Opzeggen kan best

Door Syp Wynia

22 april 2005

Eind vorig jaar liet de Nederlandse ambassadeur bij de Internationale Arbeidsorganisatie in Genève aan het secretariaat aldaar weten dat ons land het 118de ILO-verdrag opzegt. Dat verdrag zat het tweede paarse kabinet al in de weg.

Toenmalig PvdA-minister Willem Vermeend van Sociale Zaken wilde een eind maken aan de grootscheepse fraude met kinderbijslag en bijstandsuitkeringen in de herkomstlanden van voormalige gastarbeiders. Hij had de Wet Beperking Export Uitkeringen ingevoerd. Die komt erop neer dat uitkeringen in het buitenland alleen nog worden verstrekt als het betrokken land meewerkt aan controle op die uitkeringen.

Het bewuste ILO-verdrag belemmerde echter de mogelijkheid om van het exporteren van uitkeringen af te zien, bijvoorbeeld omdat een land - zoals met Marokko een tijdlang het geval was - weigert mee te werken aan controles. Vermeend wilde er van af. Uiteindelijk stemde afgelopen december de Tweede Kamer en vervolgens ook de Eerste Kamer in met het opzeggen van dit verdrag. Het duurt vervolgens nog een jaar tot die opzegging ook juridisch een feit is, maar eind dit jaar is Nederland dus geen partij meer in ILO-verdrag 118.

Het gebeurt niet zo bijster vaak dat Nederland verdragen opzegt, maar het kan dus wel. In 1997 zegde het eerste paarse kabinet, op initiatief van de ministers Ad Melkert (PvdA) en Els Borst (D66), een belangrijk onderdeel van de Europese Code inzake de Sociale Zekerheid op. Op die manier wilden de ministers onder schadeclaims van kraamvrouwen uit komen. Honderden vrouwen weigerden namelijk de eigen bijdrage te betalen voor hun ziekenhuisbevalling op medische indicatie. Ze kregen van de Centrale Raad van Beroep gelijk, onder verwijzing naar internationale verdragen. Melkert en Borst hadden zelfs zoveel haast met de opzegging, dat ze pas nadien de Tweede Kamer inlichtten en achteraf de bijbehorende wet bij het parlement indienden.

Het mag wel eens worden opgemerkt dat er zo nu en dan verdragen worden opgezegd, want het land is doorgaans te klein als er eens iemand opstaat die iets wil veranderen aan de Grondwet of een internationaal verdrag, of erger, als zo iemand oppert een heel verdrag op te zeggen. Het hele politieke en juridische circus komt dan in het geweer om te zeggen dat het helemaal niet kan,

Veel verdragen zijn niet toegesneden op het huidige tijdsgewricht
dat het onbeschaafd is, dat zo' n abjecte geest nu echt te ver is gegaan. Zo wordt de illusie gecreëerd dat grondwetten en verdragen voor altijd en voor iedereen en voor de eeuwigheid zijn. Wie aan die illusie tornt, wordt meteen buiten de orde van de beschaving geplaatst.

Dat is overigens een typisch Nederlands fenomeen. De Verenigde Staten, toch een bevriende en doorgaans als beschaafd beschouwde natie, zijn er om te beginnen heel beducht voor voortdurend partij te worden in internationale verdragen. Als het de Amerikaanse regering niet zint, worden verdragen pardoes opgezegd. Maar ook in Europa zijn veel landen niet zo gretig om zomaar in verdragen te stappen. En als ze al partij zijn, staat helemaal niet vast dat ze rechters ook in staat stellen om met een beroep op die verdragen het nationale beleid te overtroeven.

Nederlandse rechters mogen dat sinds een halve eeuw wel en ze maken er ook op grote schaal gebruik van om bijvoorbeeld asielzoekers en andere migranten rechten te verschaffen die ze in andere landen nooit zouden hebben. Geen wonder dat de invloedrijke juridische beroepsgroep en hun vrienden in de politiek meteen moord en brand schreeuwen als er eens iemand aan hun machts-speeltje dreigt te komen.

De zeeën gaan vooral hoog als geopperd wordt nog eens te kijken naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) of het Vluchtelingenverdrag van Genève. Die verdragen zijn een halve eeuw oud, opgesteld ten tijde van de Koude Oorlog en in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. In menig opzicht zijn ze niet toegesneden op het huidige tijdsgewricht. Inde meeste anderelandenhebben ze daar niet zo'n probleem mee, omdat ze hun eigen belangen en wetten laten prevaleren boven verouderde verdragen. En anders nemen ze zich voor, zoals de Britse socialistische premier Tony Blair nu doet, om zowel het Vluchtelingenverdrag als het EVRM geheel of gedeeltelijk op te zeggen. Dat leidt in Blairs land wel tot gekrakeel, maar de juridische fijnslijpers kunnen hem daar toch met tot zwijgen brengen.

Nederland moet ook maar eens een volwassen land worden, een land dat niet door internationalistische moraalpolitie wordt geremd in het beschermen van belangen van zijn eigen burgers.

Syp Wynia

Over de auteur

Syp Wynia is columnist en redacteur van het opinietijdschrift Elsevier.

Syp Wynia heeft geruime tijd als journalist gewerkt voor de politieke redactie van het Parool en is later werkzaam geweest in Brussel. Deze ervaringen hebben hem veel kennis verschaft over zowel de nationale als internationale politiek. De opgedane kennis komt uitstekend van pas bij zijn huidige werk bij Elsevier, waar hij in zijn columns het beleid van de overheid aan een zeer kritische blik onderwerpt. In 2004 sprak hij over Europa op het politiek café van MeerVrijheid. Wynia is niet verbonden aan de Stichting MeerVrijheid.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl