“Belasting wordt niet geheven ten gunste van de belastingbetaler. ”
Robert A. Heinlein

Recycling

Door Hans Bennink

30 november 2004

‘Hergebruik van afval’, het klinkt welhaast als een van de meest zinvolle manieren om het milieu te sparen. Immers, herbruikbaar afval blijft weg uit de grote afvalhoop en vormt zo de basis voor waardevolle halffabrikaten van onder andere papier, compost en flessen. En met een slecht imago hebben gerecyclede producten al lang niet meer te kampen, zeker niet nadat gerecycled toiletpapier ook in de kleur wit verkrijgbaar werd.

Al meer dan 25 jaar zijn de verschillende milieubakken een vertrouwd onderdeel van ons straatbeeld. Al net zo vertrouwd als de eerzame burger die op zaterdagochtend met een doos lege wijnflessen op het stuur van zijn fiets en een stapel kranten onder de snelbinder zijn vuil gaat verdelen over de verschillend gekleurde containers verderop in de wijk. Groen glas gaat in de groene bak, bont in de bruine. En daarna verdwijnen de kranten en folders van die week in de gleuf van de bak verderop. En ook thuis werd het afval van het eten netjes in de groenbak gestort in plaats van in de grijze zak.

Vroeger was dat wel anders, toen ál het afval domweg in die ene KOMO zak verdween. Deze werd dan iedere week opgehaald door de vuilnisman, om vervolgens in de oven tot as te verbranden. Maar al dat afval was een hoop mensen een doorn in het oog. Afval dat deels overbodig zou worden met de toepassing van gescheiden inzameling. Papier kon dan eenvoudig opnieuw worden gebruikt, evenals glas, metaal en plastic. En met het groenafval kon je heel nuttige compost maken. De introductie van deze vuilscheiding werd beargumenteerd met het feit dat we met ons huidige consumptiepatroon al snel zouden omkomen in ons eigen afval.

En sindsdien scheiden we het afval. Ook brengen we lege batterijen terug naar de winkel en komt de Gemeente met aparte auto’s het klein chemisch afval afhalen. Al met al een behoorlijke investering, waardoor de Gemeentebelastingen toch echt moesten worden aangepast. Een tijdelijke aanpassing natuurlijk, want de opbrengst van deze inzameling zou zichzelf spoedig terugbetalen. Dus liet de burger een verdrievoudiging van zijn afvalstoffenheffing toe en begon het grote sorteren in de huishoudens.

Dertig jaar recyclen we ons afval inmiddels al weer en dus wordt het hoog tijd dat de balans van het meest omvangrijke milieuproject uit de jaren ‘80 eens wordt opgemaakt. Meteen valt dan op dat het grootste gedeelte van de financiën nog altijd wordt opgebracht door de burger zelf. De opbrengst uit het gesorteerde afval levert door de enorme verwerkingskosten vrijwel niets op. Sterker nog, er moet zelfs geld bij.


Te veel kosten gaan namelijk zitten in de inzameling en sortering van het gescheiden afval. Waar vroeger één vuilniswagen alles ophaalde, geschiedt dat nu met verschillende wagens. En al die wagens hebben hun eigen personeels-, onderhouds- en brandstofkosten. Het sorteren geschiedt vervolgens door rapende mensenhanden. Natuurlijk gebruikt de Gemeente het sorteercentrum als één groot herintegratieproject en vervangt het de Sociale Werkplaats van weleer, maar dat maakt het nog altijd niet echt voordelig.

En vervelend genoeg halen de sorteerders niet al verontreinigingen uit het vuil. Helaas maken een paar stukjes strokarton tussen het papier de gehele productie al waardeloos. En dat zelfde probleem bestaat er met glas. Zo worden ovenschalen van een heel ander soort glas gemaakt dan wijnflessen. Een scherf van zo’n schaal maakt het eindproduct een tot gevaarlijk goedje. Spanningsverschillen in de hernieuwde fles zorgen namelijk voor een vervelend bijeffect: de fles kan op een willekeurig moment uit elkaar spatten.

En met al die verschillende soorten plastic en metaal schiet het ook al niet op. De samenstelling is dusdanig variabel dat je er alleen laagwaardige producten van kunt maken. Zo kun je van plastic donkere kunststof plankjes persen. En de mix van metalen zorgt voor een broos soort materiaal wat alleen geschikt is voor palen van verkeersborden. Hierdoor is de opbrengst ervan dan ook gering.

Ook groenafval is lastig te sorteren. Veel afvalresten die er niet in horen moeten met de hand worden verwijderd. Denk daarbij aan papieren koffiefilters, kattenbakkorrels, verpakkingsmateriaal en ander abusievelijk weggegooid afval dat ertussen zit. In sommige gemeentes speuren er weliswaar milieuambtenaren de bakken af en delen daarop gele kaarten en boetes uit, maar ook dat helpt slechts mondjesmaat. En het sorteren zelf is sowieso al een groot probleem. Weinig mensen zijn namelijk bereid om met gevaar voor de eigen gezondheid deze troep uit de schimmelende massa te vissen. De eerste Gemeentes zijn dan ook al gestaakt met de sortering en storten het groenafval bij het overige afval met het argument dat daardoor minder CO2 wordt geproduceerd dan bij compostering.

Van een milieuvoordeel is bij recycling amper sprake, vooral omdat het verwerken zelf weer vervuiling met zich meebrengt.
Van een milieuvoordeel is bij recycling amper sprake, vooral omdat het verwerken zelf weer vervuiling met zich meebrengt. Door alle verschillende vormen van inzameling is het afvalwagenpark van Gemeentes met een factor vier gegroeid. En daarnaast maakt het afval nu ook veel meer vervoersmomenten door. Bij de verwerking van glas, plastic, metaal en met name papier wordt vervolgens enorm veel schoon drinkwater gebruikt, vaak in combinatie met chemicaliën. Hierdoor wordt dus weer een ander soort afval gecreëerd wat duur is om te reinigen.

En gestaag beginnen er zich dus donkere wolken samen te pakken boven de hele recycle-industrie. Want ook het argument dat er minder bomen voor de papierproductie hoeven te worden gekapt houdt geen stand. Deze bomen worden hiervoor speciaal geplant en het kappen ervan is hetzelfde als het oogsten van maïs door de boer. En ook hier komt er in de lente een nieuwe serie bomen voor in de plaats.

Ook de afvalberg die ons door recycling bespaard is gebleven vormde al niet het probleem wat het beweerd werd te zijn. In Nederland verbranden we het meeste afval en het restant vormt her en der grote molshopen waarin het afval rustig vercomposteert. Door die gebieden op een gegeven moment met gras af te dekken ontstaan er weer prima recreatieplaatsen. Zo wordt er in Alphen a/d Rijn druk gegolfd op een voormalige vuilstort en krijgt het vlakke Nederland toch nog wat variatie in de vorm van deze heuveltjes.

Wat overblijft van het hele pro-recycle verhaal van toen is het positieve gevoel dat je is aangeleerd, namelijk dat je zo ‘wat voor het milieu doet’. Maar in feite houden we voor een paar honderd euro per huishouden per jaar een fictief milieuvoordeel in stand. Dit soort projecten werden in het verleden vanuit een groen enthousiasme uitgerold. Maar nu de feiten boven water komen zal blijken hoe lastig deze weer terug te draaien zullen zijn. Immers kent recycling na al die tijd een groot aantal belanghebbenden die hun voet nog lang dwars zullen blijven zetten.

De ontsierende bont gekleurde containers zullen voorlopig dus nog niet uit het straatbeeld verdwijnen, maar tot die tijd mag u wel meebetalen aan het voortzetten van deze zinloosheid.

Hans Bennink


Over de auteur

Hans Bennink (1969) is van beroep internetprovider en is daar sinds 1996 professioneel mee bezig na een studie International Business aan de HEAO.

Uit zijn pennevruchten -die vaak op de actualiteit inspelen- komt zijn streven naar een vrijere maatschappij tot uiting. Het is daarbij zijn overtuiging dat uit het kunnen maken van keuzes de verrijking en verdieping van de mens tot haar volste wasdom kunnen komen.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl