Ter verdediging van prostitutie

Door Walter Block

4 april 2005

Ondanks eindeloos getreiter door moraalridders, kerkgenootschappen, overheidsinstellingen, etc., zetten prostituees toch onverdroten hun transacties met het publiek voort. Dat hun service waardevol is blijkt wel uit het feit dat mensen hen blijven opzoeken, in weerwil van ambtelijke en publieke tegenwerking.

Een prostituee kunnen we definiëren als iemand die op vrijwillige basis voor geld seksuele diensten aanbiedt. De nadruk ligt hier op de specificatie "vrijwillig." Enige tijd geleden illustreerde Norman Rockwell op de cover van een tijdschrift op indirecte wijze de essentie van de prostitutie. De afbeelding toonde een melkboer en een bakker die naast hun bestelwagens staan, druk bezig met respectievelijk koek eten en melk drinken. Beiden zichtbaar tevreden over hun "vrijwillige ruilhandel".

Voor wie weinig fantasie heeft blijft het verband tussen de prostituee die haar klant verwent en de zojuist beschreven melk-voor-koek transactie onduidelijk. Maar in beide gevallen komen twee mensen op vrijwillige basis samen met het oogmerk een wederzijds bevredigende ruil te bewerkstelligen. In beide voorbeelden is er geen sprake van dwang of bedrog. Natuurlijk zou de klant van de prostituee later van oordeel kunnen zijn dat de service die hij ontving niet het betaalde honorarium waard was. De prostituee, anderzijds, kan achteraf vinden dat de betaling die zij ontvangen heeft onvoldoende was voor de service die zij verleende. Precies dezelfde gevoelens van ontevredenheid zouden kunnen optreden bij de melk-voor-koek transactie. De melk zou bijvoorbeeld zuur geweest kunnen zijn, of de koek te hard of onvoldoende gebakken. Maar in allebei de gevallen zouden deze overwegingen achteraf spelen, en de transactie zou er niet minder vrijwillig door zijn geweest.

Sommigen, met name feministen, betreuren het lot van de arme vertrapte prostituee, en vinden dat zij een leven van vernedering en uitbuiting leidt. Maar de prostituee zelf ziet niets vernederends in de verkoop van seks. Na afweging van de voordelen (korte werktijden, hoge beloning) tegen de nadelen (lastig gevallen worden door de politie, verplichte betaling van commissie aan haar pooier, onaantrekkelijke arbeidsvoorwaarden), kiest de prostituee desalniettemin voor haar beroep, anders zou ze er wel mee ophouden en iets anders gaan doen.

Er zijn natuurlijk vele negatieve aspecten aan een leven als prostituee die helemaal niet aan het beeld van de "happy hooker" voldoen. Zo vinden we onder prostituees bijvoorbeeld verslaafden aan drugs of alcohol, sommigen worden geslagen door hun pooier, en er zijn er zelfs (voornamelijk buitenlandse vrouwen die illegaal in het land verblijven) die tegen hun wil in een bordeel worden vastgehouden. Maar al deze onverkwikkelijke bijverschijnselen hebben inhoudelijk weinig te maken met de prostitutie zelf als beroep. Er zijn per slot van rekening ook artsen en verpleegkundigen die ontvoerd worden om onder dwang hun diensten te verlenen aan criminelen die zich verbergen voor de justitie; er zijn timmerlieden die verslaafd zijn aan drugs; er zijn boekhouders die door straatrovers in elkaar worden geslagen. Toch zou niemand op het idee komen om deze beroepen als zodanig minderwaardig of vernederend te vinden, of ze als slavenarbeid te betitelen. Het leven van een prostituee is wat ze er zelf van maakt. Ze begint er, wat het beroepsmatige aspect aangaat, vrijwillig mee, en het staat haar vrij om er op elk gewenst moment mee op te houden.

Waartoe dient dan al het getreiter, waarom is de prostitutie onderhevig aan al die wettelijke beperkingen? De drijvende kracht die hier achter zit komt niet van de klant; hij is een gewillige deelnemer aan de seks-handel. Zodra hij besluit dat het hoerenlopen hem geen voordeel oplevert, kan hij er mee stoppen. De prostituee zelf is ook al niet gebaat bij een verbod op haar beroep. Ze heeft zich immers vrijwillig aangeboden voor haar taak, en ze kan altijd ophouden als de balans tussen voor- en nadelen in ongunstige zin doorslaat.

De roep om een verbod, of op zijn minst inperking van de prostitutie komt van "derden", mensen die niet direct bij de transacties betrokken zijn. Hun redenen verschillen van groep tot groep, van landstreek tot landstreek, en van jaar tot jaar. Wat ze allemaal gemeen hebben is het feit dat zij allen buitenstaanders zijn. Ze hebben belang noch betrokkenheid bij de hele zaak, en we zouden geen aandacht aan hen moeten schenken. Hun de beslissingen overlaten in deze kwestie zou even dwaas zijn als een buitenstaander de transactie tussen de melkboer en de bakker laten regelen.

Waarom worden beide gevallen dan op verschillende wijze benaderd? Stel u eens voor dat er een genootschap bestond genaamd de "deugdzame eters", geschaard achter het dogma dat het eten van koek tezamen met het drinken van melk slecht en zondig is. Zelfs als bewezen zou worden dat het genootschap tegen koek-met-melk net zoveel intellectuele waarde vertegenwoordigt als de bond tegen prostitutie--namelijk geen enkele--dan zou er toch nog verschillend gereageerd worden op deze twee organisaties. De poging om de combinatie van koek en melk te verbieden zou bij iedereen alleen maar op de lachspieren werken, maar een mogelijk verbod op prostitutie zou toch op wat meer begrip kunnen rekenen. Er is hier een mysterieuze kracht in het spel die een verstandelijke benadering van het prostitutie-probleem verhindert. Waarom is prostitutie in de meeste landen van de wereld niet wettelijk toegestaan? Hoewel de argumenten tegen legalisatie ongegrond zijn, heeft de denkende samenleving ze nooit duidelijk verworpen als mooi-klinkende praatjes.

Het verschil tussen seksuele transacties zoals gebruikelijk in de prostitutie, en andere koopmansactiviteiten zoals de koek-voor-melk handel schijnt te berusten op (of houdt tenminste verband met) de schaamte die we voelen, of die anderen ons opdringen, omdat we "seks moeten kopen". Als je voor seks betaalt, dan ben je immers "geen echte man", en als je een vrouw bent, dan beslist geen aantrekkelijke.

De volgende oude mop is heel illustratief:
Een goed-uitziende man vraagt een aantrekkelijke en "keurige" vrouw of ze met hem naar bed wil gaan voor 100.000 Euro. De vrouw reageert wat geschokt op dit aanbod. Maar na enig nadenken besluit zij dat, hoe verfoeilijk prostitutie ook is, het geld toch welkom zou zijn, al was het alleen maar om te besteden aan liefdadige doelen. De man is eigenlijk wel charmant, ziet er niet gevaarlijk uit, en is zeker niet afstotelijk. Een beetje bedeesd zegt ze: "Ja." Vervolgens vraagt de man: "Zou je het dan voor 20 Euro doen?" De vrouw geeft hem een klap in zijn gezicht en antwoordt verontwaardigd: "Hoe durf je zoiets te vragen; wat denk je wel dat ik ben!" "Och, wat voor soort vrouw je bent hebben we al vastgesteld," zegt de man. "We zijn alleen nog aan het onderhandelen over de prijs."

Deze vrij milde maar niettemin rake reactie van de man is nog niets vergeleken met de algehele minachting die vrouwen ten deel valt die zich werkelijk met dit soort transacties bezig houden.
Er zijn twee benaderingen om het idee, dat betalen voor seks iets minderwaardigs is, te bestrijden.

Allereerst de frontale aanval: Gewoon ontkennen dat er iets mis is met betalen voor seks. Dat zou evenwel niemand overtuigen die geneigd is om prostitutie als een groot kwaad te zien. De andere mogelijkheid is: Aantonen dat we altijd betalen voor seks--wij allemaal, te allen tijde--en daarom zouden we ons niet druk moeten maken over de financiële overeenkomst tussen een beroeps-prostituee en een klant.

In welk opzicht kunnen we zeggen dat we allemaal een handelsbetrekking aangaan als we ons met seksuele activiteiten bezighouden? Nou, op zijn minst moeten we onze toekomstige partners toch wel iets aanbieden, voor ze er in toestemmen seks met ons te bedrijven. Ingeval van prostitutie wordt er eenvoudig geld geboden. In andere gevallen ligt de handelsovereenkomst niet zo voor de hand. In vele gevallen waar een stel samen uitgaat, wordt exact het patroon van de prostitutie gevolgd: De man wordt geacht te betalen voor bioscoop- of theater-kaartjes, het diner, de drankjes, bloemen, enz., en van de vrouw wordt verwacht dat zij hem met seksuele diensten daarvoor zal belonen. Ook de huwelijken waarin de man het geld binnenbrengt en de vrouw voor de seks en het huishouden zorgt voldoen duidelijk aan ditzelfde patroon.

In feite zijn alle vrijwillige menselijke betrekkingen, of die nu uit liefde of uit berekening zijn aangegaan, zakelijke transacties. In het geval van romantiek en huwelijk bestaat het ruilmateriaal uit liefde, zorg, tederheid, enz. De transactie kan heel gelukkig uitpakken, waarbij de partners er vreugde in scheppen om te geven. Maar het is en blijft een ruilhandel. Het zal duidelijk zijn dat, tenzij er liefde en tederheid of in elk geval iets wordt gegeven, je ook niets terug mag verwachten. Een ander voorbeeld: Als twee "onbaatzuchtige" dichters niets "van elkaar" zouden opsteken, dan zou aan hun relatie ook gauw een einde komen.

Waar handel is zijn ook betalingen. Overal waar betalingen bestaan voor relaties die seks impliceren, zoals het huwelijk of andere vormen van permanent of periodiek samengaan, daar is prostitutie, volgens de strikte definitie van het woord. Er zijn vele sociale commentatoren die terecht het huwelijk met prostitutie hebben vergeleken. Maar alle relaties waarbij een ruilhandel plaatsheeft, zowel die waarbij seks een rol speelt als die waarbij dit niet zo is, zijn een vorm van prostitutie. In plaats van al die relaties te veroordelen, omdat ze te veel gemeen hebben met prostitutie, zouden we juist de prostitutie moeten zien als die ene interactie waaraan alle menselijke wezens deelnemen. Tegen geen er van zouden bezwaren aangevoerd moeten worden--niet tegen het huwelijk, niet tegen vriendschap, niet tegen prostitutie.
 



Dit is een hoofdstuk uit Walter Blocks Defending the Undefendable.

Vertaling door W. Godschalk voor Stichting MeerVrijheid

Over de auteur

Walter Block is professor economie aan de Loyola University in de V.S.

Als student in 1963 was Block bepaald geen voorstander van vrije markten. Tijdens een bezoek van Ayn Rand aan Brooklyn College daagde Block haar en Nathaniel Branden uit tot een debat met de woorden: "Er is een socialist die met u wil debatteren". Hoe dat verder verliep beschrijft Block in zijn artikel On Autobiography.

Walter Block heeft enorm veel publicaties op zijn naam staan. Defending the undefendable is zijn bekendste werk en is ook in het Nederlands verkrijgbaar.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl