“De kleinste minderheid is het individu. Wie de rechten van het individu niet respecteert mag niet beweren dat hij opkomt voor de rechten van minderheden.”
Ayn Rand

Free enterprise onder dwang van Neelie

Door Pamela Hemelrijk

7 januari 2005

Laatst zag ik een aflevering van Southpark (op een buitenlandse zender natuurlijk weer, want voor de Nederlandse staatsomroepen is die serie veel te politiek-incorrect), waarin Cartman en zijn vriendjes door de schoolpsycholoog naar een ‘tolerance camp’ worden gestuurd, omdat ze hun gay teacher mister Garrison niet respecteren.

Mister Garrison ranselt namelijk voor de klas dagelijks een sadomasochistische leernicht af (‘If I can get them to fire me for being gay, I can sue them for 25 million!’), maar het mag niet baten: mister Garrison krijgt de ‘Most Courageous Gay Teacher Of The Year Award’ toegekend, en Cartman Kyle en Kenny worden naar een met prikkeldraad en wachttorens omheind concentratiekamp gestuurd, waar ze moeten leren om niet meer in stereotypen te denken door dag en nacht, onder toezicht van zwaarbewapende nazi’s, macaroni-pictures te maken van negers, blanken, chinezen, moslims, eskimo’s, albino’s, latino’s, homo’s en lesbo’s, die onder een regenboog elkaars hand vasthouden. (‘Here, intolerance vill not be tolerated, fat-ass! Ve haf vays, you know, to make you respect people ze vay zey are!’).

Uit naam van de vrijheid
Dat hebben die jongens van Southpark weer goed gezien: geweld en terreur wordt tegenwoordig bij voorkeur uitgeoefend uit naam van tolerantie, vrijheid en democratie. Dan gaat het er namelijk in als koek. Kijk maar naar Irak. Kijk maar naar de post Mededinging van de Europese Commissie. Er is alleen maar gedebatteerd over de vraag of Neelie wel geschikt is om die post te bestieren, maar het bestaansrecht van zo’n groteske instantie wordt door niemand betwist. Terwijl dat toch net zo’n absurde contradictie is als dat tolerance camp van Southpark: Vrije mededinging moet er zijn, kreng! Dus we kunnen je helaas niet toestaan om zelf te beslissen hoe je je concurrenten te slim af wilt wezen.
Stel je voor dat je ze van de markt drukt, omdat jouw produkten goedkoper en beter zijn dan alle andere! Dan is het leed niet te overzien! Dus wij bepalen voortaan wel hoe groot je marktaandeel mag zijn. Wil je fuseren? Dan moet je daarvoor eerst toestemming vragen aan Neelie. Of je die krijgt, hangt er helemaal van af met welk been Neelie uit bed is gestapt. Want objectieve criteria zijn er niet. Zo heeft ze laatst met één pennestreek de fusie tussen twee Portugese elektriciteitsbedrijven verboden. Om te bewijzen dat ze best wel genadeloos tegen het bedrijfsleven kan optreden, als haar pet ernaar staat. Maar natuurlijk vooral om haar voorzitter Barroso een hak te zetten, omdat hij het heeft gewaagd haar capaciteiten in twijfel te trekken. Barroso heeft immers die fusie geïnitieerd, toen hij nog premier van Portugal was.

Overheid en concurrentievervalsing
De fusie tussen PCM en Wegener, die samen een marktaandeel hebben van 60 procent, heeft ze ondertussen geen strobreed in de weg gelegd. U moet het zo zien: fusies en kartelvorming zijn funest voor de economie, tenzij ze door de politiek worden afgedwongen. Want dan zijn ze een weldaad voor de conjunctuur en de werkgelegenheid. De fusie Rijn-Schelde-Verolme is indertijd onder zware druk van de overheid tot stand gekomen, waarna diezelfde overheid miljarden belastinggeld in dat ten dode opgeschreven kartel heeft gepompt.
Als er één instantie is die zich aan concurrentievervalsing schuldig maakt, dan is het de overheid wel, die het ene bedrijf subsidieert en het andere niet. Die de publieke omroepen volpompt met belastinggeld en reklamezendtijd, en de commerciële omroepen woekerprijzen laat betalen voor het voorrecht om uit te zenden. Voor prijsafspraken geldt hetzelfde: de boekenprijs en de tarieven in gezondheidszorg worden dwingend voorgeschreven, en die zijn dan ook tot astronomische hoogte gestegen. Maar daar is niks mis mee, kennelijk. Neelie onderneemt er althans niets tegen. Maar als private ondernemingen uit eigen vrije wil besluiten hun prijzen gelijk te trekken, zoals BASF, UCB en Akzo Nobel, dan probeert Neelie ze te ruïneren met een boete van 66,3 miljoen.

Ayn Rand en de ondernemers
Het groteske idee dat je vrije concurrentie kunt waarborgen door de vrijheid van de ondernemer aan banden te leggen, wordt vrijwel algemeen geaccepteerd. Iedereen legt zich er gedwee bij neer dat één corrupte totebel uit Rotterdam de macht heeft om op volstrekt willekeurige wijze het ene bedrijf te ruïneren en het andere te subsidiëren. Dit alles uit naam van de vrije mededinging. Hoe dat kan, dat moet u mij niet vragen.
De Amerikaanse filosofe Ayn Rand heeft dit perverse verschijnsel al in de jaren 50 aan de kaak gesteld, in een essay getiteld America’s most persecuted minority: Big Business, dat ik binnenkort maar eens in z’n geheel voor u ga vertalen, als u d’r prijs op stelt.
Hier volgt alvast een citaat:

‘Als ik een datum moet prikken die die het begin markeert van de ultieme vernietiging van de Amerikaanse industrie, en het meest infame stukje wetgeving uit de Amerikaanse geschiedenis, dan kies ik het jaar 1890 en de Sherman Act – die de basis legde voor dat groteske, irrationele, kwaadaardige gezwel van onafdwingbare, onnaleefbare, onrechtvaardige tegenstrijdigheden getiteld antitrustwetten.

Onder de antitrustwetten wordt iemand een misdadiger zodra hij in zaken gaat, wat hij ook doet. Door één van die wetten te eerbiedigen, riskeert hij strafvervolging krachtens diverse andere wetten. Bijvoorbeeld. Als hij prijzen hanteert die volgens sommige bureaucraten te hoog zijn, kan hij worden vervolgd wegens ‘monopolisme’, of een ‘poging’ tot monopolisme. Vraagt hij prijzen die te laag zijn, dan maakt hij zich schuldig aan ‘oneerlijke concurrentie’ of ‘marktverstoring’. En als hij dezelfde prijzen vraagt als zijn concurrenten is hij strafbaar wegens ‘collusie’ of ‘samenzwering’.

Dit betekent dat een zakenman nooit van te voren kan weten of zijn activiteiten legaal zijn of niet. Hij leeft onder de permanente dreiging van een plotselinge, onvoorspelbare ramp, het risico alles te verliezen of zelfs gevangen te worden gezet, waarbij zijn reputatie, zijn eigendommen en zijn hele levenswerk zijn overgeleverd aan de willekeur van één enkele bureacraat, die het, om welke reden dan ook, publiek of privé, in zijn hoofd haalt om stappen tegen hem te ondernemen. Benjamin F. Fairless, de toenmalige president van United States Steel Corporation, zei er in 1950 het volgende over: ‘Gentlemen, als deze wetgeving wordt gehandhaafd, en zonder aanzien des persoons toegepast op alle overtreders, dan zal iedere onderneming in dit land, van groot tot klein, moeten worden bestuurd vanuit Sing Sing of Alcatraz.’

De climax van deze abjecte willekeur was wel de zaak tegen General Electric in 1961. De verdachten waren de topmensen van Westinghouse, General Electric Allis-Chalmers, en 26 kleinere bedrijven. Hun misdaad bestond hierin dat zij het Amerikaanse volk hadden voorzien van elektriciteit en alle daarbijbehorende luxe, van broodroosters tot generatoren. Voor deze misdaad zijn zij zijn gestraft, want ze hadden niets van dat alles kunnen produceren zonder de antitrustwetten te overtreden. Eerder, in 1959, had de staat reeds vier zakenlieden uit Ohio tot gevangenisstraffen veroordeeld wegens overtreding van de Sherman Act. Een van hen pleegde zelfmoord op weg naar de gevangenis. Dit nieuws zaaide zo’n paniek onder de executives van General Electric dat sommigen zich bereid verklaarden tegen hun collega’s te getuigen in ruil voor ontslag van rechtsvervolging.

Gewapend met deze door chantage verkregen bewijzen wist de staat het proces tegen GE rond te krijgen. Zeven van de beste vertegenwoordigers van het vrije ondernemerschap werden in de kerker gesmeten. In het vonnis werd dit als volgt toegelicht: ‘Wat hier op het spel staat is het economisch systeem dat Amerika groot heeft gemaakt: free enterprise’. Daarmee werd aan dat systeem de grootste slag toegebracht uit de geschiedenis, en werden zeven vertegenwoordigers van dat systeem tot criminelen gebombaardeerd. Met hen werd het free-enterprise systeem in de boeien geslagen.’

Tot zover Ayn Rand. Voor zover ik heb kunnen nagaan, doet de Europese antitrustwetgeving in willekeur niet onder voor de Sherman Act. Het Europees bedrijfsleven gaat zware tijden tegemoet, naar gevreesd moet worden.

Pamela Hemelrijk

Over de auteur

Pamela Hemelrijk (1947 - 2009) heeft twaalf jaar voor het ANP gewerkt als algemeen verslaggeefster, en tien jaar voor het Algemeen Dagblad, als feature-reporter en columniste.

Steeds meer conflicten met de hoofdredactie wegens het buiten hangen van de vuile was, en censuur op columns. Kreeg in 1995 een verbod om nog langer columns te schrijven over Srebrenica. (Hoofdredacteur: "Jij altijd met je gezeur over de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid; wij moeten hier een krant maken ja? Wij hebben hier te maken met de orde van de dag ja?")

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl