“In general, the art of government consists of taking as much money as possible from one party of the citizens to give to the other.”
Voltaire

Politieke correctheid, de stand van zaken

Door Bart Croughs

17 februari 2005

Politieke correctheid is niet meer wat het geweest is.

Taboes die decennia lang zorgvuldig in stand zijn gehouden, zijn de laatste jaren in rap tempo verdwenen. Een paar voorbeelden. De uitspraak dat Nederland vol is, leverde Hans Janmaat niet zo lang geleden een veroordeling op, plus de reputatie van fascist. Na de moord op Pim Fortuyn knipperde niemand meer met z'n ogen toen een brave establishment-figuur als minister Zalm hetzelfde verkondigde.

Ander voorbeeld: dat de hoge criminaliteit in Nederland voor een belangrijk deel het gevolg is van de buitenproportionele criminaliteit onder allochtonen, is een waarheid die je nooit mocht uitspreken als je niet als neonazi beschouwd wilde worden. Nu ontkennen zelfs types als Marcel van Dam dit niet meer. Nog zo’n heilige koe die niet meer heilig is: de islam. Kritiek op de islam werd door weldenkend Nederland tot een paar jaar geleden als uiterst verwerpelijk beschouwd, het betekende immers ‘aanzetten tot haat’. De laatste jaren is kritiek op de islam bijna evenzeer geaccepteerd geraakt als kritiek op het christendom. Types als Piet Grijs bleven weliswaar nog steeds smijten met kreten als ‘islamofobie’, maar weinigen luisterden nog naar Piet Grijs. Van de held van progressief Nederland is Piet verworden tot relict van een vorig tijdperk.

'De moordenaar van Pim Fortuyn meende ongetwijfeld dat hij met Fortuyn ook diens gedachtegoed een slag had toegebracht, maar zijn daad heeft averechts uitgepakt.'
De moordenaar van Pim Fortuyn meende ongetwijfeld dat hij met Fortuyn ook diens gedachtegoed een slag had toegebracht, maar zijn daad heeft averechts uitgepakt. De verstikkende deken van politieke correctheid is opgelicht. De moord op Fortuyn heeft het establishment gedemoraliseerd. “We zijn te ver gegaan met het demoniseren van andersdenkenden, laten we ons voorlopig dus maar een beetje koest houden”, lijkt de reactie te zijn. Gevolg hiervan is dat de geestelijke vrijheid in Nederland sterk is toegenomen. Er is zelfs een heuse debatcultuur ontstaan. Ging het publieke debat tot voor kort altijd tussen gelijkgestemden, nu zijn er media waarin regelmatig standpunten worden gepubliceerd die afwijken van de progressieve consensus: HP/De Tijd, Elsevier, en de ‘Letter en geest’-bijlage van Trouw.

Mensen met afwijkende standpunten die voorheen stilletjes zwegen, durven nu ineens lawaai te maken. Er is zelfs sprake van desertie: types als Leon de Winter en Sylvain Ephimenco zijn van kamp gewisseld en vallen nu, met een sterk geloof in het eigen gelijk, dezelfde ideeën aan die ze een paar jaar geleden zelf nog luid verkondigden.

Maar dit alles betekent niet dat politieke correctheid nu definitief tot het verleden behoort. Het beest is gewond, maar nog lang niet dood. Hier een klein overzicht van bizarre denkbeelden en taboes die nog steeds heersen.

Dat ook na de moord op Fortuyn nog lang niet alles zomaar gezegd kan worden, ondervond de toenmalige minister Nawijn toen hij twee jaar geleden liet weten een voorstander van de doodstraf te zijn. Een standpunt dat in een land als de Verenigde Staten volkomen respectabel is, en dat in Nederland door bijna de helft van de bevolking wordt onderschreven, kan je hier niet in het openbaar verkondigen zonder dat je buiten de beschaafde orde wordt geplaatst. Bos: “Een regelrechte stap terug in de beschaving”. Balkenende: “Valt niet over te praten”. Halsema: ‘verschrikkelijk’ ‘onbeschaafd’ ‘ook populisme kent zijn fatsoensgrenzen’. Verhagen: ‘niet beschaafd’. Zalm: “Echt een stap te ver”. De Graaf: “We moeten de beschaving niet 130 jaar terugzetten”. Al snel liet Nawijn, die begrijpelijkerwijs tot het beschaafde deel der natie wil behoren, weten zijn uitspraken te betreuren.

Nog zo’n taboe: segregatie. Sinds politici hebben ontdekt dat het met de integratie van allochtonen niet zo best gesteld is, lijkt het taboe op vrijwillige segregatie alleen maar toe te nemen. De meeste autochtone Nederlanders wonen liever niet in een zwarte buurt, en sturen hun kind liever niet naar een zwarte school. Dit nu vindt onze overheid erg fout, en er wordt dan ook van alles aan gedaan om deze foute keuzen aan banden te leggen. Het laatste plannetje komt uit Rotterdam, waar de gemeente met behulp van gescheiden wachtlijsten voor allochtone en autochtone kinderen wil voorkomen dat blanke ouders hun kinderen naar blanke scholen sturen.

Vermakelijk daarbij is dat de politici die dit beleid moeten verkopen, zelf ook niet geheel van foute voorkeuren gespeend zijn. Zo was onlangs in HP/De Tijd een interview te lezen met de Rotterdamse CDA-wethouder Leonard Geluk, die het volk uitlegde waarom zwarte scholen zo goed zijn voor blanke kinderen: “Het is van belang dat witte en zwarte kinderen al vanaf de basisschool met elkaar opgroeien”. Want: “er zal straks geen bedrijf, geen zorginstelling, geen vervolgonderwijs bestaan zonder allochtonen”. En: “Ik vind het een vorm van ontwikkeling als zwart en wit elkaar beter leren kennen”. Maar dan, gevraagd naar zijn eigen gedrag, komt de aap uit de mouw: “mijn dochter gaat naar een witte school, en we wonen in een witte wijk”. Een oplichter dus, die zelf niet gelooft in de praatjes die hij verkondigt.

Dit soort politiek correcte dominees doet sterk denken aan de Amerikaanse televisiedominees die de afgelopen jaren zijn ontmaskerd als hoerenlopers en echtbrekers. Grote verschil is dat de ontmaskering van de Amerikaanse televisiedominees hun ondergang betekent, terwijl onze politiek correcte dominees ontmaskerd kunnen worden zonder dat het gevolgen heeft. Maar je kunt het natuurlijk ook van de positieve kant bekijken: onze regenten zijn nog niet zodanig door hun ideologie gehersenspoeld dat ze er ook hun eigen gedrag op afstellen.

Een ander taboe dat nog lang niet doorbroken is: rasverschillen. In NRC Handelsblad was onlangs het volgende te lezen over het lage i.q. van zwarten: ”Zwarte Amerikanen scoren gemiddeld een i.q. van 85. Dat is een ongelukkig feit op grond waarvan je kunt pleiten voor meer aandacht voor zwarten in het onderwijs, of voor afschaffing van het begrip i.q.” (NRC Handelsblad, 19 november 2004).


Deze anti- wetenschappelijke instelling is typerend voor de politiek correcte intellectueel. Als de realiteit hem niet bevalt, dan moet de realiteit worden ontkend, en liefst helemaal afgeschaft. Koppen in het zand, luidt het devies.
Deze anti-wetenschappelijke instelling is typerend voor de politiek correcte intellectueel. Als de realiteit hem niet bevalt, dan moet de realiteit worden ontkend, en liefst helemaal afgeschaft. Koppen in het zand, luidt het devies. Schaf de iq-testen af, en die akelige iq-verschillen zullen ook verdwijnen. En zo niet, dan hoeven we er in ieder geval niet meer over na te denken, en kunnen we fijn doorgaan om de achterstand van zwarten te wijten aan het foute blanke ras, in plaats van aan het lage i.q. van zwarten.

Op economisch gebied is het taboe op topsalarissen het meest opvallend. Hoge salarissen voor topmanagers worden aan alle zijden van het politieke spectrum erg schandalig bevonden. Van links kun je verwachten dat ze geld verdienen schandelijk vinden, maar ook in bladen als De Telegraaf, HP/De Tijd en Elsevier wordt immer verontwaardigd gereageerd als blijkt dat topmanagers een topsalaris verdienen. Dat voetballers een miljoenensalaris waard zijn, kan er bij de Hollandse opiniemaker nog wel in; maar topmanagers van multinationals een miljoenensalaris? Absurd! Graaizucht! Een multinational besturen is toch niet te vergelijken met tegen een balletje trappen!

Behalve afgunst speelt waarschijnlijk nog een tweede motief een rol. Intellectuelen verdienen in het algemeen niet zoveel, en zouden net als normale mensen graag meer verdienen. Door topmanagers die wel veel verdienen aan te klagen als asociale graaiers, krijgt het bescheiden salaris van de intellectueel ineens iets heroïsch. “Ik verdien niet veel, dus ik deug! Ik ben geen graaier!” De universele neiging om topsalarissen aan te klagen is zo beschouwd heel begrijpelijk.

Nog zo’n merkwaardig taboe dat zowel bij links als bij rechts heerst is het taboe op polygamie. Dat een man een relatie heeft met meerdere vrouwen, dat kan gewoon in Nederland. Maar om een dergelijke relatie te laten vastleggen in een huwelijkscontract, zodat de vrouwen bij scheiding recht hebben op alimentatie, dat is heel erg verwerpelijk. Vrouwonvriendelijk!



'Submission'
Tot slot lijkt de moord op Theo Van Gogh door een moslim-terrorist de terugkeer van een oud taboe in te leiden. Na de moord werd het in sommige kringen opvallend stil. Islam-criticus Paul Cliteur had zich een paar maanden eerder al eens teruggetrokken uit het publieke debat omdat hij zich zorgen maakte om zijn veiligheid: Thijs Wöltgens had namelijk in de Limburger iets naars over Cliteur geschreven. Cliteur’s terugtrekken gebeurde op een zeer luidruchtige manier, met wekenlang interviews en televisie-optredens. En zijn zwijgen duurde niet lang: nog maar nauwelijks had Cliteur zich teruggetrokken, of hij was alweer terug in het publieke debat.

Het contrast na de moord op Theo Van Gogh kon niet groter zijn: dit keer niets dan doodse stilte van de kant van Cliteur. Hier had iemand zich daadwerkelijk teruggetrokken uit het publieke debat. Cliteur was niet de enige: ook van een andere islam-criticus, conservatieve voorman Bart-Jan Spruyt, werd wekenlang niets vernomen. Ayaan Hirsi Ali trok zich nog effectiever terug: zelfs haar vrienden wisten niet waar ze zich bevond. Ook Geert Wilders kreeg te maken met terugtrekkende bewegingen: mensen die zich geïnteresseerd toonden in zijn partij, trokken zich na waarschuwingen van de overheid terug.

Hirsi Ali wil graag een vervolg maken op haar film ‘submission’, die Theo Van Gogh waarschijnlijk het leven heeft gekost, maar de medewerkers staan niet te dringen. Leon de Winter heeft al laten weten niet te durven. Albert ter Heerdt heeft besloten geen vervolg te maken op zijn film ‘Shouf shouf habibi!’: “Ik hoef geen mes in mijn lijf”. Leon de Winter en Afshin Ellian schreven in Trouw een vlammende aanklacht tegen – ja, tegen wat eigenlijk? Het leek een aanval op de koran, maar het woord ‘koran’ werd merkwaardig genoeg in het artikel niet genoemd. En het opperwezen werd consequent met ‘God’ aangeduid - ‘Allah’ kwam in het stuk niet voor.

Het lijkt erop dat kritiek op de islam, een taboe dat nog niet zo lang geleden doorbroken is, opnieuw taboe aan het worden is. Dit keer niet uit vrees voor de reactie van politiek correcte intellectuelen, maar uit vrees voor de dood. De pen is naar verluid machtiger dan het zwaard, maar dit geldt niet voor de pen van onze opiniemakers. Het optreden van Mohammed B., de moordenaar van Van Gogh, lijkt voorlopig heel wat effectiever dan de pennen van alle Piet Grijzen en Marcel van Dammen bij elkaar opgeteld.

Wat mezelf betreft verandert er door de moord op Van Gogh niets. Die moord had ik min of meer verwacht. Vandaar ook dat ik me in het verleden nooit kritisch heb uitgelaten over de islam. Integendeel, wie mijn columns in HP/De Tijd van de afgelopen jaren erop na slaat, kan constateren dat ik het altijd heb opgenomen voor de moslims. Of het nu ging om de aanvallen op hoofddoekjes, om islamitische scholen die onder vuur lagen, om islamitische boekjes die dreigden verboden te worden, of om imams die werden aangeklaagd wegens homovijandige taal – ik stond immer aan de kant van de moslims.

Wat polemiek betreft: ik beperk me liever tot aanvallen op Elsbeth Etty. Wel zo veilig!

Bart Croughs

Playboy LogoDit artikel verscheen in januari 2005 in het maandblad Playboy.

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl