Een pleefiguur als Grootste Nederlander aller tijden!

Door Gabriella

20 november 2004

Al dagen voor de verkiezing van de grootste Nederlander is men in de media bezig geweest het volk te doordringen van het feit dat het toch wel een mega-genânte vertoning zou zijn als een “pleefiguur” a la Fortuyn tot grootste Nederlander zou worden verkozen. Ik meen zelfs een journaallezeres te hebben gehoord die zei: “Fortuyn dreigt de grootste Nederlander te worden” met het woordje “dreigt” krijg je niet het idee dat er op feestelijke wijze een winnaar wordt verkozen, er wordt eerder het idee gewekt dat er een vreselijke epidemie op de loer ligt.

In mijn directe omgeving heb ik ook menigeen dagen vantevoren de angst horen uitspreken over de grote ophanden zijnde blamage, Oh mijn God, wat zullen de Belgen, de Duitsers en de Fransen er wel niet van vinden. Een dame op de radio meldde zelfs dat ze zich niet meer in het buitenland zou durven te vertonen. Oh-la la, gelukkig kan ze nu melden dat “Guilleaume de la Orange le Plus grand Hollandais” is geworden, hoeft ze niet meer in schaamte weggedoken haar vakantie in een Centerparkshuisje te vieren, maar kan ze haar Nederlanderschap in den vreemde met verve uitdragen.

Het meest stuitende vind ik echter dat de bewonderaars en nu ook weer de stemmers op Fortuyn altijd op een lijn worden gezet met “proleten, criminelen, dombo’s, xenofoben en meer van dit soort tuig”.
Kortom de angst en de plaatsvervangende schaamte werden stevig ingepeperd en alhoewel ik vanaf het moment dat de uitzendingen begonnen een ernstig vraagteken heb geplaatst hoe men in Godsnaam de Grootste Nederlander aller tijden zou kunnen kiezen (de appels en de peren) werd ik er des te happiger op om toch te gaan kijken en hopelijk te genieten van de teleurgestelde verontwaardigde smoeltjes van de ambassadeurs van de andere kandidaten. Ik ben niet teleurgesteld, Jacobine Geel leek op een kind waarvan het liefste speeltje was afgepakt en ook de andere kandidaten konden hun afschuw niet achter een luchtige glimlach verbergen.

Wat mij nog het meest verbaast is dat de verontwaardiging zo lang voort blijft sudderen. In het Parool werd zelfs de ambassadeur van Fortuyn, Yoeri Albrechts onder vuur genomen, Jacobine Geel was weliswaar een theologe maar wel “een popje” maar Albrechts was een “louche ogende” figuur. Ook het publiek van de Fortuyn tribune in de studio werd gediskwalificeerd als normaal publiek, “er heerste een onaangename vijandige sfeer op die tribune”, aldus Jacobine Geel.

Marcel van Dam kon het ook niet laten om zijn wekelijkse column onder het kopje “Groter” honderden namen op te pennen van belangrijke figuren. Ik heb het niet gechecked maar ik neem aan dat hij niet stiekem zijn eigen naam ertussen gesmokkeld heeft, want volgens de Van Dam theorie is natuurlijk elk kruipend insect nog groter dan “een minderwaardig mens”.

Al die commotie toont maar weer eens aan dat er nog zeer veel oud zeer heerst rondom Fortuyn, ik heb al vaak geprobeerd om te kunnen duiden waarop die intense aversie gebaseerd zou zijn. Het feit dat Fortuyn als een komeet omhoog is geschoten heeft ongetwijfeld veel frustratie bezorgd bij politici die maar niet aan de bak konden komen. Maar ik blijf ervan overtuigd dat hij zo’n grote bedreiging vormde dat hij opzettelijk verkeerd is geïnterpreteerd door lieden die wel beter wisten.

Het meest stuitende vind ik echter dat de bewonderaars en nu ook weer de stemmers op Fortuyn altijd op een lijn worden gezet met “proleten, criminelen, dombo’s, xenofoben en meer van dit soort tuig”. Door stelselmatig Fortuyn te schofferen wordt tevens “het volk” wat op hem heeft gestemd zonder enige terughoudendheid gediskwalificeerd als weldenkende wezens en zijn zij kennelijk niet “ de moeite waard”.

Er is jarenlang met veel omzichtigheid omgegaan met het integratie vraagstuk, bevolkingsgroepen moesten worden ontzien, met veel kunst en vliegwerk werden nieuwe begrippen gefabriceerd, er mochten wel eens de verkeerde woorden worden gebruikt of de verkeerde sfeer gecreëerd.

Fortuyn en zijn aanhang met de grond gelijk maken kan echter zonder scrupules, weg is het fatsoen, men heeft het consequent over “Het volk” en daarbij dient met vooral een mond te vertrekken alsof er net een fles azijn is binnengewerkt.

Kennelijk is het Fortuyn publiek geen onderdeel van de bevolking maar een aparte separate eenheid die “Het volk” wordt genoemd. Het feit dat er heel wat “fatsoenlijke weldenkende” mensen aangesproken werden door Fortuyn wordt consequent ontkent. Het feit dat zijn ideëen en masse zijn geïntegreerd in de Nederlandse politiek wordt consequent ontkend. Er zal ook niemand meer de moeite nemen om die ontkenning te doorbreken. Ik zit echter toch wel met een prangende identiteitsvraag: “ben ik nu onderdeel van het verschrikkelijke volk”?

Gabriella

Gabriella schreef eerder de "Cursus Politiek Correct Bewustworden"

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl