“Genade voor de schuldigen is wreedheid voor de onschuldigen”
Adam Smith

Graaizucht

Door Bart Croughs

3 mei 2005

Het meest opmerkelijke aan de steeds weer terugkerende discussie over het schandelijke graaien van topmanagers is dat er voortdurend wordt geroepen dat de salarissen te hoog zijn, maar dat er bijna nooit wordt aangegeven hoe hoog de salarissen dan wel moeten zijn, en hoe je dat kunt bepalen.

Maar hoe kun je beoordelen of een salaris te hoog is, zonder eerst te weten wat het correcte salaris is? Dat is onmogelijk. Toch maakt bijna niemand zich zorgen over dit nijpende probleem.

Bijna niemand, want er zijn nu wel degelijk twee intellectuelen opgestaan die deze vraag proberen te beantwoorden. De eerste is Jacob Kol, een leerling van de socialistische econoom Tinbergen. In een uitzending van Rondom Tien verklaarde Kol dat volgens Tinbergen de productiviteit van topmanagers nul is. Dat wil zeggen: ze dragen niets bij aan het bedrijfsresultaat.

Aandeelhouders zijn volgens deze theorie dus niet alleen dom bezig als ze topmanagers miljoenen betalen, maar zelfs wanneer ze hun het minimumloon betalen. De logische conclusie (die door Kol merkwaardig genoeg niet werd getrokken) luidt dat alle topmanagers ontslagen dienen te worden. En hun taken mogen ook niet worden overgenomen door het middenmanagement (want dan verandert het middenmanagement in het topmanagement en moet dát weer ontslagen worden).

Kortom, er is hier weliswaar sprake van een mooie illustratie van de kolder die socialistische economen kunnen bedenken, maar veel kans dat deze aanbevelingen door eigenaren van grote bedrijven in de praktijk zal worden gebracht is er niet. Anders dan wereldvreemde academici zetten zij namelijk hun eigen geld op het spel.

De Engelse managementgoeroe Charles Handy kwam met een ander antwoord. In een uitzending van Netwerk verwees hij naar Plato, die meende dat topsalarissen niet meer dan vier keer het minimum mochten bedragen. Handy zelf was ruimhartiger: hij vond dat topmanagers twintig keer het gemiddelde salaris mochten verdienen.

De enige twee zwakheden in zijn betoog waren dat hij verzuimde Plato’s berekening te weerleggen, en dat hij bovendien naliet uit te leggen hoe zijn eigen berekening precies in zijn werk was gegaan. Afgezien daarvan was zijn bijdrage indrukwekkend te noemen.

Bart Croughs

Deze column verscheen eerder in HP/De Tijd.

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl