“Er is niets wat zoveel schade aanricht als goede bedoelingen.”
Milton Friedman

Burkestichting roept Dag van de Belastingvrijheid uit

Door Redactie

19 mei 2005

Wat de relatie met de 'libertarische' Tax Freedom Day is, is nog niet helemaal duidelijk, maar de conservatieve (en volgens sommige klassiek-liberale) Burkestichting roept 14 juni uit tot de Dag van de Belastingvrijheid en maakt van de gelegenheid gebruik om voor een vlaktax te pleiten.

De Telegraaf meldt:

DEN HAAG - De conservatieve Edmund Burke Stichting roept 14 juni uit tot Dag van de Belastingvrijheid. De stichting wil dat mensen zich er zo van bewust worden dat ze te veel belasting betalen.

Volgens directeur Spruyt werken alle Nederlanders in feite tot 14 juni voor de overheid. Pas daarna mogen ze het geld dat ze verdienen zelf houden. Dat is vergeleken met andere landen erg laat, zegt Spruyt.

De Edmund Burke Stichting pleit voor een 'vlaktaks', waarin iedereen 18,5% belasting betaalt. Dat zou goed zijn voor de economische groei en iedereen zou er in dat systeem op vooruit gaan.
Hoewel het een aardig begin is en een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie, blijft 18.5 procent natuurlijk behoorlijk fors. Wat opmerkelijk is, is dat de vlaktax vaak wordt verdedigd met de idee dat de inkomsten van de overheid er niet op achteruit hoeven gaan! Door de hogere economische groei als gevolgvan de (lagere) vlaktax zullen de inkomsten van de overheid enkel stijgen. Hoewel dit allicht correct is, is het een weinig aanlokkelijk en radicaal perspectief. De overheid blijft op die manier een dikke, vette vinger in de pap houden.


De Libertarische Partij laat overigens met een, nogal omstreden, rekenvoorbeeld zien dat de Dag van de Belastingvrijheid voor ondernemers niet injuni, maar ergens midden september valt:
Ter verheldering van de publieke discussie over de nieuwe Miljoenennota hebben het Haags Juristen College (adviseurs in belastingontwijking) en de Libertarische Partij (principieel gekant tegen elke vorm van belastingheffing), een rekenvoorbeeld gemaakt van de belastingdruk voor de Nederlandse ondernemer. Conclusie: de gemiddelde ondernemer is bijna driekwart van zijn inkomen kwijt aan belastingen (71%). (Nu op Prinsjesdag 2002 het jaar ook voor bijna driekwart om is (en nog wel precies voor 71%, namelijk 259 uit 365 dagen op 17 september), heeft de ondernemer zijn ongevraagde schuld dus afbetaald en mag hij het laatste kwartje van zijn zuurverdiende euro eindelijk gaan uitgeven.

Reken maar mee: elke euro die een ondernemer verdient wordt eerst belast met de vennootschapsbelasting van marginaal 34,5% (rest 65,5 cent); dan met de dividendbelasting van 25% in box 2 (rest 49 cent); dan met de (verkapte) vermogensbelasting van 1,2% in box 3 (rest 48,5 cent); dan met de inflatie, een verkapte belasting veroorzaakt door het monetair beleid van overheden (nu zo’n 4%, rest 46,5 cent); uiteindelijk ook met successierechten van 5 tot 68% over het niet-geconsumeerde vermogen, in dit voorbeeld het marginale tarief van 27% voor de vererving aan echtgenoot of kind, aan wie je je spaargeld nu juist had willen nalaten (rest 34 cent); tot slot met maximaal 19% BTW over de daadwerkelijke consumptie - waar het allemaal om begonnen is - zodat er slechts 29 cent overblijven. Voor de een is het meer, voor de ander minder. Omdat dit rekenvoorbeeld nog ongeveer honderd andere belastingen buiten beschouwing laat (BPM, invoerrechten, accijnzen (van benzine en alcohol tot suiker en frisdrank), onroerendgoedbelasting, overdrachtsbelasting, etcetera) mag de conclusie zeker luiden: Ook onder het nieuwe kabinet houdt de ondernemer van elke verdiende euro maar een kwartje over. Lees verder.
Gerelateerde links:
- Vlaktaks
- Estland: bakermat van de belastingrevolutie
- De Laffer-curve


Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl