Kernenergie

Door Hans Bennink

24 november 2004

Als het aan Minister Brinkhorst (EZ) ligt worden er in Nederland binnenkort enorme windmolenparken gebouwd die in één procent van de Nederlandse energiebehoefte moet gaan voorzien. Hiervoor worden enige honderden van deze windmolens voor de Noordzeekust gebouwd. Maar ook op het land groeit het aantal windmolens gestaag door.

En daar zijn de windmolenleveranciers, milieubewegingen, energiebedrijven en boeren reuze blij mee. Boeren ruilen graag een paar vierkante meter akkerland in om jaarlijks tienduizenden euro’s aan subsidie per molen te ontvangen. Subsidie die trouwens de voornaamste brandstof blijkt te zijn waarop deze windmolens draaien. Want als we op de wind vertrouwen staan ze 75% van de tijd stil.

Vervelend genoeg moet je bij stilstand heel snel naar een andere centrale overschakelen. En als je die niet hebt moet je dure stroom uit het buitenland kopen, want anders gaat het licht gewoon uit. Dus dat betekent gewoon dat Nederland een dubbele energievoorziening moet hebben die een kwart van de tijd op een laag pitje draait. De Minister ziet die situatie vreemd genoeg als grote winst voor het milieu.

Hierdoor is de prijs van Groene Stroom uit windenergie dan ook drie maal zo hoog als stroom uit een gasgestookte centrale. Ook het gebruik van ‘groene’ Biomassa (meeverbranding in kolencentrales van gemalen Maleise palmboompitten of Canadese houtsnippers) zorgt door de hoge transportprijs voor een verdrievoudiging van de energieprijs. En zonnecellen zijn ook al geen optie in het zonarme Nederland vanwege de hoge aanschafprijs en de beperkte opbrengst.

Een prima alternatief zou een nucleaire elektriciteitscentrale kunnen zijn. Immers, deze leveren volstrekt ‘groene’ stroom (geen CO2 uitstoot) tegen een prijs die 20% lager ligt dan die van een hoogrendement aardgascentrale. Finland heeft net een 1600 Megawatt centrale besteld. Deze centrale levert net zoveel stroom als 1200 windmolens kunnen leveren bij continue optimale wind (1,5 MW).

Wanneer feitelijk juiste voorlichting wordt gegeven over deze vorm van energie blijkt het merendeel van de mensen [...] al snel voorstander te zijn.
Kerncentrales zijn tegenwoordig veel veiliger dan centrales die in de jaren zeventig gebouwd werden en gebruiken ook nog eens 15% minder uranium. Het belangrijkste tegenargument is het afvalelement. Tegenstanders hebben dit punt altijd schromelijk overdreven. Een centrale als Borssele heeft namelijk in 30 jaar tijd slechts 10 kubieke meter afval opgeleverd. Daarbij wordt het volume vooral ingenomen door de grote hoeveelheid verpakkingsmateriaal.

Ook het argument dat het afval duizenden jaren levensgevaarlijk blijft is niet juist. Na een jaar of veertig is de straling zo gedaald dat het wordt gezien als laag radioactief, vergelijkbaar met afval uit ziekenhuizen. En wat rest is het negatieve gevoel dat mensen hebben als gevolg van het alarmisme van milieubewegingen in de jaren ‘80. Wanneer feitelijk juiste voorlichting wordt gegeven over deze vorm van energie blijkt het merendeel van de mensen namelijk al snel voorstander te zijn.

Kortom, kernenergie is de enige volwaardige vorm van ‘groene’ energie. Dat deze ook nog eens tegen lagere kosten kan worden geproduceerd moet een extra argument vormen om juist hiervoor te kiezen. Het is dan ook hoog tijd om in Nederland een discussie over de feiten op te starten, zonder deze te laten overstemmen door een groepje milieufanaten met een eigen agenda.

Hans Bennink

Gerelateerde links:
- Kernenergie: een morele keuze
- De Tjernobyl Mythe


Over de auteur

Hans Bennink (1969) is van beroep internetprovider en is daar sinds 1996 professioneel mee bezig na een studie International Business aan de HEAO.

Uit zijn pennevruchten -die vaak op de actualiteit inspelen- komt zijn streven naar een vrijere maatschappij tot uiting. Het is daarbij zijn overtuiging dat uit het kunnen maken van keuzes de verrijking en verdieping van de mens tot haar volste wasdom kunnen komen.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl