“Het probleem van de wereld is niet dat er teveel mensen zijn, maar een gebrek aan politieke en economische vrijheid.”
Julian Lincoln Simon

Pamela Hemelrijks toespraak voor het Meervrijheid politiek café: deel 2

Door Pamela Hemelrijk

20 december 2004

Ondertussen heb ik al diverse politici horen oreren dat “veiligheid op straat bij jezelf” begint, net als een beter milieu. En dat terwijl de overheid zelf de twee grootste milieuschandalen op zijn geweten heeft uit de geschiedenis, namelijk de BSEcrisis en de de miljoenen kilo’s arsenicum die er tot op de dag van vandaag in verduurzaamd hout worden gepompt. En ons ondertussen maar miljoenen aan milieuheffingen afpersen. En nu moeten we ook zelf zorgen voor onze veiligheid? Hoe moeten we dat doen? Donner heeft verklaard dat hij onmogelijk kan verhinderen dat wij elkander vermoorden, daar heeft hij domweg de mankracht niet voor. Wel is hij bereid draconische wetgeving in te voeren om te voorkomen dat wij elkander beledigen. Zover wil hij nog wel gaan.

Veiligheid begint bij jezelf. Hoe durven ze. Eerst het monopolie op geweld opeisen, de bevolking verbieden om zelf wapens te dragen, en vervolgens niet thuis geven als het op bescherming aankomt. Maar wel een gepeperde rekening sturen in de vorm van een belastingdruk van 50 procent. Come to think of it, dat is precies wat we in Srebrenica hebben geflikt. Een safe-haven afkondigen, de bewoners ieder middel tot zelfverdediging afnemen, en ze vervolgens op een presenteerblaadje aanbieden aan kameraad Mladic.

“Macht geven aan politici is net zoiets als autosleutels en whiskey geven aan een 16-jarige”, aldus P.J. O Rourke, een van mijn favoriete schrijvers die ik u warm kan aanbevelen. En wat heeft hij een gelijk. Voor mijn kennissen in de grachtengordel is het bedrijfsleven nog steeds volksvijand nummer 1. Zij vrezen de macht van Albert Heijn en Philips veel meer dan de macht van minister Donner. Zij zijn er zeker van dat Albert Heijn en Philips hun geld en macht misbruiken, maar minister Donner niet. Zij zijn ervan overtuigd dat wij de ministers Donner van deze wereld nodig hebben om Albert Heijn en Philips onder controle te houden. Anders zouden die hun prijzen immers ongebreideld kunnen verhogen en ons aan de bedelstaf brengen. Hoe kan je dat nou denken? Roep ik dan wanhopig uit. Als Albert Heijn net zoveel macht had als minister Donner, dan zou Albert Heijn niet alleen zijn prijzen ongebreideld kunnen verhogen, maar ook alle Nederlanders gewoon elk jaar een rekening kunnen sturen voor 1000 euro! U heeft weliswaar nooit iets bij ons gekocht, maar u moet toch aan de instandhouding van onze levensmiddelenindustrie een bijdrage leveren. Anders moeten wij personeel ontslaan, en dat is slecht voor de economie. Dus dokken mevrouw, anders sturen wij een deurwaarder op uw dak.


Volksvijand nummer één?
Zoiets heet gedwongen winkelnering! Dat zouden jullie van Albert Heijn toch nooit en te nimmer pikken? Maar van de regering pikken jullie het wel. Jullie moeten je blauw betalen aan de publieke omroepen, ook als je nooit naar hun kutprogramma’s kijkt en er niet om hebt gevraagd. Jullie moeten je wezenloos betalen aan de Opera en het grensverleggende toneel, ook als je daar nooit een voet zet. Je moet zelfs meebetalen aan dingen waar je misschien wel vierkant tegen bent, zoals de abortusboot of financiële steun aan het Sandinistisch bevrijdingsfront. En dat doen jullie zonder morren.

Als jullie ervan overtuigd zijn dat de mens (en vooral Albert Heijn) geneigd is tot alle kwaad, en dus streng toezicht nodig heeft, waarom geven jullie dan de autosleutels, de whiskey, de centen, de knoet en de zweep zo bereidwillig af aan een handvol politici? Horen zij soms niet tot het menselijk ras of zo? Zijn zij de uitzondering op de regel dat de mens geneigd is tot alle kwaad, louter en alleen omdat zij in de politiek zijn gegaan? Denken jullie nou echt dat één mislukte handwerklerares de aangewezen persoon is om alle scholen en universiteiten in Nederland vanuit haar werkkamer te besturen? Of alle ziekenhuizen? En als jullie dat werkelijk geloven, waarom pleiten jullie dan niet ook voor een centraal geleide schoenenindustrie? Schoenen zijn toch ook een fundamentele levensbehoefte? Dat kun je toch niet aan de gewetenloze winstbeluste vrije markt overlaten? Je wilt toch zeker niet dat alleen de rijken zich schoeisel kunnen veroorloven, en dat de armen barrevoets gaan? Zou het niet veel beter zijn als de overheid liet uitrekenen hoeveel paar schoenen het edelmoedige hardwerkende Nederlandse volk per jaar nodig heeft, en daar de produktie op te baseren? Waarna een Centraal Orgaan Tarieven Schoeisel (COTS) de tarieven bindend zou voorschrijven?

O, dat vind je niet nodig, omdat de schoenenproduktie ook zonder overheidsbemoeienis heel bevredigend verloopt? Waarom is die overheidsbemoeienis dan volgens jou zo onontbeerlijk voor de woningmarkt, of het onderwijs, of andere bedrijfstakken?

Ik persoonlijk vrees de overheid veel meer dan Albert Heijn en zelfs de Islam. Als de overheid namelijk van Nederland namelijk niet één groot uitkeringsloket had gemaakt, dan waren die 1 miljoen moslims hier nooit naartoe gekomen. En nu ze er wel zijn, heeft de overheid er weer een peperduur ministerie van integratie bijgebouwd. En wij maar dokken. En de overheid zich maar uitbreiden als een olievlek, met zijn voorlichtingsfunctionarissen, zijn ondersteunende diensten, zijn fractieassistenten, zijn coödinatoren, zijn onderzoekscommissies, zijn onleesbare structuurnota’s, en vooral: zijn nieuwbouwplannen! Zowat alle deelraden van Amsterdam zijn op het ogenblik bezig overal peperdure wangedrochten te laten optrekken, omdat ze uit hun jas zijn gegroeid. Amsterdam, zo las ik laatst, telt thans een slordige 450 bestuurders. Los Angeles, een stad van 10 miljoen inwoners of daaromtrent, heeft er welgeteld 19, als ik goed ben ingelicht.

Let’s face it: de overheid is een kankergezwel. De vergelijking is daarom zo adequaat, omdat een kankergezwel niet alleen per definitie groeit en groeit en groeit, maar zich bovendien, om die groei mogelijk te maken, voedt met de levenskracht van de gezonde cellen uit zijn omgeving. Al die kolossen vol bureaucraten die je ziet staan als je Den Haag per trein binnenrijdt, van het GAK en het CWI tot het UWV met zijn gouden plee’s, zijn gebouwd met geld dat onder dwang in beslag is genomen. En mirabele dictu: de werkloosheid is er alleen maar door toegenomen! Nog meer werk aan de winkel voor het UWV! Bouw er nog een vleugel bij, zou ik zeggen. Ik zie de dag nog komen dat elke Nederlander in dienst is bij het Rijk, en er niemand meer over is om ’s Rijks schatkist met belastinggeld te vullen. We zijn daar nu al vrij dichtbij: de helft van de Nederlandse beroepsbevolking is nu al voor zijn inkomen afhankelijk van de staat, hetzij als ambtenaar, hetzij als uitkeringstrekker, hetzij als employee van gesubsidieerde liefdadigheid. De andere helft moet 50 procent van zijn inkomen aan belasting aftikken, en werkt dus welbeschouwd ook 6 maanden per jaar voor de staat, zij het dan als dwangarbeider.

[D]e helft van de Nederlandse beroepsbevolking is nu al voor zijn inkomen afhankelijk van de staat, hetzij als ambtenaar, hetzij als uitkeringstrekker, hetzij als employee van gesubsidieerde liefdadigheid.
Dat kan nooit goed aflopen. Hoe krijg je ooit een kankergezwel weer weg, als dat kankergezwel niet alleen het monopolie heeft op geweld, en dus leger en politie achter zich heeft, maar ook zelf mag bepalen wat legaal is en wat niet? De overheid fabriekt nu al aan de lopende band gelegenheidswetgeving om te voorkomen dat haar eigen vuile was op straat komt te liggen. En zij zal daar mee door gaan, al was het alleen maar om zichzelf immuun te maken voor strafvervolging. Voor zover Justitie dat, met het Pikmeer II arrest niet allang heeft gedaan. Om het wat aanschouwelijker te maken voor de mensen die vinden dat de maatschappij te ingewikkeld is om te doorgronden, heb ik laatst een stukje gemaakt, waarin ik Nederland heb verkleind tot een flatgebouw. Sta mij toe dat ik dat tot slot aan u voorlees, dat spaart mij ook weer een hoop werk.

Het gaat zo:

Flatgebouw “Nederland”

Toen ons flatgebouw “Nederland” indertijd werd opgeleverd boden Nolleke (een part-time handwerklerares) en Wout (een vormingswerker) zich aan om de taken op zich te nemen die gemeenschappelijk geregeld moesten worden, zoals trappenhuizen, liftkokers en dergelijke. “Best”, zeiden wij, en we benoemden die twee met algemene stemmen tot bestuur van de Vereniging van Eigenaren.
Het bestuur besloot daarop de collectieve onderhoudskosten inkomensafhankelijk te maken. Voortaan moesten wij 5 procent van ons inkomen afdragen. “Vooruit maar”, dachten wij. Onze inkomens ontliepen elkaar toch niet zoveel. Bovendien vonden wij het allemaal wel leuk dat de ordinaire patser op nummer 40 met zijn Bentley dan de grootste veer zou moeten laten.

De eerste klap kwam toen Nolleke en Wout meedeelden dat de liftkokers vernieuwd moesten worden. De klus werd uitbesteed aan een aannemer (die trouwens later bleek een zwager van Nolleke te zijn geweest), en viel door “tegenvallers” tien keer zo duur uit als voorzien. Bovendien bleven de nieuwe liften om de haverklap steken, zodat we voortaan de trap moesten nemen. Nolleke’s zwager konden wij niet aansprakelijk stellen, want die had zijn bedrijf verkocht en was naar Paraguay geëmigreerd. Het bestuur heeft nog wel een peperdure advocaat in de arm genomen (die trouwens later bleek de ex-man van Nolleke te zijn), maar dat haalde niks uit.

Om de financiële strop op te vangen werden de servicekosten werden door Nolleke en Wout met 10 procent verhoogd. Wij protesteerden. Wout huurde vervolgens voor 10 mille bureau Twijnstra en Gudde in, om te onderzoeken wat de oorzaak van de problemen was geweest. Dat kwam na een half jaar tot de conclusie “dat er het een en ander fout was gegaan”, en besloot met de aanbeveling “het voortaan beter te doen”.

Nolleke had ondertussen niet stil gezeten. Omdat ons bewonerskrantje “niet professioneel genoeg was” had zij één der bewoners (die trouwens later bleek een jeugdvriend van Wout te zijn) tegen een riant salaris aangesteld als full-time hoofdredacteur. Sindsdien stonden er alleen nog interviews met Nolleke en Wout in het krantje. En mededelingen over de nieuwe huisregels waaraan wij ons moesten houden. Elke maand kwamen er een stuk of wat bij. Zo mochten wij onze eigen ramen niet meer lappen, omdat dat “te gevaarlijk” was. Nolleke had daarvoor een glazenwassersbedrijf in de arm genomen (dat overigens, zo bleek later, van haar zwakbegaafde zoon was). Als je je voordeur een ander verfje wilde geven moest je daarvoor eerst schriftelijk toestemming vragen bij een door Wout opgerichte schoonheidscommissie. Roken, drinken, barbecuen en praten op het balkon werd ons voortaan verboden. Om de naleving van deze regels te waarborgen benoemde Nolleke 10 bewoners tot betaald controleur. Zij patrouilleerden over de galerij om overtreders te beboeten. Gekleed in fraaie uniformen, die Nolleke speciaal door Frank Govers had laten ontwerpen.

De servicekosten waren door dit alles gestegen tot 30 procent van ons jaarinkomen. Sommige bewoners raakten in geldnood. Het bestuur riep daarop een “solidariteitsfonds” in het leven waarop bewoners in nood een beroep konden doen. De servicekosten moesten daarvoor wederom worden verhoogd, ditmaal tot 40 procent.

De patser met de Bentley was de eerste die het voor gezien hield. Hij vertrok. Zijn plaats werd ingenomen door een alleenstaande moeder die zo’n laag inkomen had dat het bestuur besloot haar geheel van servicekosten vrij te stellen. Het flatgebouw was intussen door Nolleke en Wout omgedoopt tot “Flatgebouw Solidariteit”. Het initiatief trok wijd en zijd de aandacht. Nolleke en Wout werden alom geroemd om sociale bevlogenheid, en verschenen in diverse talkshows. Zij vertelden aan iedereen die het maar horen wilde dat arme mensen in onze luxeflat geen servicekosten hoefden te betalen. Het liep storm, zoals u begrijpt; telkens als er een appartement vrij kwam stonden de minima met honderden te queuen op de galerij. Er moesten drie administratieve krachten worden aangesteld om de aanvragen te verwerken, en twee commissies om te beslissen wie van de gegadigden in de grootste nood verkeerde, en dus het appartement het hardste nodig had.

De situatie is nu als volgt: wij betalen thans 60 procent van ons inkomen aan servicekosten. Nolleke en Wout hebben een vaste staf in dienst van 40 betaalde medewerkers. De tien appartementen op de bovenste verdieping zijn aangekocht en verbouwd tot kantoorruimte voor de Vereniging van Eigenaren. De kosten van die verbouwing zijn wederom volledig uit de hand gelopen, waarna wij wederom Twijnstra en Gudde in ons maag gesplitst kregen, ditmaal á raison van 20 miel. Er wordt gefluisterd dat het afscheidsfeest voor Wout (die zich onlangs wegens rugklachten uit het bestuur heeft teruggetrokken, waarna het bestuur – in casu Nolleke – Wout’s zoon met algemene stemmen als opvolger heeft gekozen), dat dat feest dus ook 20 miel heeft gekost; afgezien dan van het optreden van Pavarotti natuurlijk. Maar zekerheid hebben we niet, want De Regelgevingsvoorlichtingskrant, zoals het bewonerskrantje tegenwoordig heet, zwijgt daarover. De redactie heeft zich uitgebreid als een olievlek, en heeft thans twee voormalige appartementen als kantoorruimte in gebruik. Om de krant te financieren heeft Nolleke voor alle bewoners een “verplichte bijdrage” in het leven geroepen, die elk jaar stijgt.

De liften doen het nog steeds niet, en het flatgebouw begint in verval te raken. Als we protesteren zeggen Nolleke en Wout jr. steevast: “Hoor eens, we moeten nou eenmaal bezuinigen. Er is domweg geen geld voor nieuwe liften, zo simpel is het. Maar wat klaag je toch? Als je vindt dat we het niet goed doen, dan kies je toch gewoon een ander bestuur?”

Maar het vervelende is: wij kunnen de Nolleke-en-Wout-kliek nooit meer afzetten. Want een meerderheid van de bewoners profiteert thans van het solidariteitsfonds, óf werkt full-time voor de Vereniging van Eigenaren.(Of allebei.) En dat wil die meerderheid graag zo houden. Nolleke en Wout c.s. zullen dus altijd de verkiezingen winnen. Wij zitten als een rat in de val. Als het zo doorgaat gaan de servicekosten naar 90 procent, en gaan we met z’n allen failliet, tot de laatste man. En wij kunnen er niets tegen doen.
“Vertrekken”, zult u zeggen, en dat lijkt inderdaad het enige wat er nog opzit. Maar daar kunnen wij om de een of andere sentimentele reden maar niet toe komen; we stellen het steeds uit. Soms ben ik wel eens bang dat we dat we daar ooit nog heel veel spijt van zullen krijgen.

Mr. Dr. Benno Stokvis, de radiocommentator uit de jaren 50 zou zeggen: “En zo staan wij thans aan de vooravond van de totale ondergang van Nederland ik wens u smakelijk eten en een prettig weekend”.

Pamela Hemelrijk

Over de auteur

Pamela Hemelrijk (1947 - 2009) heeft twaalf jaar voor het ANP gewerkt als algemeen verslaggeefster, en tien jaar voor het Algemeen Dagblad, als feature-reporter en columniste.

Steeds meer conflicten met de hoofdredactie wegens het buiten hangen van de vuile was, en censuur op columns. Kreeg in 1995 een verbod om nog langer columns te schrijven over Srebrenica. (Hoofdredacteur: "Jij altijd met je gezeur over de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid; wij moeten hier een krant maken ja? Wij hebben hier te maken met de orde van de dag ja?")

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl