maar een linkse politicus zegt altijd dat hij er zit om andere mensen te helpen. En niet zomaar anderen: hij zit er voor de zwakken, de zorgbehoevenden, de kansarmen. Voor mensen die zelf niet voor hun rechten op kunnen komen. Hij zit daar als een kruising tussen Jezus en Robin Hood. Ik geloof daar niets van. Ik denk dat eigenbelang mensen via buurthuizen, langdradige vergaderingen en allerlei kuiperijen naar gemeenteraad, provincie en Tweede Kamer drijft en vandaaruit naar andere publieke functies. Daarom vind ik het leuk als die zo menslievende keizertjes ontdaan van hun tooi voor de kiezertjes komen te staan. Ik mag dan graag nog een veertje wegplukken om het lelijke vel goed zichtbaar te maken.

Paul Frentrop

Dit artikel verscheen eerder in FEM Business.

Gerelateerde links:
- Bart Croughs: Politieke slimmerikken
- Bart Croughs: Links vullen
- Het huis van Paul Rosenmöller in Driebergen
- Poster Paul Rosenmöller
- Bart Croughs: Leve de koningin!

Over de auteur

Paul Frentrop schrijft regelmatig voor HP/De Tijd en werkte eerder voor onder andere Het Financieele Dagblad en NRC Handelsblad.

Frentrop promoveerde in 2002 met een studie naar 'corporate governance' door de eeuwen heen. Tegenwoordig is hij directeur van Deminor dat de belangen behartigt van minderheids-aandeelhouders.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl