Integratie? Niet spreiden maar scheiden

Door Marcel Roele

4 november 2004

De overheid wil integratie bevorderen door meer blanken in zwarte probleemwijken te huisvesten. Eureka?

Nee, want autochtonen slaan nu juist op de vlucht voor beroerd onderwijs en verloedering. Oplossing: geen gedwongen spreiding, maar een beschaafde, vrijwillige vorm van 'apartheid'.

Onlangs liet minister Sybilla Dekker (VVD) van VROM de Kamer weten dat 95.000 woningen in 56 overwegend zwarte wijken worden gesloopt en vervangen door 115.000 duurdere huur- en koopwoningen. Dit op kosten van rijk, gemeenten en woningcorporaties, en in de hoop om op den duur tot een meer gemêleerde bevolkingssamenstelling te komen. Woningcorporaties die niet meewerken, verliezen hun subsidies. Verder zullen nieuwkomers in het kader van het spreidingsbeleid zoveel mogelijk in witte wijken worden gehuisvest. CDA-Kamerlid Mirjam Sterk: "De verantwoordelijkheid voor het komen tot meer gemengde wijken moet ook worden genomen door regiogemeenten. Op regionaal niveau zullen niet-vrijblijvende afspraken moeten worden gemaakt,-ook met woningbouwcorporaties."
 



In 2015 zal de meerderheid van de hele bevolking van de Randstad bestaan uit niet-westerse allochtonen.
 
Nederland is koortsachtig op zoek naar middelen om de integratie van grote aantallen niet-westerse allochtonen te bevorderen. Deze immigranten zijn niet gekomen uit idealisme of omdat zij een band met Nederland nastreefden. Hun affiniteit ligt bij hun land van herkomst en hun cultuur. Ze zijn hier slechts gekomen wegens de relatief hoge lonen en gulle uitkeringen. De Nederlandse overheid legde geen effectieve beperkingen op aan de immigratie en stelde geen serieuze eisen aan de nieuwkomers. Sterker nog, het behoud van eigen taal en cultuur werd door de overheid gestimuleerd en gefinancierd. Om de fouten uit het verleden te herstellen, verlangt de overheid nu dat de allochtonen inburgeren. Dat zou niet alleen moeten gebeuren met een cursus, zo is de bedoeling, maar vooral ook door de huisvestingspolitiek. Het nieuwe integratiebeleid betekent vooral dat allochtonen en autochtonen zich moeten mengen, in de woonwijk en op school, in de hoop dat het dan vanzelf wel goed komt.

Een heikel onderwerp, zo bleek eerder dit jaar. Tijdens het Kamerdebat over integratie vroeg Tineke Huizinga-Heringa (ChristenUnie) zich af of er iemand op vooruit zou gaan als een tiental moslimkinderen zou worden verplicht op een school met allemaal gereformeerd-vrijgemaakte kindertjes te gaan. Huizinga-Heringa vond Onderwijsminister Maria van der Hoeven (CDA) en Mirjam Sterk aan haar zijde. Twee dagen later beschuldigde Ayaan Hirsi Ali (VVD) in het Algemeen Dagblad de drie christelijke dames ervan dat zij 'een gesegregeerde maatschappij' willen: "Blanken bij blanken, zwarten bij zwarten, katholieken bij katholieken, joden bij joden, moslims bij moslims." Hirsi Ali noemde deze vorm van segregatie 'apartheid'. Mirjam Sterk reageerde als door een adder gebeten en eiste excuses.

Terecht natuurlijk, want we kennen allemaal de apartheid uit de tijd van het blanke regime in Zuid-Afrika, en die was verwerpelijk: een systeem dat theoretisch de 'gescheiden ontwikkeling' van diverse bevolkingsgroepen voorschreef, maar dat in de praktijk neerkwam op gedwongen afscheiding en beperking van de burgerrechten van een zwarte meerderheid door een blanke, regerende minderheid. De ironie wilde dat terwijl bevlogen Nederlandse idealisten en wereldverbeteraars vanaf eind jaren zestig de Zuid-Afrikaanse apartheid veroordeelden, in ons land ondertussen een scheiding van bevolkingsgroepen plaatshad, zij het spontaan.

Neem Amsterdam. Sinds 1974 is de autochtone bevolking in de hoofdstad meer dan gehalveerd. Men vertrok omdat niet-westerse allochtonen in Amsterdam voorrang kregen bij de toewijzing van woningen, terwijl autochtonen in bijvoorbeeld Almere gelijk werden behandeld en wel redelijk snel een woning konden krijgen. Dezelfde ontwikkeling deed zich (in iets mindere mate) ook in Rotterdam, Den Haag en Utrecht voor.

Tussen 1999 en 2003 daalde het aantal autochtonen in Amsterdam met 21.000, terwijl het aantal niet-westerse allochtonen met 26.000 toenam. Tussen 1995 en 2003 nam het aantal autochtonen in de vier grote steden met 129.000 af, terwijl het aantal allochtonen met 139.000 toenam. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht wordt de meerderheid van de kinderen tot achttien jaar gevormd door niet-westerse allochtonen. In 2015 zal de meerderheid van de hele bevolking van de Randstad bestaan uit niet-westerse allochtonen.

Stadswijken met de meeste niet-westerse allochtonen worden geleidelijk no-go areas. Bedrijven zoals de bezorgservice van Albert Heijn, de servicedienst van Canal+, Wehkamp, de Rotterdamse Taxicentrale, Selektvracht, postorderbedrijf Otto en New York Pizza hebben inmiddels de dienstverlening in bepaalde straten of wijken (deels) gestaakt.

Die problemen los je niet op door in zo'n buurt een rijtje koopwoningen neer te zetten. Mensen met genoeg geld voor een eigen huis willen niet in een probleemwijk wonen, zelfs al zijn de woningen fraai en billijk geprijsd. Dat zie je in de vernieuwde Amsterdamse Bijlmer: de laagbouw in Koningshof en de appartementen boven het winkelcentrum Ganzenpoort blijken onverkoopbaar. Bij het winkelcentrum is onder andere te veel overlast van drugsverslaafden. De paar stakkerds die zich zo'n woning in de maag hebben laten splitsen, trekken weg zodra ze het zich kunnen veroorloven. Uiteindelijk verloedert de boel totaal.

De meeste Nederlandse Kamerleden lijken één ideaal te delen: dat mensen met een verschillende huidskleur of religie en met historische wortels in verschillende landen toch één gemeenschap vormen, met één taal en één gemeenschappelijke stelsel van nonnen en waarden. Maar ze verlangen van de Nederlandse burgers dat die in één buurt gaan wonen met mensen die niet dezelfde taal spreken en niet dezelfde normen en waarden hebben.

Gedwongen menging van etnische en culturele groepen zou de integratie bevorderen. Dat werkt misschien wanneer één niet-westers allochtoon gezin zich vestigt in een autochtone buurt - dan passen de nieuwkomers zich hopelijk aan. Maar een dergelijk spreidingsbeleid is ineffectief als de autochtonen een minderheid in de buurt vormen. En los daarvan, is de burgers iets gevraagd?
 

Zwarte scholen kennen twee problemen: bijna niemand spreekt ABN, en velen hangen de islam aan, een tegencultuur van de westerse beschaving.
Jozias van Aartsen, fractievoorzitter van de VVD, wil graag een nieuw financieringssysteem voor het onderwijs 'dat het witmaken van zwarte scholen en het zwartmaken van witte scholen stimuleert'. Op subtiele wijze wordt ook de vrije schoolkeuze aangetast.Bijvoorbeeld door het opwerpen van obstakels voor het stichten van islamitische scholen, het postcodebeleid (waardoor ouders in een blanke enclave in een zwarte wijk hun kinderen naar een zwarte school in die wijk moeten sturen) en het frustreren van de oprichting van elitaire scholen (zoals een vierde gymnasium in Amsterdam). Vooralsnog houden de christelijke partijen gedwongen integratie op scholen tegen.

Net als vele stadswijken heeft ook het onderwijs te maken met een 'absorptievermogen', in dit geval het percentage niet-westerse allochtonen dat een school kan verwerken zonder dat de kwaliteit en identiteit van de school worden aangetast. Als die grens eenmaal is overschreden, is er bijna geen weg meer terug. De vuistregel is dat wanneer het leerlingenbestand van een school voor zo'n dertig procent uit de nakomelingen van laaggeschoolde, niet-westerse allochtonen bestaat, er een omslagpunt is bereikt: het niveau kachelt achteruit en er komt een witte vlucht op gang, gevolgd door een zwarte vlucht van allochtonen met toekomstperspectief. Er valt nog wel wat te maken van zo'n school - met strikte discipline, gerichte training voor academische toetsen en het negeren van alle 'onderwijsvernieuwingen' van de afgelopen 35 jaar - maar een kweekvijver van toptalent zal het nooit meer worden.

Meer dan de helft van de Amsterdamse basisscholen telt momenteel meer dan zeventig procent kinderen van zeer laaggeschoolde en analfabete, niet-westerse allochtonen. Op meer dan een kwart van de Amsterdamse basisscholen zit zelfs geen enkel autochtoon kind meer. Deze scholen kunnen niet meer door spreiding van autochtone kinderen uit de penarie worden geholpen; wel zou spreidingsbeleid autochtone kinderen in de penarie helpen.

Veertig jaar geleden was het nog ondenkbaar dat leerlingen met wapens naar de middelbare school kwamen. Nu kan veertig procent van de middelbare scholen in de grote steden de veiligheid van leerlingen en personeel niet meer garanderen, aldus het Onderwijsverslag 2003 van de Onderwijsinspectie. Op tien procent van de vmbo-scholen in de grote steden komen incidenten als vandalisme, diefstal en geweld minstens wekelijks voor. Je kunt het kinderen van beschaafde blanke ouders en kinderen van beschaafde geassimileerde allochtonen niet aandoen om ze naar dergelijke scholen te sturen (die vaak deel uitmaken van een scholengemeenschap, zodat het bederf tot vwo-niveau doorrot). Hoewel Hirsi Ali gedwongen samenleven bepleit, zou zij haar kinderen naar alle waarschijnlijkheid ook op een witte school proberen te krijgen. En PvdA-fractieleider Wouter Bos zei dit voorjaar: "Ik heb het ouders nooit kwalijk genomen dat ze hun kinderen naar witte scholen sturen. Je mag ouders niet aanrekenen dat ze het beste voor hun kind willen. Dat zal straks ook voor mij gelden."

Welke ouder zou het toekomstperspectief en levensgeluk van zijn kinderen (deels) willen opofferen door hen als mentor voor onaangepaste, niet-westerse allochtonen te laten fungeren? En wie heeft de illusie dat de allochtonen zich optrekken aan een paar kinderen uit de betere kringen op hun school - die geen rolmodel voor hen zullen zijn omdat ze onvoldoende streetwise zijn?

Wellicht doen 'zwarte' kinderen (een categorie waartoe Turkse en Marokkaanse kinderen worden gerekend, al zijn ze blank) het iets beter als je een dozijn 'witte' kinderen naar hun school laat gaan, maar daartegenover staat dat dat dozijn zijn talenten niet volledig kan ontplooien, wat economische schade veroorzaakt.

Op zwarte scholen spelen twee problemen: dat bijna niemand er Algemeen Beschaafd Nederlands spreekt en dat menigeen de islam aanhangt, een tegencultuur van de westerse beschaving. De islam is misschien wel het grootste probleem, omdat die niet alleen het niveau naar beneden haalt, maar ook het normale lesgeven bemoeilijkt.
 

Werd vroeger de zieligheid van de allochtoon gebruikt als argument om het hem naar de zin te maken, nu is het vaak de angst voor heibel.
Neem de biologie. Die is gestoeld op de evolutieleer. Die leer is taboe bij fundamentalistische christenen, maar zij hebben goddank hun eigen scholen. De overgrote meerderheid van de christenen heeft geen moeite met de evolutieleer (een van de beroemdste darwinistische genetici, Lindon Eaves, is zelfs anglicaans priester), maar vrijwel alle moslims zijn fel anti-evolutieleer. Ook geschiedenislessen zijn lastig op een school met veel moslims. De islam heeft zich niet verbreid door de macht van het woord, maar van het zwaard: veroveringen, bloedbaden en onderdrukking. De slavernij is eveneens een heikel onderwerp: die werd in sommige Arabische landen pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw afgeschaft, maar bestaat er de facto nog steeds. En wie wil de genocide op de Armeniërs behandelen in een klas vol Turkse leerlingen? Jonge moslims willen vaak niets weten van de jodenvervolging. Islamitische leerlingen voelen zich beledigd als er christelijke feestdagen worden gevierd, dus geen kerstmis op school, maar wel het suiker- en het offerfeest. De strikte scheiding van de seksen bij moslims bemoeilijkt de lichamelijke opvoeding - in Amsterdam vormen moslims inmiddels de grootste geloofsgemeenschap, en de Amsterdamse Onderwijswethouder Ahmed Aboutaleb (PvdA) is voorstander van de scheiding der seksen bij het schoolzwemmen.

Was vroeger de zieligheid van de allochtoon een argument om het hem naar de zin te maken, nu is het vaak de angst voor heibel. Momenteel krijgen scholen voor een blanke achterstandsleerling een kwart meer dan voor een gewone leerling, en voor een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achterstandsleerling bijna het dubbele (plus een premie als het leerlingenbestand voor minstens zeventig procent uit achterstandsleerlingen van niet-westerse allochtone komaf bestaat). De etniciteit van de leerlingen bepaalt dus hoeveel geld de school krijgt, niet uitsluitend de achterstand. Onderwijsminister Van der Hoeven wil deze vorm van staatsracisme afschaffen; Ahmed Aboutaleb wil die behouden, ten behoeve van de 'sociale stabiliteit van de stad' (NRC Handelsblad van 7 juli). Klaarblijkelijk vreest hij nog méér overlast van niet-westerse allochtonen als de achterstelling van blanken wordt beëindigd.

Met dergelijke argumenten kunnen we tot sint-jutte-mis niet-westerse allochtonen blijven voortrekken, en je hebt er geen kristallen bol voor nodig om te kunnen voorspellen dat tegen de tijd dat moslims de grootste religieuze gemeenschap in Nederland zijn (en dat is misschien al binnen een halve eeuw) de opvolgers van Aboutaleb steeds meer wetgeving zullen bepleiten om de eigen groep te bevoordelen.

Aan de overzijde van het Kanaal is de situatie niet veel anders. Britse moslims - doorgaans van Aziatische oorsprong en vaak al van de derde generatie -blijven het gemiddeld slechter doen op school dan niet-moslims. Deze zomer kwam een groep Britse islamitische sociale wetenschappers in het nieuws met de stelling dat het Britse openbare onderwijs islamitische leerlingen te kort doet en dat positieve actie moet worden ondernomen om hen vaker te doen slagen. Daar zal het onderwijs vast niet beter van worden.

Overigens doet het er niet eens toe of moslims allochtoon of autochtoon zijn. In Maleisië is 52 procent van de bevolking moslim, en daar zijn moslims doorgaans autochtonen. De allochtonen (vaak boeddhistische Chinezen) zijn de kurk waarop de economie drijft. De moslims worden er positief gediscrimineerd omdat ze chronisch een achterstandsgroep vormen; velen worden bijvoorbeeld toegelaten op universiteiten terwijl ze daar eigenlijk niet gekwalificeerd voor zijn. Maar waarom zou een geavanceerde gemeenschap constant de last moeten voelen van een gemeenschap die chronisch in een achterstandspositie verkeert? Ooit moet die navelstreng worden doorgesneden. Als de derde generatie islamitische allochtonen in Nederland straks ook relatief slecht presteert, kunnen we ook hier pleidooien voor dergelijke positieve actie verwachten.

Een gedwongen integratie leidt tot economische en culturele nivellering, en die leidt altijd tot een lager gemiddelde; vrijwillige apartheid geeft iedereen die dat wil en kan de beste kansen om vooruit te komen.

De Verenigde Staten ontvingen de verworpenen die op zoek waren naar vrijheid en naar een kans verlangden om hun talenten te ontplooien en te bewijzen wat ze waard waren. De nieuwkomer had de Amerikaanse Droom voor ogen, en wist dat hij het op eigen kracht moest zien te redden. Veel keus had hij ook niet, want wie faalde, kwam in de goot terecht.

De inwoners van de Italiaanse, Ierse, Poolse, Chinese en joodse getto's in de VS in de jaren twintig van de vorige eeuw werden niet geholpen met integreren. Dat deden ze zelf, voor zover nodig. Veertig jaar later zaten zwarten in de getto's. Helaas was het maatschappelijke klimaat veranderd en ontwikkelde de overheid voor deze groep een uitkeringenbeleid waarvan zelfs Bill Clinton later spijt had. Veel zwarten zitten nu nog steeds in de getto's.

De VS laten ook zien dat volledige integratie niet nodig is zolang men over de instrumenten beschikt om deel te nemen aan het economische leven. In New York en andere Amerikaanse steden leven Chinezen, Koreanen, Roemenen, Grieken en Russen in eigen buurten, met hun eigen winkels, restaurants, kerken en moskeeën. Daar spreken ze hun eigen taal, luisteren ze naar hun eigen muziek, en organiseren ze hun eigen feestjes. Niemand valt ze lastig, zolang ze zich aan de wet houden en belasting betalen, en zij vallen niemand lastig - in aanraking komen met justitie is wel het laatste dat ze willen, want dat zou hun bestaan en hun droom in gevaar brengen. Na verloop van tijd verlaten de kinderen en kleinkinderen de eigen buurt, en uiteindelijk kan het niemand meer schelen wie waar vandaan komt. Minderheden die verantwoordelijk zijn voor hun eigen lot, integreren het best.

In politiek Den Haag lijkt nu nog de consensus te bestaan dat een tweedeling in de samenleving onwenselijk en vermijdbaar is. De overheid heeft echter de situatie laten ontstaan dat over een jaar of tien niet-westerse, niet-geïntegreerde allochtonen een meerderheid vormen in de vier grote steden. Gedwongen menging lukt niet meer als er sprake is van té veel allochtonen met een té zeer verschillende cultuur.

De enige manier om de grote steden economisch en cultureel levensvatbaar te houden, is het laten ontstaan van vrijwillige apartheid binnen de Randstad. Als er bijvoorbeeld een kleine blanke enclave is binnen een overwegend zwart postcodegebied, geef ouders dan volop de kans hun kinderen naar een klein blank eliteschooltje binnen dat gebied of naar een grotere witte school buiten dat postcodegebied te sturen. Als die mogelijkheid ontbreekt, trekt de elite weg uit de stad en is de apartheid eigenlijk nog veel groter, want dan krijg je blanke thuislanden in de slaapsteden. Op den duur zou er dan een situatie ontstaan waarbij de blanke elite naar en van de historische binnensteden en de zakenwijken forenst, en waarbij alle woonbuurten zwarte getto's zijn.

De blanke middenklasse in de grote steden vormt een buitengewoon nuttige maar wel met uitsterven bedreigde diersoort die bescherming verdient. Deze kippen met de gouden eieren zou men hun eigen hok moeten gunnen. Dat is een vorm van apartheid, maar dan vrijwillig en kleinschalig - en niemand verbiedt allochtonen die op eigen kracht succesvol zijn geworden en zijn geassimileerd, om zich bij hen aan te sluiten. I

Marcel Roele

Dit artikel verscheen op 22 oktober 2004 in het weekblad HP/De Tijd

Gerelateerde links:
- Marcel Roele: Het einde van Nederland
- Fleur Jurgens: De leraar als dompteur
- Marcel Roele: Het achteruitgangsgeloof
- Frank Karsten: Mien uit Assen verslaat Haagse intellectuelen

Over de auteur

Marcel Roele (1961 - 2011) was wetenschaps -journalist, sociobioloog en politicoloog.

Als free-lancer schreef hij voor een heel scala aan bladen, maar was vaste medewerker van HP/De Tijd. Hij verscheen regelmatig in radio- en tv-programma’s en werd gevraagd als spreker op symposia, congressen en corporate events.

Marcel Roele schreef de volgende boeken: De Mietjesmaatschappij, De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties, en De menselijke soort. Hier vindt u zijn homepage marcelroele.meervrijheid.nl.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl