Vrouwenschaak

Door Bart Croughs

31 januari 2005

In NRC Handelsblad stond afgelopen zaterdag een interview met Judit Polgar, die terugkeert in de schaakwereld na een jaar lang voor haar baby te hebben gezorgd.

“Polgar lijkt het levende bewijs dat vrouwen net zo goed kunnen schaken als mannen,” aldus NRC Handelsblad, “maar de gedachte is nog steeds gangbaar dat zij een zeldzame uitzondering vormt.” Tja, hoe zou dat nu komen? Misschien omdat ze een zeldzame uitzondering vormt?

Dat de doorbraak van Judit Polgar destijds onder intellectuelen zo’n gejuich wist op te roepen, valt eenvoudig te verklaren. Alle onzin over gelijkheid van mannen en vrouwen die intellectuelen jarenlang hadden uitgekraamd zonder er diep in hun hart werkelijk in te geloven, leek wonder boven wonder toch nog bewaarheid te worden. Als je meisjes maar aanmoedigt om te schaken, worden ze vanzelf even goed als jongens, dat heeft de verschijning van Polgar wel bewezen.

Het is een vermakelijk fenomeen: er staat één vrouw op die kan schaken, en de intellectueel concludeert dat vrouwen net zo goed kunnen schaken als mannen. Een intellectuelenhand is snel gevuld.

Judit Polgar was tien jaar geleden de enige vrouw die zich met de top kon meten, en dat is ze nu nog steeds. Dat is een flinke tegenvaller. Hoe dit te verklaren? Mannen en vrouwen zijn even goede schakers. Vrouwen worden slechts tegengehouden door maatschappelijke vooroordelen. Je zou dus verwachten dat flink wat vrouwen, aangemoedigd door het succes van Judit, zouden doorstoten naar de top. Maar niets daarvan.

Dat alleen Judit de top heeft bereikt, zou misschien iets te maken kunnen hebben met haar opvoeding. Judit werd door haar vader niet zomaar ‘aangemoedigd’. Nee, ze werd van school gehaald om de hele dag achter het schaakbord te kunnen doorbrengen. Haar mannelijke concurrenten zaten intussen op school hun tijd te verdoen. De voorsprong die Judit zo opbouwde, zou weleens een rol gespeeld kunnen hebben bij haar succes.

Waarom beperkte vader Polgar zich niet gewoon tot ‘aanmoedigen’? Vermoedelijk hield hij er, zoals zoveel intellectuelen, onbewust seksistische vooroordelen op na en begreep hij heel goed dat zijn vrouwvriendelijke experiment dan zou mislukken.

Bart Croughs

Deze column verscheen eerder in HP/De Tijd.

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl