Estland is bakermat van de belastingrevolutie

Door Hans Labohm

12 november 2004

De invoering van de vlaktaks en de verlaging van de vennootschapsbelasting in Estland en andere nieuwe lidstaten van de Europese Unie zouden West -Europa aan het denken moeten zetten. Nooit eerder zijn de ideeën van de Amerikaanse econoom Arthur Laffer zo rigoureus toegepast.

Op de recente vergadering van de Europese ministers van financiën in Scheveningen kwamen Frankrijk en Duitsland met een voorstel om de vennootschapsbelasting te harmoniseren. Beide landen pleitten onder meer voor een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Daarmee wilden zij voorkomen dat landen met lagere belastingen investeringen weglokken van landen met hogere belastingen.

Maar de Europese Commissie verzet zich tegen de harmonisering van belastingtarieven. Zij wordt hierin gesteund door het Verenigd Koninkrijk, Ierland en de nieuwe lidstaten. Ook de scheidende eurocommissaris Frits Bolkestein, die onder meer verantwoordelijk is voor belastingzaken, is voorstander van het behoud van concurrentie op het gebied van de belastingen.

Maar andere landen, zoals Frankrijk, Duitsland en Zweden zijn het daar niet meer eens. Zij beschouwen lage (vennootschaps) belastingen in sommige Europese landen, in het bijzonder de nieuwe lidstaten, als een bedreiging van de investeringen in hun eigen land. Ja, zelfs als een bedreiging van de verzorgingsstaat.

Voor de nieuwe lidstaten vormt het economische mirakel van de Keltische tijger, Ierland, een lichtend voorbeeld. Toen Ierland in 1973 lid werd van de EU, bedroeg het inkomen per hoofd van de bevolking slechts 62 procent van het gemiddelde van de EU. Rond 2002 was dat gestegen tot 121 procent. De Ieren kozen voor belastingverlaging en terugdringing van het aandeel van de overheid in de economie. Daarmee profiteerden zij van de toegang tot de EU markt. En wisten zij buitenlandse investeringen aan te trekken. De vennootschapsbelasting bedraagt nu 12,5 procent. Het aandeel van de overheid in het bruto binnenlands product, dat in 1980 54 procent bedroeg, bedraagt op dit moment 33 procent. De werkloosheid is minder dan 5 procent.

Maar behalve Ierland beschikken de nieuwe lidstaten ook nog over een ander rolmodel uit hun eigen midden: Estland!

In het najaar van 1992 won de 'golden boy' van de Estse politiek, Mart Laar, toen 32 jaar oud, met zijn coalitie de verkiezingen. Hij stelde een jonge regeringsploeg samen die een schoktherapie van een uitzonderlijk liberale snit op de economie toepaste. Als historicus had Mart Laar een beperkte economische kennis. En bij gebrek aan een handleiding hoe men een centrale planeconomie moet omvormen tot een markteconomie, moest hij zich baseren op enkele fundamentele economische denkbeelden. Een daarvan was de gedachte dat lagere belastingtarieven tot hogere belastinginkomsten zouden leiden. Deze stelling was een van de pijlers van de aanbodeconomie, die in de jaren zeventig tot uitdrukking was gebracht in de Laffer-curve, genoemd naar de Amerikaanse econoom Arthur Laffer. Het idee was echter nog nooit rigoureus in de praktijk gebracht. Dat gebeurde nu in Estland, waar een vlaktaks voor de inkomstenbelasting werd ingevoerd van 26 procent. De achterliggende filosofie was simpel. Progressieve belastingen ondermijnen economische prikkels. Mensen die meer werken en meer verdienen moeten niet daarvoor worden gestraft. In Estland heeft de vlaktaks de kapitaalvorming bevorderd en mede daardoor ook de productiviteitsverbetering. Dit leidde weer tot hogere Ionen en meer werkgelegenheid. Bovendien is een vlaktaks eenvoudig te innen en te controleren. Op dit moment overweegt Estland het belastingtarief nog verder te verlagen tot 20 procent.

Mart LaarBovendien schafte Estland alle invoertarieven af, introduceerde de regering een in de wet verankerde evenwichtige begroting, en voerde een grootscheepse dereguleringsoperatie uit. Later schafte Estland de vennootschapsbelasting af op winsten die opnieuw worden geïnvesteerd. Het resultaat daarvan heeft in andere landen tot soortgelijke maatregelen geleid. Zo hebben Polen, Hongarije en Letland hun vennootschapsbelasting tot onder de 20 procent teruggebracht, terwijl Slowakije een vlaktaks van 19 procent heeft ingevoerd, zowel voor de vennootschapsbelasting als de inkomstenbelasting.

Mart Laar heeft zich bij uitstek ook door het liberale gedachtegoed van Milton Friedman laten inspireren. Mart Laar: 'In het bijzonder in een transformatieland, waar de centrale planeconomie dient te worden omgevormd tot een markteconomie, is het erg belangrijk om ruim baan te geven aan het particuliere initiatief en ruimte te scheppen voor de vrijheid van ondernemen om welvaart te scheppen. De overheid dient ondernemers niet te straffen; zij dient hen aan te moedigen, ook via het belastingstelsel. De overheid dient zich te beperken tot het garanderen van 'fair play'.

Wie had vijftien jaar geleden kunnen denken dat de krachtigste vrije marktwind uit het oosten zou gaan waaien?

Hans Labohm


Uit Het Financiële Dagblad van 11 november 2004.

Hans H.J. Labohm is gastonderzoeker aan het Instituut Clingendael.

Over de auteur

Hans H.J. Labohm (1941) is econoom.

Hij studeerde economie en economische geschiedenis aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Van 1992 tot 2005 was hij als gastonderzoeker en adviseur van de directie verbonden aan "Clingendael", het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen. De heer Labohm publiceert in binnen- en buitenland artikelen, boeken en rapporten over met name internationale economische vraagstukken.

De Youtube pagina van Hans Labohm

Hans Labohm is auteur van het boek 'Sleutelen aan het kapitalisme. Over de intellectuele wortels van de neo-liberale revolutie.'.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl