'1.713.100 Euro per container'

Door Redactie

27 april 2005

Stel je voor, een bende slaagt erin om 128 miljoen euro buit te maken bij een bankroof, of iemand steekt een gebouw ter waarde van datzelfde bedrag in brand. Wanneer de politie er onverhoopt in slaagt de bende of de brandstichter in te rekenen, zullen ze tot lange gevangenisstraffen veroordeeld worden. Of denk aan een ondernemer die 128 miljoen euro van zijn eigen kapitaal steekt in een project dat niets oplevert: hij en hij alleen zal de gevolgen van zijn fout dragen. Wanneer hij hetzelfde bedrag geleend heeft door valse beloftes te doen, zal hij voor de rechter gesleept worden door de schuldeisers en zal hij, idealiter, de rest van zijn leven moeten besteden aan het terugbetalen van de schuld.

Dit is allemaal vanzelfsprekend, maar op de één of andere wijze mogen sómmige mensen honderden miljoenen stelen van anderen, leugens vertellen en valse beloften doen om dit te rechtvaardigen en het geld vervolgens verbrassen zonder er zelf enig nadeel van te ondervinden. Sterker, je kunt erna probleemloos burgemeester in een mooie provinciestad worden en de belastingbetaler voor jouw daden laten boeten.

Panorama bericht deze week over het fiasco van de Amsterdamse containerterminal:

'We zouden Rotterdam een poepie laten ruiken, de Amsterdammers. De ultramoderne Ceres-containerterminal zou een geduchte concurrent worden voor de Maasstad. Het mocht wat kosten, dat Mokumse feessie: 171.310.000 euro. Amsterdam investeerde van ons belastinggeld 127.880.000 euro en Ceres lapte 43.430.000 euro. Maar dan heb je ook wat, zoals 1300 meter kademuur, 12 gigantische kranen, 500.000 m2 verhard terrein en 3 kilometer rails. Een terminal waarop als eerste in de wereld de schepen aan twee zijden worden geladen en gelost. Met een capaciteit van 610.000 containers per jaar. Goed voor 650 directe en 2600 indirecte arbeidsplaatsen. Geweldig toch? Jawel, maar de praktijk pakte anders uit.

Sinds de oplevering in 2001 kwam er - afgezien van een proefschip - slechts één klant langs: 9 oktober vorig jaar meerde de Singaporaanse lotite af. Een honderdtal containers werd op de kade gezet, waarna de lolite de trossen loste en koers zette naar Rotterdam. Dure containers dus, afgezet tegen de investering van 171.310.000 euro goed voor 1.713.100 euro per stuk! Hoewel er een groot tekort is aan overslagcapaciteit voor containers in West-Europa, geven alle containerschepen tot nu toe de voorkeur aan Rotterdam. Waarom? Anonieme bronnen bij de gemeente Amsterdam vermoeden Rotterdamse tegenwerking. Geruchten, maar één ding is wél zeker: in Rotterdam lachen ze zich rot!'
Enige jaren geleden maakte de toenmalige Amsterdamse wethouder Geert Dales van financiën en havenzaken zich boos over de twijfels aan de levensvatbaarheid van de nieuwe containerterminal: 'Ik heb er het volste vertrouwen in dat de klanten voor de containerterminal er komen en al die onheilsberichten van het moment zijn onzinnig. Daar maak ik me geen zorgen over. We zijn met een aantal geïnteresseerde rederijen in gesprek. Op een exploratietermijn van vijftig jaar of langer maakt een paar maanden uitstel nauwelijks verschil', zegt Dales. Inmiddels heeft Dales het zinkende schip verlaten en is tot burgemeester van Leeuwarden benoemd.

Na de miljardenfiasco's van o.a. de Betuwelijn en de Hogesnelheidslijn laaide er een kortstondige publieke discussie op over de vraag of politici niet op de één of andere manier aansprakelijk moesten kunnen worden gesteld voor de gevolgen van hun beleid. Één van de meest gehoorde argumenten tégen dat voorstel was dat in dat geval de financiële risico's zo groot zouden zijn dat er niemand meer bereid zou zijn om politiek beleid te bedenken en uit te voeren. Wat hier precies het nadeel van is, zal libertariërs niet direct duidelijk zijn!

Want ga maar na, politici geven andermans geld uit aan andere mensen en zullen daarom per definitie verspillend en verkwistend te werk gaan zoals Milton en Rose Friedman al ooit uitlegden in hun stuk over vier verschillende manieren om geld uit te geven:
Categorie I gaat over het spenderen van uw eigen geld aan uzelf. U winkelt bijvoorbeeld in een supermarkt. U heeft duidelijk een sterke prikkel om zoveel mogelijk waarde te krijgen voor elke gulden die u spendeert.

Categorie II refereert aan het spenderen van uw eigen geld ten gunste van iemand anders. U winkelt bijvoorbeeld voor Kerstmis of verjaardagscadeau's. U heeft hierbij dezelfde prikkel om zoveel mogelijk waar naar uw geld te ontvangen, tenminste waarvan uw denkt dat de ontvanger dit waardeert. U probeert natuurlijk iets te kopen wat de ontvanger leuk vindt - mits het de juiste indruk wekt en niet teveel tijd en moeite kost. (Als u echter als voornaamste doel heeft de ontvanger zoveel mogelijk waar voor uw geld te geven, zou u hem contant geld geven, waarmee uw uitgave van Categorie II naar Categorie I verhuist.)

Categorie III gaat om het spenderen van iemand anders geld aan uzelf -- lunchen op basis van een onkostenvergoeding bijvoorbeeld. U bent niet sterk geneigd de kosten laag te houden maar hebt wel een sterke prikkel om zoveel mogelijk waar voor uw geld te krijgen.

Categorie IV betreft het uitgeven van andermans geld voor een derde. U betaalt bv voor iemands lunch uit de onkostenpot. U ervaart weinig prikkels om waar voor "uw" geld te krijgen of om de gast de lunch voor te schotelen die hij het meest waardeert. Wanneer u echter de lunch met hem deelt, waarmee de lunch dus een combinatie wordt van Categorie III en IV, heeft u, indien nodig, een sterke behoefte om uw eigen smaak te volgen ten koste van de smaak van de ander. Lees verder.

Maar, zo kan men tegenwerpen, het geld dat politici uitgeven is van ons allemaal en de investeringen of aankopen die zij doen zijn publiek eigendom: overheidsbestuurders zijn slechts managers zoals bestuurders in het bedrijfsleven dat zijn. Murray Rothbard maakte in zijn Power and Market gehakt van dit idee van publiek eigendom:
We horen vaak over "publiek" eigendom. Wanneer de overheid eigendom in bezit heeft of een bedrijf leidt wordt het beschouwd als "gemeenschappelijk eigendom". Wanneer natuurlijke hulpbronnen worden verkocht of gegeven aan particuliere bedrijven vernemen wij dat het "publieke domein" is "weggegeven" aan beperkte private belangen. De conclusie luidt dan dat wanneer de overheid iets in bezit heeft, "wij" - alle leden van het publiek - gelijke delen bezitten van dat eigendom. In tegenstelling tot deze brede verspreiding staan de beperkte, onbelangrijke belangen van louter "privaat" bezit.

De gelijkstelling van overheid en publiek is echter volledig verkeerd. Eigendom is de ultieme controle over een bezit. De eigenaar van een bezit voert de ultieme regie, ongeacht gerechtelijke waanideeën die het tegendeel beweren.

In een volledig vrije samenleving zouden hulpbronnen die niet schaars zijn, maar juist overvloedig beschikbaar zijn, niet toegeëigend worden. Schaarse hulpbronnen zouden echter eigendom zijn volgens de volgende principes: zelfbeschikking van elk individu door hemzelf; zelfbeschikking van iemands gecreëerde of getransformeerde bezit; het eerste eigendom van land dat voorheen niet in bezit was door de eerste gebruiker of bewerker. Overheidsbezit betekent simpelweg dat de regerende ambtenaren het eigendom bezitten. De topbestuurders zijn diegenen die het gebruik van het bezit sturen, en zij bezitten het daarom.

Het "publiek" bezit geen enkel deel. Elke burger die dit betwijfelt mag proberen zijn zogenaamde deel van het publiek eigendom in bezit te nemen om vervolgens zijn zaak voor de rechter te verdedigen.
Het "publiek" bezit geen enkel deel. Elke burger die dit betwijfelt mag proberen zijn zogenaamde deel van het publiek eigendom in bezit te nemen om vervolgens zijn zaak voor de rechter te verdedigen. Je zou kunnen tegenwerpen dat individuele aandeelhouders van bedrijven dit evenmin kunnen. Volgens de regels van het bedrijf is het een aandeelhouder van General Motors niet toegestaan om een auto uit de fabriek te nemen in plaats van dividend of in ruil voor zijn aandelen. Maar aandeelhouders bezitten wel hun bedrijf, en het volgende voorbeeld toont dat aan. Want de aandeelhouder kan via het contract zijn inbreng in het bedrijf loslaten; hij kan zijn aandelen in General Motors verkopen aan iemand anders. De onderdaan van een overheid kan zijn deel van de overheid niet verkopen. Hij kan zijn "aandelen" in de PTT niet verkopen omdat hij die niet heeft. Zoals F.A. Harper bondig stelde: "Het gevolg van het eigendomsrecht is het recht om dat eigendom af te staan. Dus als ik iets niet kan verkopen is het duidelijk dat ik het niet werkelijk bezit."

Ongeacht de vorm van overheid zijn de heersers de werkelijke eigenaren van het eigendom. Echter, in een democratie, of, op de lange termijn onder elke vorm van overheid, zijn de heersers van voorbijgaande aard. Zij kunnen altijd de verkiezingen verliezen of worden omvergeworpen door een coup d'etat. Daarom ziet geen enkele overheidsbestuurder zichzelf als meer dan een tijdelijke eigenaar. Met als resultaat dat, waar een particuliere eigenaar die zeker is van zijn eigendom en over de kapitaalwaarde beschikt, het voornemens is te gebruiken over een lange periode, een overheidsbestuurder het eigendom zo snel als hij kan moet uitmelken aangezien hij niet de zekerheid heeft van eigendom. Zelfs de reeds lang dienende ambtenaar moet hetzelfde doen aangezien geen enkele overheidsvertegenwoordiger de kapitaalwaarde van zijn eigendom kan verkopen zoals particuliere eigenaren dat kunnen.

Kortom, overheidsvertegenwoordigers bezitten het gebruik van de middelen maar niet de kapitaalwaarde ervan (behalve in het geval van "particulier eigendom" van een monarch via erfopvolging). Wanneer alleen het huidige gebruik kan worden bezeten, maar niet het middel zelf, zal dat spoedig leiden tot oneconomische uitputting van de middelen, aangezien het in niemands voordeel is het te bewaren over een lange periode en in ieders voordeel is om het zo snel als mogelijk op te gebruiken. Op dezelfde manier zullen overheidsvertegenwoordigers hun eigendom zo snel mogelijk consumeren.

Het is opmerkelijk dat bijna alle schrijvers het idee napraten dat particuliere eigenaren, omdat ze over een tijdspreferentie beschikken, op "korte termijn denken", terwijl alleen overheidsdienaren de lange termijn in acht kunnen nemen en zo eigendommen kunnen toewijzen ten gunste van het "algemene welzijn. De werkelijkheid is exact het tegenovergestelde. De particulier die zeker is van zijn eigendom en de kapitaalwaarde ervan kan op de lange termijn denken omdat hij de kapitaalwaarde ervan wil behouden. Het is juist de overheidsvertegenwoordiger die moet pakken en wegwezen, die het eigendom moet plunderen zolang hij nog het beheer erover heeft.
Toen het enkele jaren geleden al duidelijk werd dat de containerterminal nooit een succes zou worden, bedacht de nu zo verguisde ondernemer Erik de Vlieger een alternatief plan voor de grond waarop de terminal staat, en dit laat meteen mooi het verschil zien tussen werkelijk privaat eigendom en 'publiek eigendom' en daarmee tussen overheids-'investeringen' en investeringen gedaan in het bedrijfsleven:
Er is één Amsterdammer die een uitweg ziet uit de financiële ruzie tussen Amsterdam en Kritikos [de andere investeerder in de terminal]. Vastgoedmagnaat Erik de Vlieger acht de tijd rijp om 'een paar losse eindjes aan elkaar te knopen'. Wat heet: nu de politiek zich in de nesten heeft gewerkt, en vrijwel geen kant meer op kan, komt De Vlieger met een plan 'dat alleen maar winnaars oplevert'. De succesrijke ondernemer wil een potje kwartetten met lapjes grond, op een manier die niet alleen de gemeente uit de brand helpt, maar tevens een paar probleempjes oplost die hij zelf heeft met vastgoedbezittingen in de stad.

Als de gemeente Kritikos overtuigt dat het beter is om in Amsterdam de aftocht te blazen, wil De Vlieger zijn scheepswerf Shipdok, dat nu nog aan de noordoever van het IJ is gevestigd, naar het terrein verplaatsen. En die peperdure hijskranen van de gemeente dan? Die wil De Vlieger graag voor Amsterdam verkopen op de wereldmarkt, via zijn eigen kranenbouwer Figee. ''Ik verlos Amsterdam van die hijskranen. Als ik er zeventig procent van de oorspronkelijke prijs voor kan maken, beperkt Amsterdam zijn verliezen aanzienlijk.''

''Die containerhaven van Ceres zal nooit wat worden. Daar heeft de gemeente Amsterdam zich flink mee in de vingers gesneden. Als ze niets doen, zien ze het geld van die kranen nooit terug. Kritikos zelf loopt veel minder risico. Hij heeft slechts 43 miljoen euro in de terminal gestoken.'' Onder meer in heftrucks voor containers, straddle carriers.

Woningen
Op de vrijgekomen plek aan het IJ zou De Vlieger graag woningen neerzetten. ''Shipdock neemt nu een terrein van twintig hectare in beslag, dat een toplocatie voor woningbouw kan worden. Daar heeft deze stad grote behoefte aan. Ik wil dat gebied zelf ontwikkelen en er veel kleine koopwoningen neerzetten voor starters. Geen yuppenbouw met steigertjes voor het bootje.''

Afhankelijk van welke woningbouw wordt toegestaan, kan zo'n project bijna een half miljard euro omvatten, rekent De Vlieger voor. ''Denk eens aan de werkgelegenheid die dat oplevert.'' Ceres weg, Shipdock verhuizen en een miljardenplan voor woningbouw aan het IJ: De Vlieger denkt dat de gemeente niet om het brutale voorstel heen kan. Bron: Financieel Dagblad via Google Cache.
Dat De Vlieger wat naïef is in zijn optimisme over het gezonde ondernemersverstand van de gemeente Amsterdam moge duidelijk zijn. In een vrije markt zouden verschillende geïnteresseerden tegen elkaar opbieden om het gebruik van het stuk grond alsmede het gebruikte kapitaal, en zouden de meest winstgevende en dus de nuttigste projecten normaliter gerealiseerd worden, zodat een optimale allocatie van productiefactoren en dus de grootst mogelijke welvaart bereikt wordt. Maar een gemeente heeft andere prioriteiten en de ongebruikte containerterminal staat er dan ook nog steeds. En ondanks De Vliegers grote plannen voor woningbouw op het terrein vanwaar Shipdock naar het terrein van de terminal zou verhuizen, wachten starters op de Amsterdamse woningmarkt nog steeds jaren op een woning of verhuizen in wanhoop massaal naar andere gemeenten.

De Amsterdamse containerterminal is de running gag van de Amsterdamse gemeente geworden, maar zo grappig is het verbrassen van een kleine 130 miljoen euro die door hardwerkende Amsterdammers is opgebracht niet. Noch is het grappig dat er in al die jaren niemand persoonlijk aansprakelijk is gesteld of zelfs maar is afgetreden om dit fiasco. Zoals één van Rothbards rules of thumb luidde: 'Nobody ever resigns'.


Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl