“Vrijheid is niet een middel naar een hoger politiek doel. Het is het hoogste politieke doel.”
Lord Acton

Middenstand wanhopig over 'falende justitie'

Door Redactie

1 december 2004

Een negatief advies om te beginnen met ondernemen. Zo ver is het inmiddels gekomen. Mitex, de brancheorganisatie van kleding/mode/sportwinkels vertelt aan startende ondernemers die bij hen advies inwinnen dat het beter is om er maar niet aan te beginnen. Winkeldiefstal en andere criminaliteit, gekmakende regelgeving waaraan men veel tijd kwijt is (dit wordt overigens niet in het onderstaande artikel genoemd), zorgen ervoor dat ondernemen niet langer een verantwoorde keuze is. Het is opmerkelijk hoe weinig aandacht dit advies van de media heeft gekregen, terwijl het toch een nogal tragisch gegeven is.

De Telegraaf berichtte op 20 november:

Ondernemers die een bedrijf in de detailhandel willen beginnen, kunnen hun plannen maar beter afblazen en hun heil ergens anders zoeken. De sterk toegenomen criminaliteit maakt het drijven van een winkel bijna onmogelijk en het falende rechtssysteem biedt geen hoop.

Deze wanhopige en historische oproep komt van Mitex, de brancheorganisatie voor ruim 13.000 mode-, schoenen- en sportwinkels. Nooit eerder riep een brancheorganisatie in ons land zijn achterban op ’niet te ondernemen’.

„Ondernemers in met name de grote steden zijn murw geslagen door de toenemende winkelcriminaliteit. Ze hebben steeds minder tijd voor ondernemen omdat allerlei negatieve randzaken tijd, geld en energie opslurpen. Kansrijke starters maakten vroeger binnen twee jaar winst, nu is dat door de toegenomen criminaliteit pas na vier jaar”, zegt een sombere Jan Meerman, voorzitter van Mitex.

Hij geeft toe dat zijn oproep tegen de ondernemersgeest indruist. „Toch wil ik geen zielig verhaal ophangen. Maar wie neemt het nog voor ondernemers op in dit land? We zijn op een dieptepunt aanbeland. Los van alle ellende die een diefstal, bedreiging of inbraak oplevert, feit is dat jaarlijks nog geen 20 procent van de 1,2 miljoen aangiften door ondernemers tot een strafzaak leidt.”

Meerman vervolgt: „Dat is de nekslag voor ons rechtsgevoel. Daarnaast kunnen we in de meeste gevallen fluiten naar schadevergoedingen van veroordeelde criminelen. We zijn het zat en gaan nu de barricaden op.”

Omzetverlies
In 2003 moest de detailhandel als gevolg van winkelcriminaliteit een omzetverlies van ruim 1 miljard euro incasseren, zo blijkt uit onderzoek. Diefstal kostte ondernemers 310 miljoen euro, verduistering door eigen personeel 210 miljoen, schade door overvallen, inbraak, vernieling en geweld kostten 240 miljoen en ramkraken 20 miljoen. Daarnaast besteedden winkeliers en andere detaillisten vorig jaar 290 miljoen euro aan preventie. De criminaliteit stijgt vooral sterk in de vier grote steden, waar veelplegers bijna 60 procent van alle winkeldiefstallen veroorzaken.

Volgens Meerman is de houding van de politie inmiddels „minder slecht”. Ook kunnen gedupeerde middenstanders sinds kort digitaal aangifte doen. Dat scheelt veel tijd en frustratie.

„De tevredenheid over het politieoptreden is iets toegenomen, zo blijkt uit recente cijfers. Maar het werkelijke probleem ligt bij justitie. Daar overheerst altijd nog een overdreven aandacht voor de dader. Het slachtoffer wordt vergeten. Daarom wordt in Amsterdam een onderzoek gestart naar de effecten van het justitieoptreden voor ondernemers.

Dat gebeurt overigens in nauwe samenwerking met het openbaar ministerie.
Met de resultaten hopen we de politiek wakker te schudden. Wij hebben geen tijd om op het Museumplein voor onze zaak te demonstreren, maar we zijn wel de motor van de economie.”

Jan Meerman: "Wij hebben geen tijd om op het Museumplein voor onze zaak te demonstreren, maar we zijn wel de motor van de economie."
Om zijn verhaal kracht bij te zetten, geeft Meerman twee voorbeelden uit een reeks van justitieblunders. „In een modezaak pakte de eigenaar een winkeldief in de kraag. Hij had letterlijk vier keiharde bewijzen; de dief had de gestolen kleding zelfs aangetrokken. Het label zat er nog aan. De zaak werd toch geseponeerd. Nog gekker beleefde een sigarenhandelaar het. Een personeelslid verduisterde 40.000 euro, een bedrag hoger dan het gemiddelde jaarinkomen van een winkelier. Maar ondanks dat de verduistering op video stond, de werknemer had bekend en dit zelfs schriftelijk bevestigde, werd ook hier geseponeerd. Dit soort verhalen horen wij dagelijks. Het is om moedeloos van te worden.”

’Bedreiging en afpersing winkeliers niet negeren’
Bedreiging, intimidatie en afpersing van winkeliers vormen een veel groter probleem dan gedacht. „Het kabinet wil er niet aan omdat harde gegevens ontbreken, terwijl juist actie nodig is. Het is een steeds belangrijker onderdeel van de harde criminaliteit die het ondernemerschap in ons land bedreigt”, waarschuwt PvdAKamerlid Pauline Smeets.

Zij baseert zich op een recente steekproef onder Limburgse ondernemers. Daarbij verklaarde een op de vier detaillisten wel eens afgeperst of bedreigd te zijn. „Het was een anonieme steekproef. Aangiftes zijn er nauwelijks. Reden waarom de ministers Donner (Justitie) en Remkes (Binnenlandse Zaken) de andere kant opkijken. Zij zeggen onvoldoende signalen te hebben”, zegt Smeets. Volgens haar moeten beide bewindslieden niet wachten tot het kalf verdronken is. „Wachten heeft geen zin, je moet het natuurlijk wel wíllen zien. In Limburg bijvoorbeeld opereren bendes, onder meer uit Oost- Europa en Hells Angels, die ondernemers en zelfs hun gezinnen keihard bedreigen. Dat is verschillende keren door slachtoffers bevestigd. Ze zijn alleen te bang om aangifte te doen.”

Volgens het Kamerlid hebben politie en justitie genoeg onderzoeksmogelijkheden. „En dan heb ik het niet over de anonieme klachtenlijn van de politie, die is niet geschikt om dit probleem goed in kaart te brengen. Ook moeten brancheorganisaties zelf een zwartboek samenstellen. Zij hebben het contact met hun achterban. De politie kan daarmee aan de slag.”

Smeets heeft begrip voor het wanhopige advies van Mitex (brancheorganisatie voor sport-, mode- en schoenenwinkels) aan starters, dat zij hun ondernemersplannen maar beter kunnen laten varen. De toegenomen criminaliteit zou een bedrijf in de detailhandel niet langer rendabel maken. „Het mkb is het cement van onze samenleving. Dat ze zich in de steek gelaten voelen, kan ik goed begrijpen. In ons rechtssysteem is er overdreven aandacht voor de dader. De ondernemer als slachtoffer wordt in de steek gelaten, naar een schadevergoeding kan hij vaak fluiten.” Ook steunt het Kamerlid de kritiek van Mitex op de falende rol van justitie. Jaarlijks eindigt gemiddeld maar 20% van de aangiften voor de rechter. „In sommige regio’s ligt dat percentage nog lager. Daar kun je als politiek niet langer de ogen voor sluiten.

Ondernemers verliezen zo hun vertrouwen in de rechtsstaat en uiteindelijk hun bedrijf.” Bedrijven zijn niet alleen minder rendabel door alle schade als gevolg van criminaliteit, ook het vinden van een opvolger wordt erdoor bemoeilijkt. „Dit raakt de economie in het hart. Een op de vijf ondernemers kan door de hoge criminaliteit geen opvolger vinden”, stelt Smeets.


Telegraaf, 20 november 2004

De wanprestaties van politie en het rechtssysteem zijn natuurlijk geen toeval:

'Wie kritisch kijkt naar de aard van de betreffende overheidsorganisaties hoeft eigenlijk over weinig voorstellingsvermogen te beschikken om te concluderen dat het niet kan werken wanneer organisaties zoals justitie en politie een monopolie bezitten op criminaliteitsbestrijding. Voor monopolies geldt in het algemeen: voortdurend dalende kwaliteit tegen steeds hogere kosten. Dat het staatsmonopolie geen echt monopolie is omdat het democratisch gekozen is lijkt een slecht argument, de vierjaarlijkse gang naar de stembus geeft burgers slechts het idee van controle en instemming. Bovendien verschuilen politici zich vaak achter Europese wetgeving wanneer ze zich moeten verantwoorden voor impopulaire maatregelen. Een andere rechtvaardiging voor dit overheidsmonopolie, dat de politie meer op de kosten let omdat het geen commercieel bedrijf is en dus geen winstoogmerk heeft, snijdt evenmin weinig hout. Winstmaximalisatie geldt in principe namelijk ook voor niet-commerciële organisaties. Het fenomeen winst is weliswaar minder duidelijk zichtbaar bij overheidsinstellingen maar wel degelijk aanwezig. Meer vakantiedagen, grotere auto's, meer budget, meer promotie, meer status; het zijn allemaal vormen van winst.

Politie en justitie maximaliseren dus graag hun winst en moeten tevens hun bestaan rechtvaardigen. Het doel - weliswaar onbewust - van de politie zal daarom niet zozeer criminaliteitsbestrijding zijn maar criminaliteitshandhaving of zelfs uitbreiding. De werknemers bij de politie realiseren zich dat waarschijnlijk niet maar de wens van de organisatie is in principe niet anders dan die van normale commerciële bedrijven zoals autogaragebedrijven, namelijk zoveel mogelijk mensen met een probleem (een kapotte auto of een inbreker in je huis), een probleem dat zij tegen betaling kunnen of zouden moeten oplossen. Dat de garage in het algemeen tevreden klanten heeft en de politie veel minder ligt aan het fundamentele verschil tussen de organisaties. De garage is namelijk afhankelijk van vrijwillige betalingen en het blauw op straat (of op kantoor) moet het hebben van gegarandeerde betalingen. De garage heeft mondige klanten en de dienaren der wet hebben willoze klanten. Bovendien concurreert de garage met andere reparatiebedrijven en de politie heeft in veel opzichten een monopolie.'


Lees verder...

Gerelateerde link:
- Recht zonder Staat


Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl