“Geef iemand het permanente bezit van kale rotsen en hij zal er een tuin van maken; verpacht hem de tuin voor negen jaar en hij zal er een woestijn van maken... De magie van eigendom verandert zand in goud. ”
Arthur Young

De overheid vraagt om raad

Door Paul Frentrop

23 mei 2005

Wat wil die overheid toch allemaal van ons? De hele dag worden we al lastig gevallen door overheidsdienaren. Nu wil ze ook nog onze mening beïnvloeden.

Steeds wanneer de overheid zich tot mij richt, brengt dat negatieve gevoelens bij mij teweeg. (Ik definieer 'de overheid' in navolging van Theo van Gogh dan als alle 'boven ons gestelden'). Die negatieve gevoelens variëren qua sterkte en qua aard. Pure haat, gebaseerd op onmacht rijst bijvoorbeeld op wanneer ik 's nachts een fuik binnen rijdt waar één van de honderd aanwezige agenten zich dan door het autoraampje buigt met de vraag of mijnheer vandaag iets gedronken heeft. Wat gaat hem dat aan? Ga boeven vangen. Maar hij is gewapend. Ik moet dus als een zuigeling op een tuitje blazen voordat ik verder mag. Een lichte vorm van paniek dient zich aan wanneer er wéér een blauwe envelop tussen de post zit. Ergernis wekt het schikkingsvoorstel voor dertig euro omdat ik maanden geleden ergens op een verder geheel lege weg iets te hard langs een flitspaal zou zijn gereden.

Droeve berusting wekt het wanneer de overheid, zoals de Amerikanen dat noemen, aan outreach doet. 'Hebt u vragen over de snelweg, bel Rijkswaterstaat', melden dure elektronische indicatieborden als er geen files zijn. Ik heb niets te vragen en geen tijd voor dergelijke onzin. Dat geldt ook voor de oproep aan het einde van een televisiecommercial: 'Meer weten? Ga naar uwv.nl of neem contact op met uw arbodienst' Ik héb helemaal geen arbodienst. Medelijden wekt het pompeuze taalgebruik in brieven van de gemeente 'aan de bewoner van dit pand', van de hand van een van de ontelbare communicatiemedewerkers die de overheid in dienst heeft. Het moge duidelijk zijn: ik heb het niet zo op de overheid en volgens mij heeft de overheid het ook niet zo op mij. Ze vindt mij niet eens 'legitiem'. Ik moet me kunnen 'legitimeren' door aan de overheid een papier te tonen dat de overheid heeft geschreven. Doe ik dat niet, dan word ik opgesloten.

Maar nu vraagt de overheid mijn mening over de Europese grondwet 'Ik ben een Nederlander want ik woon in Nederland', zo legt Postbus 51 mij 'rappend' de reden uit waarom ik zou moeten stemmen. Ik ken mensen die hier wonen maar geen Nederlander zijn. Waarom stuurt de overheid, die al eeuwenlang internationale verdragen sluit zonder mij daar toestemming voor te vragen, mij nu trouwens een stembiljet over zo'n verdrag? Ik ben een Nederlander maar mag mijn burgemeester nog niet eens kiezen!

De overheid wil mijn mening helemaal niet weten. De overheid wil alleen dat ik vóór stem.
Bovendien wil de overheid mijn mening helemaal niet weten. De overheid wil dat ik zeg dat ik vóór ben. Dat hoor ik tenminste van de premier, van alle ministers en van een speciaal voor het uitdragen van die boodschap vrijgemaakte staatssecretaris. Het gaat om een 'volksraadpleging', maar de overheid wil helemaal geen raad. De overheid wil horen wat ze zelf vindt. Normaliter worden externe adviesbureaus ingeschakeld of worden commissies van 'deskundigen' of hotemetoten ingesteld als de overheid van iemand anders haar eigen opvattingen wil horen. Maar dit keer wil de overheid dat alle stemgerechtigden zeggen wat de overheid wil. Wat een arrogantie! De overheid moet doen wat de kiezers willen. Niet andersom. Het referendum is echter siechts een advies. Is de meerderheid vóór, dan kunnen we ervan uitgaan dat de overheid het verdrag tekent. Dat wil ze immers. Is een meerderheid tegen dan kan de overheid alsnog het verdrag tekenen. Dat zijn spelregels als 'kop, ik win - munt, u verliest'. Die kunnen maar tot één conclusie leiden: tegen stemmen. Niet alleen vanwege de inhoud, maar vooral vanwege de methode.

De volksraadpleging biedt een unieke mogelijkheid om te zien wat de overheid doet als de meerderheid van de bevolking iets anders vindt dan de boven ons gestelden. Voor de verdere Europese eenwording maakt het weinig uit wat de Nederlandse kiezers vinden. Dit referendum is alleen nuttig als peilstok om het democratisch gehalte van Nederland te meten. Maar die test kunnen we alleen uitvoeren als de meerderheid tegen stemt. Mag ik u daarom vragen dat in groten getale te doen?

Paul Frentrop

Dit artikel verscheen eerder in FEM Business.

Over de auteur

Paul Frentrop schrijft regelmatig voor HP/De Tijd en werkte eerder voor onder andere Het Financieele Dagblad en NRC Handelsblad.

Frentrop promoveerde in 2002 met een studie naar 'corporate governance' door de eeuwen heen. Tegenwoordig is hij directeur van Deminor dat de belangen behartigt van minderheids-aandeelhouders.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl