“Zij die vragen om meer overheidsingrijpen vragen uiteindelijk om meer dwang en minder vrijheid.”
Ludwig von Mises

Aan de bak

Door Redactie

12 mei 2005

Vaak wordt gedaan alsof politici een lucratieve baan in het bedrijfsleven aan zich voorbij laten gaan om zich aan de, veel minder betalende, publieke zaak te wijden. De politici offeren zich als het ware op voor het algemeen belang. Dit is echter volstrekte onzin. Ten eerste omdat de kwaliteiten die bij de overheid gevraagd worden volstrekt anders zijn dan die door het bedrijfsleven gevraagd worden, en ten tweede, omdat de beloningen in de publieke sector zo gek nog niet zijn.

Wat ten eerste vreemd is, is dat er weinig voorbeelden zijn van politici die voor of na hun politieke carriere met succes in het bedrijfsleven werken: commissariaten bij bedrijven zoals bijvoorbeeld Wim Kok heeft, zijn vrij gewoon, maar de reden dat bedrijven politici voor die commissariaten willen hebben ligt veelal meer in de contacten die deze politici hebben en eventueel de 'goede naam' en niet zozeer in hun management kwaliteiten.

Daarnaast komen veel politici terecht in de half-private, half-publieke sector zoals de gezondheidszorg waar hun ondernemerskwaliteiten ook niet op de proef worden gesteld. Veel groter nog is het aandeel van politici die louter in de publieke sector hebben gewerkt en die van hun collega's de mooie bestuursbaantjes krijgen toegespeeld. Opvallend veel VVD'ers behoren hier overigens toe. En anders is er altijd nog het Europees Parlement voor uitgerangeerde politici.

In de Volkskrant van gisteren stond een zeer scherpe ingezonden brief over dit onderwerp:

Met meer dan gewone verbazing heb ik de boude bewering in uw Commentaar (Forum, 7 mei) gelezen, dat Paul Rosemöller, wanneer hij was overgestapt naar het bedrijfsleven, een veelvoud had kunnen incasseren van wat hij krijgt bij de integratiecommissie.'

Volgens mij heeft u langzamerhand geen idee (meer) wat gewone, goed opgeleide stervelingen in het bedrijfsleven verdienen. Velen moeten het met aanzienlijk minder stellen dan 70.720 euro bruto per jaar.

Als Rosenmöller werkelijk zo subliem was als u suggereert, dan was hem allang een behoorlijke baan aangeboden. Nu moet hij het hebben van connecties 'in Den Haag'. En hij is, voor zover ik weet, niet de enige. Zoveel verschilt Nederland dus al niet meer van een bananenrepubliek.

Nijkerk, A. H. G. Gebbink'
(Noot: de schrijver van bovenstaande brief heeft, voor zover ons bekend, geen enkele band met Meervrijheid.nl en de brief is direct, zonder zijn of haar medeweten, overgenomen uit de Volkskrant.
Volgens H.-H. Hoppe zijn de kwaliteiten waarover politici dienen te beschikken volstrekt anders dan de kwaliteiten die gevraagd worden in het bedrijfsleven:
In schril contrast hiermee staat de selectie van overheidsregeerders waar door verkiezingen het vrijwel onmogelijk wordt dat een goed of onschadelijk persoon ooit naar de top door zal stoten. Premiers en presidenten worden geselecteerd op basis van hun bewezen efficiëntie als moreel onbezwaarde demagogen. Vandaar dat democratieën vrijwel garanderen dat enkel slechte en gevaarlijke mensen in de top zullen komen. Het is nog erger, door de vrije politkeke concurrentie en selectie zullen mensen die doorstromen naar de top steeds slechter en gevaarlijker worden, maar in hun hoedanigheid van tijdelijke en inwisselbare bestuurders zullen ze slechts zelden vermoord of anderszins uitgeschakeld worden.

H. L. Mencken schreef hierover:
Politicians seldom if ever get [into public office] by merit alone, at least in democratic states. Sometimes, to be sure, it happens, but only by a kind of miracle. They are chosen normally for quite different reasons, the chief of which is simply their power to impress and enchant the intellectually underprivileged… Will any of them venture to tell the plain truth, the whole truth and nothing but the truth about the situation of the country, foreign or domestic? Will any of them refrain from promises that he knows he can’t fulfill – that no human being could fulfill? Will any of them utter a word, however obvious, that will alarm or alienate any of the huge pack of morons who cluster at the public trough, wallowing in the pap that grows thinner and thinner, hoping against hope?

Answer: may be for a few weeks at the start…. But not after the issue is fairly joined, and the struggle is on in earnest…. They will all promise every man, woman and child in the country whatever he, she or it wants. They’ll all be roving the land looking for chances to make the rich poor, to remedy the irremediable, to succor the unsuccorable, to unscramble the unscrambleable, to dephlogisticate the undephlogisticable. They will all be curing warts by saying words over them, and paying off the national debt with money no one will have to earn.

When one of them demonstrates that twice two is five, another will prove that it is six, six and a half, ten, twenty, n. In brief, they will divest themselves from their character as sensible, candid and truthful men, and simply become candidates for office, bent only on collaring votes. They will all know by then, even supposing that some of them don’t know it now, that votes are collared under democracy, not by talking sense but by talking nonsense, and they will apply themselves to the job with a hearty yo-heave-ho. Most of them, before the uproar is over, will actually convince themselves. The winner will be whoever promises the most with the least probability of delivering anything.
Hilarisch in dit opzicht was ook een recente uitzending van de Amsterdamse zender AT5 met als onderwerp dat oud-deelraad-wethouders zo moeilijk aan de bak kwamen in het bedrijfsleven na hun politieke carriere. Verschillende oud-wethouders klopten zichzelf op de borst door te zeggen dat hun kwaliteiten, creativiteit, eigengereidheid, vergaderen enzovoorts blijkbaar nauwelijks gewenst waren in het bedrijfsleven, zelfs niet in de lagere of middenposities. Ongeloof viel van hun gezicht af te lezen. Gelukkig voor hen bood de riante wachtgeldregeling de mogelijkheid om zich nog jarenlang verder te verbazen zonder daadwerkelijk aan de slag te hoeven.

Een ander recent voorbeeld van verwarring over beloningen komt ook uit de Volkskrant. Bijna triomfantelijk werd aangetoond dat in de publieke sector de beloning en vooral de secundaire arbeidsvoorwaarden beter waren dan in de commerciele sector. Wat hierbij vergeten wordt is dat het uiteindelijk juist het bedrijfsleven is dat de salarissen van hen in de publieke sector moet betalen (door belasting etc.) en niet de overheid zelf die immers zelf niets produceert en geen legitiem inkomen verwerft. Het is dus volstrekt onduidelijk wat men probeerde aan te tonen door dit onderzoek, en het lijkt eerder een zorgwekkende dan een positieve ontwikkeling.

Politici en ambtenaren kunnen zichzelf belonen: ze worden niet geconfronteerd met de werkelijke en vrijwillige vraag van consumenten en zullen niet worden afgerekend op hun resultaten, er is immers altijd wel de mogelijkheid tot wachtgeld of een of ander leuk baantje in Europa of in de provincie. De kwaliteiten waarover politici dienen te beschikken zijn, bijna vanzelfsprekend, nauwelijks in trek bij het bedrijfsleven doordat het twee totaal verschillend georganiseerde sectoren zijn: de een werkt op basis van dwang, de ander op basis van vrijwilligheid, keuzevrijheid en prestaties. Het vergelijken van de beloningen van deze twee totaal verschillende sectoren, ofwel door te stellen dat dezelfde personen die in de publieke sector met minder genoegen nemen zomaar bakken met geld in de private sector zouden kunnen verdienen, ofwel door het toe te juichen dat de publieke sector riantere beloningen uitkeert dan de private, getuigt dan ook van een onbegrip over dit essentiele verschil.


Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl